Een verdwaalde Beuys in Breda; Jubilerende kunstuitleen wilmeer kwaliteit

Een man van een jaar of vijfentwintig drentelt door het open depot van een kunstuitleen. In hoog tempo 'bladert' hij door de ingelijste prenten en tekeningen, die op ijzeren wagentjes tegen elkaar leunen. Zoekt u iets speciaals? 'Nee, ik heb een stukje inrichting nodig, net verhuisd, kale muren, en ik wil iets dat er uitspringt, kleur en zo. Wat ik van het aanbod vind? Verschrikkelijk. Alles is zwart-wit en daar ben ik snel op uitgekeken. Wat kost iets van verf en kleur bij zo'n, hoe heet het ook alweer, bij zo'n galerie?' Voor een doek van flinke afmetingen bent u al gauw een paar duizend gulden kwijt, is het antwoord. 'Ja, daar was ik al bang voor'. De man zoekt nog even verder, en vertrekt dan, zonder 'een stukje inrichting'.

Misschien is het toeval, maar ook andere artotheekbezoekers geven die middag blijk van teleurstelling: 'Kan mijn kind ook maken.' 'Ziet u ergens een beetje rood, blauw of geel? Ik niet!' 'Wie wil er nu zo'n kale tennisbaan boven de bank!' 'Somber, he, die kunstenaars maken vast moeilijke tijden door.' En volgens een meisje bij een Amsterdamse kunstuitleen is het allemaal 'knap depressief'.

Sommige kunstleners mogen 'verdomd triest' worden van het artotheek-assortiment, de Nederlandse kunstuitleencentra hebben geen reden tot klagen. Het gaat hen goed. Ze vieren dit jaar hun 35-jarig bestaan. Bij het memoreren van dit jubileum dient hoe dan ook de Amsterdamse kunstenaar Pieter Kooistra genoemd te worden. Hij kwam als eerste, in 1955, op het idee kunst te verspreiden door kunstwerken uit te lenen. Op zijn legendarische bakfiets trok hij erop uit met werken van Jan Sierhuis, Eugene Brands, Jef Diederen en Ger Lataster.

Op een televisiespot van Postbus 51, ter promotie van de kunstuitleen, kwam ook een fiets voor: jongen springt op zadel, lachende vriendin achterop, kunstwerk onder haar arm, beiden tevreden. Beeldende kunst ligt binnen het bereik van u allen, was de boodschap. Sommige kunstenaars vinden, zo blijkt bij navraag, hun werk te kostbaar en te kwetsbaar om op de fiets vervoerd te worden. Dat neemt niet weg dat naast de mond-tot-mond reclame, het tv-filmpje de laatste jaren een stormachtige ledenstijging heeft veroorzaakt.

Nergens ter wereld bestaat zo'n uitgebreid netwerk van beeldende kunst-verhuur. In Duitsland kan je op tientallen adressen kunst gratis lenen, maar het systeem functioneert er gebrekkig, en de Duitsers happen nauwelijks toe. Een particuliere instelling probeert in Belgie beeldende kunst te verhuren. Men krijgt er nauwelijks voet aan de grond. Maar in Nederland, waar, in tegenstelling tot de buurlanden, particuliere collectioneurs net zo zeldzaam zijn als zeearenden, lenen inmiddels 150.000 mensen bij 44 kunstuitleencentra elk half jaar een kunstwerk voor enkele tot tientallen guldens, al naar gelang de waarde van hun keuze.

Tweederangs

Gaat het echt zo goed met de Nederlandse kunstuitleen? Waar zijn de artotheken zoal gevestigd? Wat hebben ze in huis? Hoe zit het met trends en winkeldochters? En genieten ze nog steeds de reputatie van een instelling voor tweederangs kunstwerken?

Om met het antwoord op de laatste vraag te beginnen: de kunstuitleen is in het offensief. Het imago van een tweederangs instituut vinden de betrokkenen onterecht, verouderd, achterhaald. 'Kunstenaars die vroeger niet in galeries aan bod kwamen, hadden altijd de kunstuitleen nog als afzetgebied en daar danken we onze middelmatige reputatie aan. Maar dat automatisme is inmiddels veranderd, de kwaliteitseisen zijn hoger'. Saskia ter Kuile, hoofd van het Landelijk Bureau van de Federatie Kunstuitleen, is vastberaden: 'We gaan nog strenger selecteren, aan de weg timmeren, een grotere diversiteit bieden en de dienstverlening verbeteren.

