Plat als een dubbeltje

Cameraman Vittorio Storaro, production designer Richard Sylbert, kostuumontwerpster Milena Canonero en enkele andere 'heads of department' kan de Oscar voor Dick Tracy volgend jaar al bijna niet meer ontgaan. De vormgeving van deze grootscheepse verfilming van Chester Goulds in 1931 voor het eerst gepubliceerde misdaadstrip is zelfs voor Hollywoodbegrippen verbluffend. Consequent gebruik van primaire kleuren, ingenieuze cameratrucages en overdonderende grotestadsdecors, gestileerde kostumering duizenden ambachtslieden hebben zichtbaar hun beste krachten geleend aan een adequate uitvergroting van de gedateerde stripheld tot het mammoetniveau van een blockbuster anno 1990. Het resultaat is een magnifiek story-board, dat naar analogie van het stripidioom niet bang is om een rekwisiet of een personage levensgroot op de voorgrond te plaatsen. Een film met drama, emoties en humor, die enige betrokkenheid bij de kijker bewerkstelligt, is Dick Tracy echter niet geworden. De mobilisatie van al dat talent, geld en inspanning voor een produktie die letterlijk en figuurlijk zo plat als een dubbeltje is maakt de mislukking schrijnend.

Regisseur en hoofdrolspeler Warren Beatty zal de Oscar dus zeker niet krijgen. De voormalige jeune premier, die als maker van films als Reds en Heaven Can Wait zijn prestige wist te verhogen, verdient misschien wel een prijs voor marketing-inspanningen. Na het Amerikaanse commerciele succes van Batman was de markt rijp voor een nieuwe superfilm naar een klassieke stripfiguur. Al was Batman misschien een minder briljante onderneming dan Dick Tracy, er zat relatief nog meer leven en weerbarstigheid in. De verkoop van Beatty's film verliep voor een deel langs dezelfde lijnen van merchandising en publicitair vuurwerk. Niet alleen werd het Amerikaanse publiek zorgvuldig bewerkt met de hernieuwde lancering van de oorspronkelijke strip en bijbehorende t-shirts, ansichtkaarten en prularia, ook de rolbezetting van de film bleef niet onbesproken. Beatty's liefdesrelatie met tegenspeelster Madonna was misschien wel de belangrijkste troef in de marketing mix, maar ook de discrete (nou ja, discrete) gastrollen van Dustin Hoffman en Al Pacino bleven niet lang geheim. Ook de concerttoer van Madonna, waarin ze als Breathless Mahoney enkele liedjes uit Dick Tracy zou zingen, werd zorgvuldig afgestemd op de lancering van de film.

Hoe is het dan toch mogelijk dat er op het doek geen enkele vonk overspringt tussen dit paar van het jaar? Er zit iets meer elektriciteit in de scenes met Beatty's andere tegenspeelster, Glenne Headly als Tess Trueheart, terwijl de eigenlijke liefdesrelatie hun geadopteerde zoontje Charlie Korsmo alias The Kid geldt. Maar ook die sentimentele rode draad smaakt naar voorgebakken suikergoed en een cursus strategisch scenarioschrijven.

Het gevecht tegen de slaap bij het kijken naar Dick Tracy kan nog het best gewonnen worden door van te voren zo min mogelijk kennis te nemen van de alom bekend gemaakte surprises in de film. Het herkennen van Hoffman als de karikaturale mompelaar Mumbles kost weinig moeite. Maar om in de schurk Big Boy Caprice Al Pacino terug te vinden is minder eenvoudig. Het zal wel mode worden om te beweren dat hij de beste acteur is in Dick Tracy, maar dat oordeel wordt dan wel gekleurd door bewondering voor een ster die zijn uiterlijk drastisch durft te veranderen en door de dankbare opgave die de rol van een slechterik nu eenmaal van nature is.

Als men eenmaal uitgekeken is op de schitterende Jugendstil-interieurs, de zwart-wit-garderobe van Madonna en de eersteklas-exemplaren oude auto's, dan valt de verveling nog slechts te verdrijven door het pijnigen van de hersens over die ene vraag: hoe is het mogelijk om met dit budget, dat vakmanschap en die uitgelezen verzameling topacteurs zo weinig 'entertainment' te bieden?