Drie heren en een oor; Blue Velvet (1987) van David Lynch

Toen Blue Velvet van de Amerikaan David Lynch een paar jaar geleden in Nederland uitkwam, was dat typisch een film waar we wat mee aan moesten. Eindelijk weer eens een onamerikaans raadselachtig verhaal; eindelijk weer beelden die onverklaard door je kop konden gaan zeuren; eindelijk weer eens een seksualiteit die zich niet bediende van edeltranspiratie. Gedurende het jaar na de Nederlandse uitbreng deden alle Nederlandse producenten hun subsidieverzoeken dan ook vergezeld gaan van de mededeling: 'onze film wordt een Nederlandse Blue Velvet'.

Er zijn ruwweg vier verwachtingen waarmee je naar een film kunt gaan: 1. de 'ha-vanavond-lekker-uit'-verwachting die je koestert wanneer je naar Murder on the Orient Express gaat; 2. de 'nu-wil-ik-opgewonden-raken'-verwachting, zijnde een verwachting die al het gevolg is van een zekere opgewonden belustheid: daarmee ga je naar een vieze film; deze verwachting is bijna een eis; 3. De 'thans-wil-ik-mij-van-kwaliteit-vergewissen'-venaar een serieuze auteursfilm gaat, en waarover veel meer te zeggen is (deze verwachting hoopt op zelfkennis en emotionaliteit); en 4. de bange verwachting. Over de laatste gaat dit stukje.

Er hing rond Blue Velvet meteen al een sfeer van bange verwachting. Mensen die hem hadden gezien zeiden weinig over de beelden, maar namen onophoudelijk het woord 'verontrustend' in de mond. Ze hadden, viel me op, iets vaag schuldbewusts: alsof ze ondanks iets genoten hadden.

Het was duidelijk dat noch hun 'lekker uit'-, noch hun kunstfilm-, noch hun 'lekker-vies'-verwachting bevredigd was, al leek hun bedruktheid een beetje op die van iemand die onverhoeds pornografie had gezien. Ze hielden wat ze hadden gezien toch maar het liefst geheim. (Heel anders dan wanneer ze een zuivere wraakfilm, a la Total Recall, bezocht zouden hebben: die doet juist spraakwatervallen stromen, daarvan wil men maar al te graag ooggetuigeverslag doen.)

Verwachtingtechnisch is de bange verwachting de beste die een film van te voren kan opwekken. Hij zorgt voor een religieus klimaat. De bioscoop wordt er het donkere mysterium van waar we zus in gaan en zo uitkomen. Met zijn allen niet weten of je elk afzonderlijk niet iets te ergs te zien zult krijgen op deze huiver was ook het brengen van mensenoffers gebaseerd, en op het mensenoffer stoelt zoals bekend onze cultuur. Nadat millennia geleden het mensenoffer in onbruik was geraakt, en versymboold tot de verstrekking van hosties en zelfs nog minder, was er nog eeuwenlang de mogelijkheid om openbare executies bij te wonen. Nu ons in het vrije Westen ook die mogelijkheid is ontvallen rest ons het stieregevecht, de bokswedstrijden op Eurosport, en verder heel sporadisch het spel met het mensenoffer in een enkele film.

Katholiek

Het geheim van Blue Velvet bleek Isabella Rossellini te zijn, wat in deze rol van nachtclubzangers betekende: een volledig onderhorige, doodsbange vrouw met verpletterend kuise oogleden. Het katholicisme van deze film is nauwelijks te overschatten Rossellini is de schuldeloze hoer die geofferd wordt op het altaar van de Lust zonder Last de verslavende begeerte zonder inleving. En zij kan alleen geloven dat iemand iets om haar geeft wanneer zij in plaats van omarmd geslagen wordt.

Dit was dan ook datgene waarover na afloop van de film niemand echt voluit dorst te praten: de enige vrouw die echt als begerenswaard wordt opgevoerd (voor het overige is men, als vrouw, huissloof of bakvis), vraagt de mannelijke hoofdpersoon om haar te slaan. En niet zomaar, als spelletje, maar keihard, als kon de hoofdpersoon alleen maar van haar houden door haar dood te slaan. Van de slag, en vooral: van het afdwingen ervan, wordt door David Lynch veel werk gemaakt. We krijgen de klap zelf overigens nauwelijks te zien, maar wel wordt ons ingepeperd dat het een klap was dwars door de ziel van degeen die slaat: hij overtreedt zichzelf ermee, en zal daarna nooit meer worden wie hij was. Over zijn 'terugkeer' naar de normaliteit van zijn prille verhouding met een schoolvriendinnetje gaat de laatste helft van de film. De inwijding in Rossellini heeft hem buiten de orde geplaatst. Die orde is van nu af aan ironisch.