'In Zoetermeer kan je voor een tientje een mooie 'fietsband' als sieraad huren om de blits te maken in de schouwburg; dat noem ik diversiteit. Wat die kwaliteit betreft, die laat zich niet door maatschappelijke factoren beinvloeden, zoals de Raad voor de Kunst denkt. Kunst is sinds de Tweede Wereldoorlog reflectie op de kunst. Daarom is eigentijdse beeldende kunst voor velen moeilijk toegankelijk. Men moet er iets van af weten, er moeite voor doen en er tijd voor nemen. De opleidingen tot kunstenaar kunnen wel verbeterd worden, maar de kunstproduktie niet. De kunstuitleen zal daarom bij de collectievorming vaker de krenten uit de pap pikken. Het aanbod is gigantisch, maar kwalitatief goede kunst is beperkt'.

Bij WVC hebben de artotheken inmiddels veel goodwill gekweekt. Eindelijk ziet men dat er een zeldzaam distributienet is ontstaan, dat zich tegen de stroom in heeft ontwikkeld. Maar tegenover die erkenning staat nog geen financiele steun. In menig artotheek moeten vrijwilligers het werk doen. Van de gemeenten zijn weinig extratjes te verwachten. Den Haag probeert al te ontkomen aan haar bijdrage van 80.000 gulden aan exploitatie-gelden. In de onderbezette artotheek van Almelo moet een nieuwe medewerker worden bekostigd uit de pot 'kunstverwerving'.

Het Landelijk Bureau van de kunstuitleen bestaat pas een jaar, maar uit gesprekken met acht artotheekbeheerders, komt een eensgezinde toekomstvisie naar voren: 'We moeten af van het idee dat iedere Nederlander voor zowel een zigeunermeisje als een werk van Jan van den Dobbelsteen bij de kunstuitleen terecht kan. Dat kan dus niet', zegt Moniek Peters in Dordrecht. Rotterdam, Breda en Amsterdam pleiten eveneens voor hogere kwaliteit en een professionelere aanpak op alle fronten. Begrippen als 'marketing', 'doelgroepen' en 'infrastructuur' rollen over de tafel.

Hypotheek

In 1988 ontvingen 4.400 kunstenaars gemiddeld fl.1.400, van de kunstuitleen. Kunst maken is niet lucratief. Het merendeel van de in totaal circa 250.000 beschikbare werken is van kunstenaars ingehuurd, waardoor er een zware hypotheek rust op het budget van menige kunstuitleen. Als huurtegoed ontvangt de kunstenaar voor een werk enkele tientjes tot circa fl.750, per jaar. De totale inkomsten via de kunstuitleen bedroegen in 1988 voor kunstenaars in bijvoorbeeld Overijssel gemiddeld fl.585, en in Utrecht fl.2.696,

Cijfers die sterk uiteenlopen, omdat de ene provincie voornamelijk huurt en de andere koopt.

Om voor de schamele huurvergoeding in aanmerking te komen moet de kunstenaar her en der in het land deelnemen aan selectierondes, waarbij een commissie, met kenners en kunstenaars uit andere steden, een oordeel velt. Tot voor kort organiseerde men tijdelijke 'supermarkten' met kunstwerken. Dat is voorbij. De meeste uitleencentra houden kleinschalige selectierondes om het werk beter te kunnen bekijken. Ze nodigen kunstenaars uit, gaan op galerie- en atelierbezoek en vragen documentatiemateriaal aan. De kunstenaar wordt zodoende een vergeefse reis bespaard, maar hij moet wel investeren in representatief foto- en dia-materiaal, 'en dat kost goud', aldus een Rotterdamse kunstenaar. Om die kosten te besparen zond een beeldhouwer onlangs werktekeningen met afmetingen van zijn beelden op. Zijn informatiemateriaal werd afgewezen.

Steeds vaker ruilen de uitleencentra kunstwerken onderling. Spreiding is een vanzelfsprekendheid geworden. Uitleenbaarheid, kwetsbaarheid en prijs, tot nu toe beslissende factoren bij de selectie, lijken meer een ondergeschikte rol te gaan spelen. Kenmerken als 'ambachtelijkheid', 'professionaliteit' en 'integriteit van de kunstenaar' komen als selectiecriteria luider aan de orde.

