Polen heeft gevochten, Polen wordt bedankt, Polen wordtvergeten

WARSCHAU, 4 okt. De DDR is verdwenen, Polen heeft sinds woensdag weer een verenigd Duitsland als buurland. 'Wat wordt onze verhouding met Duitsland', zo vragen de Poolse kranten zich dezer dagen angstig af. De stemming in het land varieert van gepaste vriendelijkheid tot groeiende onzekerheid. De Polen beseffen dat de ex-DDR binnen enkele jaren flinke groeicijfers zal laten zien, dat Duitsland de motor van de Europese economie zal worden. Maar waar zal Polen dan staan?

Voorlopig staan de Polen in lange rijen voor de ambassades van de Westerse landen, en die van hun vroegere 'bondgenoten'. Zij hebben visa nodig voor het buurland Duitsland, voor het altijd zo meelevende Frankrijk, voor het sympathieke Nederland en voor de verre vriend de Verenigde Staten. Oostenrijk, het land van asiel tijdens de jaren van het communisme, heeft begin vorige maand de visumplicht voor Polen ingevoerd. En de Tjechoslowaken, voor wie de visaverplichtingen in West-Europa zijn afgeschaft, handhaven de reisbeperkingen voor Polen die in 1981 werden ingesteld door het communistische regime. De Polen worden opgesloten in eigen land, terwijl Europa zich opent en verenigt.

'Wij worden beklemd door een gevoel van discriminatie, ' zei de Poolse minister van buitenlandse zaken, Krzysztof Skubiszewski, deze week tijdens overleg met zijn Europese ambtsgenoten. De Polen, ooit in West-Europa gevierd als de helden in de strijd tegen het communisme, zijn niet meer welkom in Europa. De strijd is gestreden, de Polen worden bedankt. De Duitsers zouden zij deze week de eenheid kunnen vieren onder de Brandenburger Tor als de Polen de afgelopen tien jaren niet zouden hebben besteed (en verspeeld) aan het ondergraven van het communisme?

De problemen van gisteren zijn vergeten, die van morgen staan voor de deur. Duitsland heeft de handen vol aan de opbouw van de ex-DDR en kan niet 35 miljoen Polen economisch adopteren. Daarom blijven de visa's gehandhaafd, hoe bitter dat ook is voor de Polen die het IJzeren Gordijn hebben afgebroken, en nu een nieuw Gordijn aan de Oder zien verschijnen. Het zelfbeklag van Polen ('Europa wil ons niet') is begrijpelijk, maar de Duitse (en Franse, en Nederlandse, en Oostenrijkse) reisbeperkingen zijn dat ook. Europa is bang voor de Polski Szturm, de toestroom van duizenden zwarthandelaren en zwartwerkers.

In Polen is de zwarte handel en het omzeilen van overheidsbepalingen een manier geworden om te overleven. De staat nam alleen en gaf niets. De burgers bleven in de schaarste-economie overeind met ritselen en sjacheren. Duitsers en Oostenrijkers zijn echter niet bijzonder gesteld op dergelijke 'levenswijzen'. Veel Polen beseffen te weinig dat deze manier van handelen de sociale stelsels in andere landen verstoort, vaak stelsels waarvoor generaties decennia werkten. Zij zien buurlanden als warenhuizen waar naar believen kan worden ingekocht om de goederen tegen woekerprijzen weer te verkopen op Poolse markten. Zij zien zwartwerken als een manier om in een paar weken een 'Pools jaarsalaris' te verdienen, tot vreugde van Westerse werkgevers die de betaling van sociale lasten ontduiken. Deze houding is voorstelbaar onder de vele Poolse migranten-in-spe voor hen heeft het sociale stelsel nooit meer betekend dan het innen van voedselbonnen maar zij is geen legitieme reden. De regering in Warschau zou haar burgers moeten voorhouden dat zwarthandelen en zwartwerken desastreus zijn voor de reputatie van Polen: in de buurlanden ligt de term 'schooiers' op de lippen.

Gevaar

Het isolement van Polen, tussen het verenigde Duitsland en de afkalvende Sovjet-Unie, is echter een groot politiek gevaar. Alle politieke instellingen van het land verkeren op het moment in staat van ontbinding: het presidentschap (Jaruzelski vertrekt), de regering (de partijen trekken hun steun in) en het parlement dat een samenraapsel is van facties en splinters.

Polen is weer op zoek naar democratie, terwijl de economie zich in een recessie bevindt: de koopkracht daalt, de werkloosheid stijgt. Het isolement binnen Europa maakt Poolse kiezers ontvankelijk voor retoriek en slogans, te meer omdat een serie verkiezingen voor de deur staat, de eerste (voor de nieuwe president) op 25 november. En retoriek is er al voldoende: Walesa die zich opwerpt als de redder van het Poolse vaderland, de president met de bijl die de kletsmajoren in het parlement wel even de levieten leest en gewoon per decreet regeert. En zijn economische adviseurs die elke dag weer porties voodoo-economics verkopen: Polen moet de schulden van het oude regime (46 miljard dollar) opzeggen, landbouwprodukten uitvoeren naar West-Europa (alsof de EG zit te wachten op Poolse appels en peren) en nieuwe kredieten bestellen. Heel eenvoudig, en veel kiezers volgen deze 'economen' in de valse hoop dat Westerse banken klaar staan om weer miljarden te verstoken in de Poolse economie.

Het isolement maakt gevaren nog gevaarlijker. Polen heeft nooit een functionerende democratie gekend, en tolerantie is niet de meest ontwikkelde eigenschap. De minderheden, Oekraieners en Duitsers, weten er alles van, terwijl de tienduizend joden die Polen nog telt regelmatig opschrikken als ze op een muur, een deur of een verkeersbord het opschrift 'sla een jood dood' zien staan. Het isolement verscherpt tijdens de campagnes het nationalisme en chauvinisme, het gevoel 'in de steek te worden gelaten door Europa', de roep om een redder.

De Poolse katholieke kerk is de enige instelling die de afgelopen tien jaar ongeschonden heeft doorstaan, zij heeft daarom veel gezag. Maar de kerk, die zo'n formidabele rol speelde in de strijd tegen het communisme, is zelf op de stoel van 'partijpoliticus' gaan zitten. De bisschoppen laten godsdienst voorschrijven op de scholen, laten abortus verbieden en tonen weinig begrip voor minderheden. De 'divisies van de paus' blijken de laatste maanden eerder een rem dan een motor voor democratie te zijn. Het zou Europa niet ten goede komen als Polen afglijdt naar de status van een arm land met autoritaire leiders, in de richting van een bananenrepubliek zonder bananen.

De Duitse eenheid plaatst Polen op een kruispunt, de afkalving van de Sovjet-Unie zet het land onder tijdsdruk. De richting waarin Polen gaat (integratie in Europa of verpaupering met de Russen) kan door West-Europa worden beinvloed. De belangrijke keuzes moeten de Polen zelf doen, op 25 november en daarna. Maar West-Europa, de EG en Duitsland bepalen uiteindelijk hoe de Oder er zal uitzien, als een Rijn die is ingevlochten in de economieen van alle oeverstaten of als een Rio Grande, een echte grensrivier waar de rijke Europeanen de arme buren aan de andere kant van het water en het hekwerk proberen te houden.