CDA noemt afwijzing grondtroepen te gehaast

DEN HAAG, 5 okt. Minister Ter Beek van defensie heeft te categorisch en te gehaast gereageerd toen hij een Brits verzoek om ondersteunende grondtroepen voor het Golfgebied afwees. Dat vindt het CDA-Kamerlid Gualtherie van Weezel. 'Hij zegt dat hij alleen een specifiek verzoek van de Verenigde Naties in die richting in overweging zal nemen. Zo hebben we dat niet afgesproken. We hebben in het overleg met de regering wel onze voorkeur voor het werken onder VN-vlag uitgesproken, maar we hebben andere mogelijkheden niet uitgesloten', aldus Van Weezel, die fractiewoordvoerder is voor buitenlands beleid.

Naar zijn mening kan de minister op grond van die afspraken niet zonder meer eventuele Britse, Franse (of ook Amerikaanse) zonder meer afwijzen. 'Wij hebben toch ook die pakken voor chemische oorlogvoering naar Saoedi-Arabie gestuurd. Die dienen toch ook niet om het embargo te handhaven. Waarom zouden we dan ineens geen medische troepen mogen sturen als de Britten daar om vragen?'

Volgens Gualtherie van Weezel is er in het overleg tussen Kamer en regering helemaal geen grens aangegeven, in de zin dat er geen grondtroepen zouden mogen worden gestuurd. 'Ik heb niets van een demarcatielijn gehoord, maar ik wordt tegenwoordig 's ochtend steeds gewekt door minister Ter Beek die voor de radio zegt dat Nederland geen grondtroepen stuurt. Daar had ik dan wel graag even overleg over gehad.'

Van Weezel, evenals zijn fractiegenoot en defensiewoordvoerder Frinking zijn het overigens wel eens met de wijze waarop Ter Beek de zaak rondom kapitein ter zee Van Gurp heeft afgehandeld, de commandant van de taakgroep in de Golf die tegenover het dagblad De Telegraaf kritiek had geuit op het ontbreken van een duidelijke bevelstructuur voor de schepen. Ter Beek gaf de kapitein daarover in het openbaar een standje; hij vond dat de commandant zijn bezwaren op een andere plaats had moeten ventileren.

Frinking vindt de reactie van de minister terecht. 'De kapitein kreeg nota bene de minister op bezoek, de beste man tegenover wie hij zijn bezwaren kon uiten. Waarom moest hij dan de publiciteit zoeken?' Frinking voegt er echter aan toe dat het probleem van de bevelsstructuur blijft bestaan. In dat opzicht heeft Van Gurp gelijk, aldus Frinking.