'Als je minder voorspelbare kunst in huis haalt ontstaan er discrepanties tussen het aanbod en de smaak van het publiek. Toch weigeren we concessies te doen', zegt Moniek Peters in Dordrecht. In die koppigheid staat zij niet alleen. Jammer, dat artotheek-leden zich kritisch uitlaten over de collecties, maar dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Het publiek moet leren grenzen te overschrijden, moet verder durven te gaan dan het geruststellende plaatjesbehang, zo menen anderen. Als er iemand binnenkomt met de vraag: 'Ik heb een lichte plek op het behang van 50(x)65 centimeter, heeft u daar iets voor?', dan zal de artotheek proberen aan deze onwennige bezoeker een voor hem of haar net zo onwennig kunstwerk uit te lenen, en geen naturalistische paardekop. De artotheek, de kweekvijver van het galeriepubliek, is zich bewust van deze en andere educatieve taken. Zij nodigt schoolklassen uit, organiseert kijk- en leerprojecten en richt tentoonstelligen in.

Fotografie

De voorliefde van de artotheekbezoeker gaat vaak uit naar Cobra-achtig werk: niet te groot, felle kleuren, vage figuratie. 'Nogal wat studenten vallen er voor', zegt Wim Berbers van de SBK aan de Nieuwe Zijds in Amsterdam, die vorig jaar 1.4 miljoen gulden aan kunstenaars kon uitbetalen. 'Cobra is vrolijk, ongedwongen. Het doet blijkbaar aanspraak op het kinderlijke, het avontuurlijke.'

Landelijk gezien rukt de fotografie op. Van reacties op locale ontwikkelingen en evenementen, een foto-biennale bijvoorbeeld, is nauwelijks sprake. In de Dordtse kunstuitleen, gevestigd in een 18de-eeuws pand met wulpse schouwen, ligt de collectie van 25 kunst-videobanden te verstoffen. 'Het schilderij' is verreweg de meest favoriete categorie. In Breda en elders heeft het 'linnen', het echte doek dus, een magische betekenis gekregen, toe te schrijven aan het sensationele nieuws over de miljoenen dollars verslindende 'doeken' van Vincent van Gogh.

'Vroeger koos men kleine prentjes voor een gezellig, donkerbruin interieur. Nu vragen de grote witte wanden om forse, kleurrijke werken', zegt Rinse Rinsma in Leeuwarden. 'Een olieverfschilderij is roofgoed. Het wandelt na binnenkomst meteen de deur uit. Werken achter glas zijn minder gewild, vanwege de spiegeling. Aan video is men hier nog niet toe. Een opname van een openslaand raam met een wapperend gordijn; het is te moeilijk'.

Bij navraag in Leeuwarden, Dordrecht, Breda, Den Haag, Almelo, Almere, Rotterdam en Amsterdam blijken steeds meer artotheek-leden tot koop over te gaan. Dankzij een zogenaamd spaar- of kooptegoed, opgebouwd via huurbedragen, kan een kunstwerk bij de kunstuitleen worden aangekocht. 'We stimuleren de verkoop, er is een duidelijke markt voor, en je zou wel gek zijn als je daar niet in springt', zegt Peters in Dordrecht. Rotterdam verkocht vorig jaar voor twee ton. Tot nu toe voerde men een terughoudend beleid, volgend jaar wil men de klant tot koop gaan stimuleren. Met het nieuw verworven aankoopbudget stapt de artotheek niet alleen naar kunstenaars, maar ook naar galeries, die in de kunstuitleen meestal een gesubsidieerde concurrent, een laffe tegenpartij, ontwaren. Dat verandert nu de artotheek als klant binnenwandelt.

Behalve een toenemende belangstelling voor de aankoop van een geleend kunstwerk, laat zich nog een andere trend signaleren: steeds meer bedrijven ontdekken het voordelige gemak van een geleende kunstcollectie. De SBK in Amsterdam, opent binnenkort in het oostelijk havengebied, op het IJ-eiland van Jo Coenen, een depot om beter aan de vraag te kunnen voldoen. Andere artotheken richten speciale afdelingen in voor grotere formaten en meer samenhangende collecties van een beperkt kunstenaarsbestand, om aan de wensen van het bedrijfsleven tegemoet te komen.

