Componeren op kantoor; Gesprek met componist Huib Emmer

Componist Huib Emmer houdt wel van een bepaalde stevigheid in muziek. Wanneer we het hebben over Repons van Boulez, dat de avond voor ons gesprek zijn Nederlandse premiere beleefde, blijkt dat Emmer het werk eigenlijk maar in een passage 'echt' goed vond: wanneer Boulez, dichtbij het slot, met een strenge regelmaat zwaar aangezette accenten voor het hele ensemble voorschrijft. Waarschijnlijk is die fixatie op een herkenbare puls in muziek een overblijfsel van Emmers voorgeschiedenis als popmuzikant.

Huib Emmer (1951) speelde in verschillende popbands voor hij in 1973 besloot compositie te gaan studeren bij Jan van Vlijmen en Peter Schat aan het conservatorium in Den Haag. De muzikale mogelijkheden van de popmuziek bevredigden hem niet langer. In de eerste jaren van zijn studie was de belangstelling voor het genre even geheel verdwenen, nu is het gewoon een van de soorten muziek waar hij naar luistert. 'Het belangrijkste dat ik van popmuziek heb overgehouden, ' zegt Emmer, 'is een bepaalde articulatie van het ritme. Popmusici durven zwaardere accenten te geven dan conservatoriumstudenten. Een akkoord op een eerste tel bij Mahler of Haydn is anders dan bij Jimi Hendrix. Ik ben in mijn muziek op zoek naar dat laatste, maar niet om popmuziek en moderne gecomponeerde muziek doelbewust te vermengen. Daarvoor bijten ze elkaar te veel.'

Huib Emmer schreef zijn eerste (officiele) compositie, Montage (1977), voor het ensemble Hoketus, dat werd opgericht door Louis Andriessen en waarin Emmer zelf basgitaar speelde. Voor Leo Samama was dat, in zijn boek Zeventig jaar Nederlandse muziek, 1915-1985, aanleiding om Emmer, samen met andere 'volgelingen' van Louis Andriessen, in te delen bij de 'Nieuwe Haagse School'. Emmer: 'Ik ben geen leerling van Andriessen. Waarschijnlijk doelt Samama op de belangstelling bij de genoemde componisten voor popmuziek en voor een ritmiek die meer gaat over pulsen dan over toonduren. Verder verwijst de term Nieuwe Haagse School naar de minimal-achtige muziek van Hoketus, maar daar reken ik mijzelf beslist niet toe. Montage is weliswaar geschreven voor Hoketus, maar wijkt nogal af van de gebruikelijke stijl van het ensemble.

'Ik was in die tijd geinteresseerd in de films van de Russische regisseur Dziga Vertov. De montage-techniek die hij hanteert heb ik geprobeerd om te zetten in muziek, vooral door het zoeken naar een andere opbouw van de compositie: niet het eenvoudige begin-midden-einde, maar continuiteit door middel van een gemonteerde vorm. Het werk is geschreven voor piano en instrumentaal ensemble, die elkaar enkele keren afwisselen en als muzikale blokken tegenover elkaar zijn geplaatst. Zo ontstaat een soort ritme van blokken.'

Gepiep

De muziek van Huib Emmer klinkt over het algemeen hoekig, nuchter en niet zonder een zekere agressie. Verticale lijnen (harmonieen, akkoorden) overheersen de horizontale lijnen (melodieen). Emmer: 'Ik denk in akkoorden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het instrument dat ik nu bespeel, de slaggitaar. Maar die verticaal gerichte klankvoorstelling wordt de laatste jaren wel minder. Bij vocale muziek kun je niet denken in akkoorden. Dat was een van de redenen om een opera te schrijven. Daarin moest ik een balans vinden tussen de verticale en horizontale beweging in de muziek. Ik heb daarvoor veel geluisterd naar de meerstemmige muziek van Ockegem en de late Strawinsky. Daarin hoor je hoe harmonie en melodie ondeelbaar zijn geworden.'

Een strakke ritmiek en een heldere compositorische opbouw zijn volgens Emmer eigenschappen die de moderne Nederlandse muziek over het algemeen positief onderscheiden van het werk van veel buitenlandse collega's. Emmer: 'Nederlandse componisten streven in het algemeen naar exactheid in de archaische elementen van de muziek: toonhoogte en ritme. Het gaat niet, zoals bij een componist als Brian Ferneyhough, om vage toonwolken en allerlei optellingen van muzikale lagen. Het idee van de new complexity, bijzonder in de mode bij de huidige avant-garde, resulteert slechts in geruis en gepiep, in muziek die dor en 'globaal' is. In stukken van Nederlandse componisten kan een luisteraar meestal direct foute noten herkennen: alles is gehoord, helder en gedifferentieerd.'

Voor Huib Emmer is componeren een full-time beroep. Hij is een regelmatige werker. Dat is nodig omdat hij langzaam schrijft. Hij wijst om zich heen een slordige ruimte van ongeveer drie bij drie, gevuld met een kleine boekenkast, twee tafels, een piano en een oude, 'gemakkelijke' stoel en zegt: 'Dit is mijn kantoor.' Hier zit hij dagelijks gemiddeld een uur of zes, om uiteindelijk twee tot drie uur geconcentreerd te werken. Hij loopt tijdens zijn werk veelvuldig op en neer tussen bureau en piano. 'De muzikale wereld zijn die toetsen, ' zegt Emmer wijzend op de piano. 'Als ik aan een nieuw stuk begin, heb ik een voorstelling van de klank. Meestal ontdek ik intervalcombinaties die mij nieuwsgierig maken. Het materiaal verschilt nooit erg van de vorige keer. Het is in feite de taal die je ontwikkeld hebt. Wat verandert is het gezichtspunt van waaruit je wilt werken. Als ik dat eenmaal gevonden heb, komt de rest vanzelf, al moet ik tijdens het componeren natuurlijk steeds weer nieuwe problemen oplossen.'

