Eeuwenoude vete van Hutu's en Tutsi's laait weer op

ROTTERDAM, 5 okt. Met de inval in Rwanda van een groep opstandige Tutsi's lijkt een nieuwe episode te zijn aangebroken in een eeuwenoud etnisch conflict, dat al honderdduizenden levens heeft gekost.

Van oudsher vormt de minderheid van veehoudende Tutsi's in de Centraalafrikaanse staten Rwanda en Burundi een elite, die heerst over de akkerbouwende Hutu's, die ruim tachtig procent van de bevolking uitmaken.

Het Duitse koloniale bestuur zag in het lange, slanke postuur en de lichtere huidskleur van de Tutsi's een fysiek bewijs van hun superioriteit aan de donkere, gedrongen Hutu's en liet het lokale bestuur over aan de Tutsi's een situatie waarin de Belgen geen verandering brachten toen zij na de Eerste wereldoorlog van de Volkenbond het mandaat over het gebied kregen. Na de onafhankelijkheid van Rwanda in 1961 en een jaar later van Burundi zijn de frustraties en wraakgevoelens over de ongelijke machtsverdeling keer op keer tot gruwelijke uitbarstingen gekomen.

Het verhaal van Burundi is het bekendst. Diverse malen deden de Hutu's pogingen om de macht over te nemen van de Tutsi-minderheid. Steeds riepen ze hiermee de gruwelijke wraak over zich af. Een opstand in 1965 kostte tienduizenden Hutu's het leven. Bij een staatsgreep in 1972 vermoordde het leger, geholpen door met kapmessen gewapende Tutsi's, meer dan 100.000 Hutu's uit, zo'n 3,5 procent van de bevolking. Zoveel slachtoffers vielen er, dat bulldozers ze met stapels tegelijk in rivieren en moerassen schoven. Twee jaar geleden kwamen na een mislukte coup weer ten minste 20.000 Hutu's om het leven.

In Rwanda zijn de rollen omgekeerd. De Hutu's deden na de onafhankelijkheid een succesvolle greep naar de macht en begonnen een jarenlange, meedogenloze vervolging van leden van de Tutsi-stam. 'De meest vreselijke en systematische massamoord sinds de jodenvervolging door Hitler', noemde de Britse filosoof Bertrand Russell deze episode uit de Rwandese geschiedenis. Grote groepen Tutsi's ontvluchtten het land, naar Burundi, Zaire en Oeganda. Het zijn de kinderen van deze vluchtelingen, die begin deze week vanuit hun nieuwe vaderland Oeganda Rwanda binnenvielen.

De rebellen van het Rwandees Patriottisch Front ontkennen nadrukkelijk dat hun strijd iets te maken heeft met de rivaliteit tussen Hutu's en Tutsi's. Zij willen volgens hun woordvoerder de 'corrupte regerende kliek' verdrijven. 'Het gaat niet om een Hutu-Tutsi-conflict of een vluchtelingenprobleem. We verzetten ons tegen een kleine kliek, die ondemocratisch en corrupt is, en de mensenrechten schendt. Het gaat om honger, armoede en een beroerd leger.'

De Rwandese regering ziet in de invasie wel degelijk een Tutsi-complot. Onmiddellijk na de inval werden in de hoofdstad Kigali systematisch Tutsi-politici en -militairen opgepakt. Overigens ontkent de regering dat het om een anti-Tutsi-maatregel gaat: de arrestanten zouden overtreders van de avondklok zijn, die na de invasie werd ingesteld.