Dordrecht krijgt in 1992 een nog te verbouwen Jugendstil-pand, waar eveneens ruimten voor het bedrijfsleven zijn gereserveerd. Breda bouwt aan de eerste artotheek in Nederland die voor dat doel als zodanig is ontworpen. Alle kunstuitleencentra zijn ondergebracht in bestaande panden, veelal bij bibliotheken. Ze leiden er een sluimerend bestaan, totdat de gemeente ontdekt dat een etalage-achtige locatie aan de straatkant publicitaire wonderen doet. Ook in het nieuwe pand in Breda houdt men rekening met de interesse van de zakenwereld, goed voor een landelijke ledenstijging van tientallen percentages per jaar.

Entertainment

De honderden werken van de bezochte kunstuitleencentra zijn niet in enkele zinnen te kwalificeren. Het merendeel van de collecties is uitgeleend. Niet elke artotheek beschikt over documentatie op dia's, die voldoende recht doet aan een kunstwerk. Een kunstuitleen blijft een winkel van Sinkel. Vaak kom je er dezelfde namen van geroutineerde grafici tegen. Al jaren maken ze grafisch entertainment: hobby en huisvlijt als handige bijverdiensten. Zij slijten her en der dezelfde ets, litho of zeefdruk tegen een voorzichtig prijsje. Zij weten dat de kunstuitleen over beperkte middelen beschikt; 'roofgoed op linnen' is duur in huur en aanschaf. Prenten van sportlieden, stoeiende poesjes, comfortabele abstractjes en zeilboten-op-kalme-zee: ze vinden gretig aftrek bij het publiek. En wat zijn er toch veel 'achtigen' in dit land; de Westerik-achtigen, de Pat Andrea-achtigen, de Schoonhoven-achtigen, de Struycken-achtigen! Die kunstenaars stellen geen daad meer, zoals Wim Berbers van de SBK in Amsterdam het noemt. Hun toekomst bij de kunstuitleen gaat wankelen.

Het ruime aanbod van 'oud' BKR-werk (Beeldende Kunstenaars-regeling) is soms niet om aan te zien. De SBK in Amsterdam wist deze erfenis te 'pareren', daar kon men dan ook een gedurfder assortiment samenstellen van grotere formaten, bekendere namen, zoals Reinier Lucassen, Charlotte Mutsaers, Jan Montijn, Marlo Broekmans, Jaap Hillenius. De artotheek-beheerder in Almelo weet trouwens wel raad met zijn BKR-nalatenschap: 'Als ik iets voor de uitleen in het stadhuis tegenkom, neem ik het gewoon mee, en ik hang er een BKR-werk voor in de plaats'. Leent het BKR-werk zich niet langer voor de uitleen, dan zenden sommige gemeenten het terug naar de kunstenaars. Zijn de makers van destijds onvindbaar of overleden, dan verdwijnt het in permanente opslag. Niemand durft het te vernietigen.

De bezochte kunstuitlenen verbergen tussen alle onschuld af en toe een mooie verrassing. Een grote nachtfoto van een onbarmhartig verlichte markthal in Malaga bijvoorbeeld, gemaakt door Rob Nipels en te vinden in Leeuwarden. In Breda loop je tegen twee koddige houten konijnenbeelden op van Beatrijs Schweitzer, een prent van Pieter Laurens Mol, intrigerende collages van Henk Duyn, zelfs een verdwaalde zeefdruk van Joseph Beuys.

Sommige artotheken hadden de wind mee bij hun oprichting. Ze konden voortbouwen op een kwalitatief hoogstaande collectie. Almere kreeg de verzameling tekeningen en grafiek uit gemeentelijk bezit, gekozen door een kunstdirectie met visie: werk van Jan Schoonhoven, Rob van Koningsbruggen, Kees Smits, Emo Verkerk, Eli Content en Marien Schouten. Breda ontving een omvangrijke collectie grafiek van een brouwerij, vroege bladen van Appel, Lucebert, Corneille, Escher, Visser en Wolvecamp.