Een compositie is volgens Huib Emmer een 'zichzelf vormende vorm', die ontstaat tijden het schrijven. Maar als dat zo is, hoe merkt hij dan dat het werk af is?

'Op dat moment ontstaat het gevoel dat ik alles uit het materiaal heb gehaald wat erin zit. Wanneer je als componist een muzikale spanningsboog weet op te bouwen van een minuut of twaalf, dan is dat een enorme lengte. Vergeleken met de stukken van romantische componisten is dat natuurlijk niet zo lang. Maar dat zegt niets over de inhoud van mededeling. Thelonius Monk had meestal maar twee minuten nodig, Wagner veel langer.'

Als ik zeg dat muziek een nogal abstracte kunstvorm is, reageert Emmer verbaasd: 'Muziek gaat over ritme, over tonen en over intervallen, voor wie die taal begrijpt is dat niet abstract. Naar de 'inhoud' van mijn muziek moet je mij niet vragen. Zelfs al zou ik daarover iets weten te zeggen, dan zou ik het waarschijnlijk niet doen. Er zijn dingen die ongezegd moeten blijven.'

Stevig

De muziek die Huib Emmer schreef voor Bethlehem Hospital, de opera die komende donderdag in premiere gaat, is dan ook niet gecomponeerd als een soort illustratieve muziek Emmers muzikale taal is dezelfde gebleven: stevig, bij vlagen agressief, alleen het aantal lyrische momenten is toegenomen. Emmer begon in 1985 aan de opera die is gebaseerd op leven en werk van de eigenzinnige Engelse dichter William Blake (1757-1827). Drie jaar lang heeft Emmer, regelmatig overleggend met librettist Ken Hollings, aan de opera gewerkt. In die periode maakte hij een muzikale ontwikkeling door die volgens hem in het werk is terug te vinden. De keuze voor zang betekende een poging om in de muziek meer horizontaal te leren denken. Uit onervarenheid met de vocale muziek, begint de componist in de eerste acte met een eenvoudig lied, dan volgen tweestemmigheid en tenslotte zingen alle stemmen gelijktijdig. In de tweede acte is er een ontwikkeling van spreken naar zingen. De vocale polyfonie bereikt een hoogtepunt in de derde acte. 'Eerder was ik daartoe niet in staat, ' aldus Emmer.

Aanvankelijk wilden Emmer en Hollings een opera maken over een bestaand science fiction verhaal, maar de rechten daarop waren al verkocht. Toen kwamen zij op William Blake. Beiden werden ze gefascineerd door zijn poezie en door de merkwaardige persoon. Emmer: 'Ik ben geinteresseerd in deze man die tijdens de Verlichting het materialisme en rationalisme afwees, en de verbeeldingskracht beschouwde als een zinvol alternatief. Over Blake's leven deden allerlei geruchten de ronde. Zo zou hij de laatste twintig jaar van zijn leven hebben doorgebracht in een gesticht. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat Blake niet in een gesticht heeft gezeten. Wel schijnt hij te hebben gezongen op zijn sterfbed.' Als dat geen opera-gegeven is!

De opera, geregisseerd door Johan Simons, wordt uitgevoerd in samenwerking met theatergroep Hollandia. Dat betekent dat er 'op locatie' wordt gespeeld: het Psychiatrisch Centrum Vogelenzang net buiten het dorp Bennebroek ('we vonden het aardig de locatie te baseren op een gerucht'). In het midden van het enorme complex bevindt zich de kerk die voor de gelegenheid is omgebouwd tot theater. Het podium komt als een soort wig de verduisterde zaal in. In de punt staat de dirigent, rechts zit het orkestje, op het podium staan slechts enkele bankjes. De smoezelige, beklemmende atmosfeer die hier is gecreeerd, contrasteert sterk met de frisse en groene omgeving van Vogelenzang.

Het verhaal heeft geen dramatische handeling in de gebruikelijke betekenis, maar de muziek vertoont volgens Huib Emmer wel de normale eigenschappen van een opera: 'Er zijn herkenbare thematische gegevens die permanent een andere gedaante aannemen. De muziek is 'doorgecomponeerd' en gericht op continuiteit. Er zijn geen aria's, daarvoor ontbreekt het in mijn manier van componeren aan virtuositeit. Maar er mag wel op een traditionele manier worden gezongen. Ik roep tijdens de repetities niet constant 'geen vibrato', zolang de toonhoogte maar herkenbaar blijft.'

Nu de muziek af is en de regie het werk overneemt, merkt Huib Emmer hoe de noten een nieuwe betekenis krijgen: 'Een akkoord dat voor mij puur muzikaal werkt, blijkt nu voor de zanger of de acteur het teken om bij voorbeeld een arm omhoog te bewegen. Even heeft de muziek een andere functie gekregen, ze is illustratief geworden.'

Bethlehem Hospital: William Blake in Hell, opera in drie actes van Huib Emmer. Libretto: Ken Hollings, regie: Johan Simons. Te zien: 11, 13, 17, 18, 20, 24 en 25 oktober (21.00u) in de kerk van Psychiatrisch Centrum Vogelenzang, Rijksstraatweg 113, Bennebroek. Informatie: 075-310231.