Akelig precieze pasjes in de high tech keuken

De liefde voor Janet Jackson begint vroeg. De dame die het publiek fouilleerde had naar haar zeggen opvallend veel schooltassen op opnameapparatuur moeten controleren. Gezeten op de nek van hun ouders, hadden achtjarigen waarschijnlijk het beste zicht op het eerste concert dat het jongste kind van de voormalige Motown-familie in ons land gaf. Lange tijd stond Janet in de schaduw van haar broers, met name Michael. Met de plaat Control (1986) doorbrak ze de anonimiteit en werd ze zelfs voor Michael een te duchten concurrent.

In samenwerking met het producers-duo Jerry Jam en Terry Lewis ontwierp ze een 'open' geluid voor haar nerveuze minimal disco, waarbinnen alle instrumenten en de zang in dienst stonden van het ritme. De rusteloos tikkende percussie-sectie die er uitzag als een high tech keuken en de afgepaste partijen op synthesizer geven de accenten die in vroegere soul door de blazers gespeeld werden. Door hun electronische karakter zijn ze echter nog scherper in het ritme in te passen. Janets weinig expressieve maar nauwgezette dictie completeert dit klankbeeld.

Na haar imposante entree op een uit het podium opstijgende toren speelde ze meteen haar grootste hits: Nasty, Control en What have you done for me lately. Discipline en ritme waren ook van het optreden de steunpilaren, wat ook bleek uit de choreografieen van Janet en haar zes dansers. Voor op het koel belichte podium, aan de zijkanten, of op een stalen overbrugging gaven ze hun akelig synchrone, hoekige danspasjes ten beste.

Gekleed in een elegante robe manteau demonstreerde Janet haar vermogen om tussen al dat tellen en stappen ook nog zuiver te zingen. De band stond verscholen in de schaduw van de brug; daardoor leunde de show helemaal op dit ingestudeerde dansen.

Janet heeft als uitvoerend artiest weinig uitstraling, misschien omdat ze nog weinig ervaring heeft. Zodra ze het publiek toesprak, kwam ze niet verder dan het afgezaagde 'Are you ready to party?'. Zo lijkt het alsof ze zich uit onzekerheid verstopt in technocratische precisie, waarin geen ruimte is voor spontane invallen. En hoe verbluffend ook, soms zou je wensen dat ze even raars deed.