We krijgen in de loop van de film een reeks curieus verminkte lichamen te zien, en een vermoedelijk onontwarbare, film-noirachtige plot. Het vreemde is niet het verhaal, maar de spanning tussen de volmaakt ironische oppervlakte en de gruwelen daaronder. De provinciale wereld van het houthakkersplaatsje Lumberton, waar het zich allemaal afspeelt, wordt met veel gevoel voor camp opgeroepen als een soort veredeld tulpenplantsoentje. In deze wereld krijgt de vader van de hoofdpersoon een hartaanval; en ergens vlak buiten het plaatsje wordt een los oor gevonden.

Een los oor.

Het wordt in een boterhamzakje gedaan en naar de politie gebracht, en de film gaat op zoek naar de man achter het oor.

Dat het verhaal al grinnikend binnen tien minuten bij de verwarring zaaiende Rossellini is beland, dat is heel vreemd. We kenden, van Bergman, Antonioni en ook wel Bertolucci, de films die het Labyrint Onder de Gordel verkenden maar die waren nooit ironisch... de enige die dat, met behoud van seksuele horror, wel kon zijn was Bunuel, maar die is nooit zo lijfelijk geweest, of laat ik zeggen: pornografisch, als Lynch. Dit is de eerste serieuze film die de unheimliche esthetiek van pornografie (die vooral een kwestie van bepaalde beeldkaders is, van 'effectiviteit') in zich heeft opgenomen.

Aantrekkelijk

Het is allemaal niet makkelijk te verteren. In deze film liggen de werkelijkheden pal naast elkaar. De ene seconde zie je een hartlijder aan een futuristisch infuus: hij leeft nog net, maar wat is dit voor leven?, en de volgende seconde vindt de zoon van deze stervende een los oor, krioelend van de mieren. Weer twee seconden later zien we een sketch voor drie heren en een oor: 'Inspecteur, wat concludeert u uit dit oor?'

En natuurlijk is deze naadloze afwisseling een afbeelding van het moderne leven, waar het sentiment van juist de kinderen uit Pietepaf voorgelezen te hebben wordt gevolgd door beelden op CNN van lichamen verminkt door gas, waarna we een flits van Madonna zien in haar jongste wapenrusting, enfin, dit is gevoeglijk bekend, het is alsof ergens een Onbekende met zijn draadloze paneeltje onze kanalen aftast, en daar maar mee doorgaat omdat hij niet weet wat hij zoekt.

De gevolgen gaan onophoudelijk voor de oorzaken uit, en als iemand in deze heksenketel plotseling geslagen wil worden, keihard geslagen dan stelt zij een kwestie waar je een geheel ander leven voor zou moeten leiden wil je er een begin van een antwoord op leren kennen.

Want hoe zou je reageren op de vrouw die je begeert, en met wie je mee bent gegaan, en nu wil ze eigenlijk doodgeslagen worden? Natuurlijk kun je haar, als zijnde 'film', terzijde schuiven, en denken: zij is een geval, wat zij nodig heeft is een mooi praatprogramma over boze vaders en slechte inrichtingsdirecteuren, maar hoe zit dat dan met je begeerte? Was Rossellini dan niet aantrekkelijk?

Je kunt natuurlijk proberen om je lichaam met terugwerkende kracht te laten liegen, en alsnog beweren dat ze je meteen al, tijdens de eerste scene in de nachtclub toen ze Blue Velvet zong, koud liet, maar dat is natuurlijk een vorm van erotisch Stalinisme: daarmee verschoon je jezelf van je drift, en dat is nu precies wat de publieke seksuele moraal van ons wil: dat we onze erotiek hygienisch denken, en vergymnastieken, en zuiveren van verwarring.

Dus ontkom je niet aan jezelf: door op Rossellini te vallen, samen met de film, viel je op onderhorig en doodsbang. En samen met de film word je, eenmaal 'gevallen', richting klap gestuwd. Het is Lynchs niet geringe macht dat hij ons, of een aantal van ons, zo verbluffend klaprijp maakt.

Dit heeft iets duivels, en tegelijkertijd is het 'waar', je komt iets te weten... De horror van Lynch lijkt dan ook sterk op die van Hitchcock, met dien verstande dat Hitchcock vooralsnog een oneindig veel grotere illusionist is geweest, en veel minder intellectualistisch (er zit aan Blue Velvet een vervelende, psycho-analytische puzzelkant, zeker wanneer je hem herziet).

Dit is de horror die zich afspeelt in de hersenhelft waar ook ons schuldgevoel zit ingebrand. Dertig jaar Seksuele Revolutie en twintig jaar welbespraakt feminisme hebben de millennia strafbewustzijn niet uit de wereld geholpen. Het opwindendste, dat is datgene wat wordt ondergaan als het verbodenste, en wil je desondanks toch doen wat je het liefste wil, dan zal het zijn alsof je je voorwerp van liefde daarmee schendt. Of dat werkelijk zo is, en of deze wending in het bewustzijn die wil schenden niet eigenlijk een vorm van zelfoverschatting is, dat doet er tijdens het zien van Blue Velvet weinig toe. Bewezen is, met Rossellini, dat een film die de straffende begeerte als spanningsveld neemt, zeldzaam werkzaam is, en filmgaand Nederland het gevoel gaf en geeft weer eens echt iets cinematografisch te hebben meegemaakt.