Zolang het goed gaat

KAPITEIN-TER-ZEE A. van Gurp, bevelhebber van het Nederlandse smaldeel dichtbij de Golf, bevindt zich in eminent gezelschap. Ook de grote vlootvoogden van weleer werden bij de uitvoering van zware opdrachten kortgehouden door Haagse bestuurderen. Commandant van Gurp heeft publiekelijk twee bezwaren geuit tegen de geldende richtlijnen. Voor het geval het menens wordt is er geen bevelsstructuur, de twee Nederlandse fregatten zijn dan aan zichzelf overgelaten. Indien schepen van bevriende landen worden aangevallen, mag de Koninklijke Marine niet te hulp komen. Dat is de marine-eer te na.

Hoofdofficier van Gurp heeft zich inmiddels bij minister Ter Beek moeten verantwoorden voor het door hem getoonde gebrek aan discipline. Maar hij had wel de zenuw geraakt in het Haagse beleid met betrekking tot de crisis in de Golf tot dusver. De aanwezigheid van de Nederlandse schepen dient politieke, dus beperkte oogmerken: zij onderstreept de Nederlandse instemming met het optreden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en zij symboliseert, op enige afstand, de Nederlandse solidariteit met de in de Golf opererende bondgenoten. Dat gaat goed zolang er geen vijandelijkheden uitbreken.