'Arbeidsbureaus zitten scholing dwars'

GOUDA, 5 okt. Bijna een kwart van de arbeidsbureaus houdt zich niet aan afspraken over omscholing van langdurig werklozen voor een baan in de bouwnijverheid. Dat stelt de Stichting Bouw-Vak-Werk, waarin werkgevers, werknemers en overheid samenwerken om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in de bouwnijverheid beter op elkaar af te stemmen.

Werkgevers en werknemers in de bouwnijverheid kwamen vorig jaar overeen 2500 langdurig werklozen via scholing en stages aan werk te helpen. Met het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid werd afgesproken dat de kandidaten na selectie hooguit een maand zouden hoeven wachten op een scholingsplaats. De arbeidsbureaus, die vallen onder Sociale Zaken, zouden ervoor zorgen dat zij snel op de centra voor vakopleiding (CVV's) terecht kunnen.

De overheid blijkt echter een zwakke schakel in het convenant, zegt vice-voorzitter J. R. van der Glas van Bouw-Vak-Werk. 'Veertien van de 64 arbeidsbureaus laten het afweten. Sommige kandidaten zitten al sinds februari, maart te wachten op omscholing. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.'

Het project geldt als paradepaardje van tripartite aanpak van langdurige werkloosheid. 'Als het niet nakomen van afspraken door arbeidsbureaus een voorbode is, dan ziet het er voor de tripartisering van de arbeidsvoorziening slecht uit', zegt Van der Glas.

Bouw-Vak-Werk heeft zijn beklag over deze gang van zaken gedaan bij Sociale Zaken, zegt Van der Glas, maar de reactie stemde niet gerust. 'Men sprak over een machtsvacuum en zei de arbeidsbureaus onvoldoende in de greep te hebben aan de vooravond van de nieuwe tripartite structuur in de arbeidsvoorziening die officieel op 1 januari in gaat.'

Directeur sector-bemiddeling van Sociale Zaken, drs. C. Pot, zegt de klacht van Bouw-Vak-Werk te kennen. 'Maar het is vervelend dat men er mee naar buiten komt, omdat men tegenover ons niet concreet is geweest.' Hij ontkent dat het ministerie de arbeidsbureaus niet meer in de hand heeft. 'We hebben al enkele keren vrij straf aan de organisatie laten weten dan het van essentieel belang is dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Niets is voor werklozen zo demotiverend als op een wachtlijst voor omscholing terecht te komen.'

Bouw-Vak-Werk heeft zich ten doel gesteld te zorgen voor voldoende vakbekwame bouwvakkers. Als de vooruitzichten voor de bouwnijverheid somber zijn probeert de stichting de instroom van werknemers af te remmen, zijn de vooruitzichten goed dan wordt getracht meer werknemers aan te trekken. Het initiatief werd in 1984 genomen toen de bouwnijverheid kampte met een hardnekkige structurele werkloosheid van 130 duizend bouwvakkers.

Op korte termijn heeft Bouw-Vak-Werk een duidelijke taak. In collectieve arbeidsovereenkomsten is afgesproken dat de stichting 2500 langdurig werklozen aan werk moet helpen. Na drie tot zes maanden omscholing met behoud van uitkering is aansluitend werk voor 21, respectievelijk 18 maanden gegarandeerd tegen CAO-loon.

Door Bouw-Vak-Werk werden uit de kaartenbakken van de arbeidsbureaus in eerste instantie vijfduizend langdurig werklozen gelicht en aangeschreven. Ongeveer de helft reageerde. Na gesprekken bleven 600 kandidaten over die geschikt werden geacht voor werk in de bouwnijverheid en die bereid waren zich te laten om- of bijscholen. 'Van hen volgen er nog maar 227 een opleiding', aldus Van der Glas. 'Er is sprake van een ernstige stagnatie.'

De Bouw-Vak-Werk-bestuurder laakt de trage gang van zaken op veertien arbeidsbureaus. Tot de 'notoire slechterikken' behoren volgens hem de bureaus in Dokkum, Drachten, Heerenveen en Sneek. De overige tien zijn in: Alkmaar, Almelo, Amsterdam, Arnhem, Ede, Enschede, Harderwijk, Hengelo, Utrecht en Zwolle.