Ritzen wil fonds voor vervanging zieke leerkracht

ZOETERMEER, 4 okt. Scholen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten zelf een grotere bijdrage gaan leveren aan het terugdringen van het ziekteverzuim. Er komt een fonds voor vervanging bij ziekte waar scholen met een hoog verzuim meer aan moeten bijdragen dan scholen die weinig zieke leerkrachten hebben.

Dit schrijft minister Ritzen (onderwijs) in een notitie aan de Tweede Kamer. Hij kondigt een pakket maatregelen aan om het sterk gestegen ziekteverzuim in het onderwijs een halt toe te roepen. Dit nam toe van 4,7 procent van het totale werk in 1976 naar 7,6 procent in 1989. Vergeleken met andere overheidssectoren is alleen in de gezinszorg het verzuim hoger.

Door de vergrijzing in het onderwijs en de afschaffing van een van de regelingen die vervroegd uittreden mogelijk maken, dreigt een verdere sterke stijging van de huidige ziekteverzuim-cijfers in het onderwijs, aldus de notitie. De minister schat het 'rendementsverlies' in het basis- en voortgezet onderwijs als gevolg van ziekteverzuim op ongeveer 1 miljard gulden.

Ritzen noemt als oorzaken voor het verzuim onder meer de hoge taakbelasting van leerkrachten door problemen in de klas, conflicten met de schoolleiding, en een ongelijke taakverdeling onder docenten. Veel van deze problemen moeten worden opgelost met de introductie van het zogeheten formatiebudgetsysteem, waarover ministerie en bonden al enige tijd onderhandelen. Dit voorziet al in het genoemde vervangingsfonds. Door scholing van de leiding en een aanstelling van leerkrachten die niet meer op lesuren maar op een veertig-urige werkweek is gebaseerd, zouden de taken opnieuw verdeeld moeten worden en het management worden versterkt.

Andere, al ten dele voorgestelde en bestaande, oplossingen zijn: taakvermindering (via arbeidstijdverkorting en VUT) voor oudere leraren, invoering van een tijdelijk verlof, een grotere ontslagbescherming voor arbeidsongeschikten en invoering van een eigen bedrijfsgezondheidszorg.

De protestante en katholieke vakorganisaties schrijven in een reactie invoering van zo'n dienst toe te juichen, maar zeggen de financiele middelen voor de invoering te missen.

Verder vrezen de beide CNV-bonden dat door vergroting van het financieel risico voor de scholen het aannamebeleid van personeel negatief zal worden beinvloed. 'Ongeoorloofde pressie op collega's om bij dreigende ziekte nog maar even vol te houden moet ook niet worden uitgesloten', aldus de bonden.