Polly Peck wereldwijd in opspraak

ATHENE, 4 okt. De moeilijkheden waarin de Britse zakenman Asil Nadir sinds enkele weken verkeert trekken ook in Turkije en Griekenland veel belangstelling, en nog meer op Cyprus, waar hij is geboren en rijk is geworden. Hij was daar de laatste jaren reeds de meest omstreden figuur.

Nadirs onderneming Polly Peck International, oorspronkelijk gespecialiseerd in textiel en sinds 1980 het meest legendarische voorbeeld van razendsnelle groei in het Britse koninkrijk, werd vorige maand het object van het fameuze Bureau voor ernstige fraudezaken. Vermoed werd dat het bedrijf zich jarenlang had schuldig gemaakt aan kunstmatige opdrijving van de prijs van eigen aandelen, door deze met eigen kapitaal te laten opkopen door een spookfirma, South Audley Management.

De berichten leidden twee weken geleden tot een val van 55 procent van Polly Pecks aandelen en vervolgens tot algehele terugneming daarvan op de Londense beurs. Veertig Britse banken trokken hun lopende kredieten in en de 49-jarige Nadir, de in rijkdom 36ste in het Verenigd Koninkrijk die zo gul was in het begunstigen van filantropische instellingen, vloog tot aanvankelijk grote verbazing van velen per Concorde naar New York. Daar bevond zich namelijk de Turkse president, Turgut Ozal, samen met zijn staatsminister voor economische zaken, Gunes Taner, met wie Nadir in het weekeinde besprekingen had. In dat zelfde New York zou Ozal vervolgens een stormachtige ontmoeting hebben gehad met de Britse premier, mevrouw Thatcher.

De dreigende ineenstorting van Nadirs financiele koninkrijk, dat zich met allerlei instellingen tot in Japan uitstrekte, dreigt in de Turkse wereld alle andere onderwerpen te gaan overschaduwen, doordat dat rijk aldaar zijn wortels heeft.

Het was in de late jaren zeventig, na de Turkse verovering van het noorden van Cyprus, dat de Turks-Cyprische leider Rauf Denktash de zakenman, vanaf zijn vroegste jeugd in Londen vertoevend en nauwelijks Turks sprekend, naar Nicosia haalde om de noodlijdende verpakking en export van Cyprus-fruit te gaan aanpakken. De onderneming Sunzest werd een doorslaand succes en verzorgt nu tachtig procent van de afzet van grapefruits, sinaasappelen en citroenen, benevens meer dan de helft van de Noordcyprische aardappelen.

'Nadir is rijk geworden aan de van ons gestolen produkten', aldus de Grieks-Cyprische beschuldiging die de laatste weken weer volop weerklinkt. En dat slaat ook op de drie voormalige Grieks-Cyprische hotels die Nadir in de Turkse zone van Cyprus exploiteert. Zijn Noble Line brengt bovendien met vier vliegtuigen toeristen uit Engeland naar de zone (via Turkije) en over de hele linie kan men zeggen dat Nadir nu circa 35 procent van de economie aldaar controleert. Reeds is de Turkse republiek Noord-Cyprus 'Nadirland' genoemd.

Nadir werd ook krantenkoning, zowel in Noord-Cyprus als in Turkije. De grootste drie kranten in Turks Nicosia zijn nu in zijn handen, benevens een ultramoderne drukkerij. In Istanbul nam hij het serieuze weekblad Nocta over, de boulevardbladen Tan en Gun Aydin alsmede de noodlijdende Gunesh, die onder hem een prachtig geillustreerde kwaliteitskrant werd. Al deze bladen kregen echter strenge instructies met geen woord te schrijven tegen de Turks-Cyprische 'president' Denktash.

Deze leider, alsmede de met hem sympathiserende kranten, en later ook het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, hebben in volle ernst beweerd dat de verdachtmakingen tegen Nadir een Grieks-Cyprische machinatie zijn, onderdeel van Griekse pogingen de controle over Noord-Cyprus terug te krijgen. Londense dag- en weekbladen hebben deze aantijgingen weggelachen: van een instituut als de Serious Fraud Office, die de zaak nu in onderzoek heeft, kan men, na de affaire-Guinness, nauwelijks aannemen dat het zich op sleeptouw laat nemen door Griekse intriges.

Het is duidelijk dat in eerste instantie Denktash door de affaire in ernstige moeilijkheden is geraakt. De Turks-Cyprische kranten die nog niet onder zijn controle waren slaan een uiterst honende toon aan. Dat zijn niet alleen de blaadjes van de linkse oppositie, die bij de laatste verkiezingen vernietigend werd verslagen, maar ook de roemruchte (als men deze term in zulk een klein wereldje mag gebruiken) Halkin Sesi, de krant die vanouds toebehoort aan de familie Kutchuk en aan de vice-president van de in 1960 onafhankelijk geworden eilandrepubliek. Haar oplage was door het optreden van Nadir tot minieme proporties geslonken.

Nadir, nu met hechtenis bedreigd, klampt zich vast aan zijn bronnen in Turkije, waar hij de laatste jaren ook allerlei ondernemingen had opgebouwd waaronder het elektronicabedrijf Vestel. Met president Ozal was hij op intieme voet geraakt; nog begin september opende deze Nadirs nieuwe Sheraton Voyager Hotel in Antalia. Het is dan ook bij Ozal dat Nadir nu moet aankloppen om steun van Turkse banken, die een respectabele voorraad vreemde valuta hebben verzameld. In eerste instantie heeft Nadir 100 miljoen Engelse ponden nodig om het polytech-bedrijf door het ernstigste noodweer van oktober heen te helpen: zijn totale schuld bedraagt 840 miljoen pond.

Particuliere banken in Turkije zullen niet erg happig zijn hierop in te gaan. De drie grote staatsbanken, die het bedrag zonder moeite zullen kunnen leveren, staan onder directie van mannen uit de directe omgeving van Ozal, van wie het jawoord zal moeten komen. De Turkse president moet echter erg oppassen niet te veel betrokken te raken bij een affaire die in de Griekse pers al 'het Turkse Koskotas-schandaal' is genoemd, het schandaal rondom de Griekse bankier Koskotas dat de afgelopen twee jaren de financiele en politieke wereld in Griekenland op haar grondvesten deed schudden.