Globe

Twee jonge mannen, zij heetten allebei Jacob, wisten van elkaars bestaan maar hadden elkaar nog nooit gezien. De een woonde in het oosten, de andere in het westen. De man in het westen ging naar de waarzegger die de toekomst in het zand kon lezen en zei: 'Ik wil naar mijn vriend die ik nooit zag. Kijk in het zand en vertel me of ik voor- of tegenspoed zal tegenkomen.' De waarzegger keek in het zand en zei hem dat als hij naar zijn vriend ging, hij hem niet thuis zou treffen, maar onderweg en dat als hij in het land van zijn vriend kwam, hij 's nachts binnen moest blijven, wie hem ook riep. Anders zou hij beslist sterven en nooit meer terugkeren. De man vertrok toch en besloot zich aan de waarschuwing te houden.

Hij liep en hij liep tot hij op de derde dag zijn vriend tegenkwam, maar hij herkende hem natuurlijk niet. 'Waar ga je naartoe?' vroeg hij.

De man uit het oosten zei: 'Mijn naam is Jacob en ik ben op weg naar mijn vriend in het westen, die ook Jacob heet.'

'Dat ben ik', zei de man uit het westen, 'ik wilde je opzoeken.' En Jacob uit het oosten zei: 'Jij hebt drie dagen gelopen, ik een. Kom mee naar mijn huis.' Jacob en Jacob liepen naar het oosten. In de nacht dat zij aankwamen en zich te ruste hadden begeven hapte een grote slang Jacob uit het oosten naar binnen. Hij schreeuwde zo luid in het binnenste van de slang dat Jacob uit het westen er wakker van werd. Hij wilde zijn vriend helpen, maar herinnerde zich de waarschuwing van de zandkijker 's nachts vooral niet naar buiten te gaan. Mag ik een vriend in nood aan zijn lot overlaten? vroeg hij zich af. Nee vond Jacob uit het westen, en dus nam hij een mes, liep op het geschreeuw af en vond de slang met een enorme bobbel in zijn buik. Toen hij de slang opensneed, spatte er bloed in zijn ogen en werd hij op slag blind. Jacob uit het oosten was vrij, maar hij was verdrietig dat de vriend, die zoveel voor hem over had, zijn goede daad met blindheid moest bekopen.

Jacob uit het oosten besloot naar een waarzegger te gaan. De man keek in het zand en zei: 'Je hebt een zoon, snijdt zijn keel door, neem zijn bloed en laat je vriend daar zijn gezicht mee wassen.' Jacob uit het westen waste zijn gezicht met het bloed van de zoon van zijn vriend en onmiddellijk kreeg hij het licht weer in zijn ogen terug. Wie was er nu een grotere vriend? Jacob uit het oosten of Jacob uit het westen?