Van Lennep (ex-Oeso) hekelt macht van G-7

DEN HAAG, 4 okt. De grote-mogendhedenpolitiek van de Groep van zeven machtigste industrielanden is strijdig met de grondbeginselen van de internationale orde. Nederland heeft belang bij versterking van de multilaterale organisaties en moet de Groep van zeven krachtig bestrijden.

Dit betoogde jhr mr E. van Lennep vanmiddag in een rede ter gelegenheid van het veertigjarige jubileum van de Sociaal-Economische Raad (SER). Volgens de voormalig thesaurier-generaal, ex-secretaris-generaal van de OESO en huidige minister van staat moet Nederland samenwerking zoeken met Belgie en ten aanzien van de Groep van zeven 'een harder beleid voeren' dan tot dusverre is overwogen.

De Groep van zeven bestaat uit de VS, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannie, Italie en Canada. Naast de jaarlijkse topconferenties van de staatshoofden en regeringsleiders van deze landen (aangevuld met de president van de Europese Commissie) vinden enkele keren per jaar bijeenkomsten van hun ministers van financien en centrale bankpresidenten plaats. Op steeds meer terreinen trekt de G-7 beslissingen naar zich toe, waarmee de macht van bestaande internationale instituties, zoals het Internationale Monetaire Fonds of de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, worden uitgehold.

Nederland heeft zich in het verleden nooit veel van de G-7 aangetrokken, betoogde Van Lennep, maar dat veranderde toen begin dit jaar in de G-7 afspraken werden gemaakt om de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa in Londen te vestigen en de hoogste functie in deze bank niet aan ex-minister van financien Ruding toe te wijzen.

Van Lennep noemde als ander voorbeeld van de toenemende macht van de G-7 dat deze aan de OESO te kennen heeft gegeven dat alle voorzitterschappen van de belangrijkste comite's in deze organisatie van 24 industrielanden slechts bekleed mogen worden door functionarissen uit de zeven grootste landen.

In krachtige termen hekelde Van Lennep deze 'grote-mogendhedenpolitiek'. Hij bestempelde de G-7 als 'een directoraat dat zichzelf aan de macht heeft gebracht'. 'Het gaat om het wegdrukken van de bestaande internationale orde, waarbij gelijkheid van rechten en de juiste nadruk op het algemene belang gewaarborgd waren', aldus Van Lennep. Nederland moet een duidelijk beleid ten aanzien van de G-7 formuleren, betoogde Van Lennep. Daarbij moet Nederland niet klagen dat het niet is vertegenwoordigd en evenmin streven naar gezamenlijke vertegenwoordiging met Belgie in Benelux-verband. Nederland moet juist beklemtonen dat de G-7 bijeenkomsten 'fundamenteel strijdig zijn met de grondbeginselen van de ook door de grote landen bij verdrag aanvaarde internationale orde', zei hij.

Nederland moet volgens de minister van staat ophouden te ambieren 'het kleinste land onder de groten te zijn, maar de rol spelen van een leider van de kleinere landen'. Samen met Belgie zou Nederland 'het euvel van het G-7 directoraat' dienen te bestrijden en moeten trachten zo lastig mogelijk te zijn. Uiteindelijk moet het streven gericht zijn op het leggen van een institutionele band tussen de G-7 en de bestaande internationale organisaties.