Enkele Amsterdamse verzamelaars ontdekten de topklasse van Almere, ze werden lid, kochten hun favorieten op, verhandelden ze soms, om daarna nooit meer naar de Flevo-oase terug te keren. Er zijn meer kunstliefhebbers die jacht maken op bezittingen van de kunstuitleen. Ergens in Gelderland moet een echtpaar wonen dat grafische bladen van Ger Lataster verzamelt. Elk jaar weer dwalen ze met een volle portefeuille door de artotheken. De verleiding is inderdaad groot om als koper snel toe te slaan. In een van de kunstuitlenen hangt tussen de kasten zomaar een tekening-vol-onheil van Ansuya Blom, die net een overzichtstentoonstelling achter de rug heeft in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Een vroeg, mooi en betaalbaar werk; waarom niet even opportunistisch lid worden voor een tientje?

Nogmaals, veel werk is uitgeleend en dus onzichtbaar. Het kwaliteitsoffensief dat de kunstuitleen is begonnen, laat zich niet gemakkelijk signaleren. Kwaliteit is in de beeldende kunst synoniem voor naamsbekendheid, en onwillekeurig zoek je dan ook naar namen. Meestal produceren de 'namen' alleen werk voor musea of exclusieve galeries. Daar bereiken ze dat handjevol Nederlandse collectioneurs, daar verkeren ze in het blijkbaar onontbeerlijke 'waardige collegiale gezelschap'. Het werk van jonge, nog onbekende kunstenaars laat zich moeilijk op waarde schatten als het zo sporadisch in een collectie is opgenomen.

Toch klopt dat niet helemaal, volgens Wim Berbers van de SBK in Amsterdam, want steeds meer gerenommeerde kunstenaars tonen zich wel degelijk bereid om aan de kunstuitleen te leveren, een instelling waar ze zich tot voor kort liever afzijdig van hielden. De kwaliteit van de artotheek-verzameling en de belangstelling van het bedrijfsleven halen hen over de streep. Berbers overweegt zelfs de invoering van een duurder, exclusief artotheek-abonnement, vergelijkbaar met de Golden Card van American Express, voor bruiklenen van 'arrives'. Het riskante vervoer op de fiets van een 20.000 gulden kostend schilderij kan bij deze regeling een handicap gaan vormen.

Drempelvrees

Het oprukkende bedrijfsleven, de Golden Card, de gerenommeerde namen: heeft de kunstuitleen nog steeds de doelgroep van die televisiespot op het oog, dat jonge, niet-kapitaalkrachtige stel? Of bestaat de toekomstige klantenkring uit de 'incrowd' met meer kennis van zaken, met een ruimer budget en met minder drempelvrees dan dat grote publiek waar het eigenlijk allemaal om begonnen was?

'De sociale kunstspreiding is mislukt', zegt Moniek Peeters in Dordrecht. 'Het kunstwerk is en blijft een luxe. Dat is niet mijn mening, maar dat merk je. Uiteindelijk bereik je het grote publiek niet'. Volgens Frank Tiesing in Breda is daar niet de kunstuitleen, maar het onderwijs in dit land debet aan. Kunstgeschiedenis ontbreekt nog steeds op het lesrooster. Onbegrijpelijk, want de belangstelling voor beeldende kunst is groot. Op elke willekeurige kunsthistorische cursus wordt gretig ingeschreven.

De jaren negentig zullen bij de kunstuitleen een nog grotere verzakelijking te zien geven, voorspellen de betrokkenen. Maar dat neemt niet weg dat zij een podium moet blijven voor jonge kunstenaars, voor eigentijdse kunst. Na hun opleiding kunnen de nieuwkomers een beroep doen op de bestaande fondsen, beroepskostenregelingen, maar daarna moeten ze het 'professioneel presenteren' snel onder de knie krijgen. 'De Nederlandse kunstenaar zal leren begrijpen dat de kunstuitleen geen verkapte BKR-instelling is', zegt Lilet Breddels in Almere. 'Velen zijn boos omdat ze van de inkomsten uit de kunstuitleen niet kunnen leven. Ze vergissen zich: dat is nooit de bedoeling geweest'.

Op 31 oktober spreekt minister d'Ancona op het symposium 'De Daad van de Keuze' in Almere t.g.v. '35 jaar Kunstuitleen in Nederland' over kwaliteitscriteria. Op 10 november, de nationale dag van de kunstuitleen, organiseren de kunstuitleencentra manifestaties, zoals tentoonstellingen, uitreiking van goedkope abonnementen, performances etc.