Nepfresco's naast het bed van Mussolini

In Italie is een bezoek aan een tuin of villa even aantrekkelijk als aan een museum. Ten noorden van Luca ligt Villa Salom, voorheen Mansi. De familie Salom heeft problemen. Haar villa moet opengesteld worden om een (tuinonderhoud-)subsidie van de gemeente te krijgen. De villais een van de bekendste van Luca, met uitzicht op een groot weiland, omgeven door hoge bomen en op de achtergrond de kleuren van Toscane. Het huis werd gebouwd in 1500 en in 1634 grondig herbouwd.

In de achttiende eeuw kreeg het de buitenkant die het nu, architectonisch gezien dan, nog heeft. Van de drie beroemde bogen is aan de voorkant nog iets te zien, aan de zij- en achterkant is sinds jaren niets meer gebeurd. Na Giovanni Domenico Mansi (1692- 1769), Italiaans theoloog en kerkhistoricus te Luca, heeft niemand zich meer om het behoud van de villa bekommerd. Er leeft nog een Mansi, een oudere signora van tweeenzestig jaar die haar toevlucht heeft genomen tot een huis dat geen instortingsgevaar kent en dus door de verzekering is goedgekeurd. Haar zoon Giuseppe Salom ging met zijn familie boven in het oude huis wonen. Hij overleed in februari van dit jaar. Een broer van hem is nu bij zijn vrouw en kinderen ingetrokken. We wandelen uren door het romantische park, langsmeertjes en fonteinen, op zoek naar sporen van oude legendes, zoals die van de beeldschone, jonggestorven Lucida Mansi die hier begin 1600 ongelukkig aan haar einde kwam. Plotseling stuiten we op de familie, in levenden, bloten lijve.

Aan de zijkant van het groen hebben ze een knalblauw zwembad aangelegd. Een bordje leidt de bezoekers er netjes omheen. Il nonno oudere Italiaanse mannen willen voor iedereen 'opa' zijn komt ons tegemoet en vraagt of we de villa nu willen komen bezoeken opdat hij hem af kan sluiten. Torre, een jongen van eenjaar of elf, loopt met ons mee. Hij heeft twee ansichtkaarten in zijn hand en vertelt dat alles wat op die kaarten te zien is uit het huis is verdwenen. Er staan nu alleen nog een paar vaal beklede banken en op het verminkte parket liggen gerafelde kleden. Twee bijzondere dingen laat hij zien. Hij toont eenslaapkamertje waar een groot bed staat. 'Hier sliep Benito Mussolini' vertelt hij enthousiast. Ik doe alsof ik het niet versta. Wat langzamer herhaalt hij: 'Ie-de-re keer wan-neer Mus-so-li-ni hier in de buurt was kwam hij naar de villa.' Meer bijzonderheden weet hij niet. Het is ook zo lang geleden, mompelt hij quasi-verlegen. En het andere?

In een achterafkamertje, om diefstalte voorkomen, hangt een zeventiende-eeuwse lamp van glas uit Murano met een doorsnede van ongeveer anderhalve meter. Het is een zeldzaam exemplaar. Eens in de drie jaar komen er vier mannen uit Murano die de lamp naar beneden takelen en ieder blaadje van de lamp onderzoeken en schoonmaken. Niemand anders mag eraan komen. De lamp glinstert zonder daglicht verder op eigen kracht. Il nonno achtervolgt ons. Het wordt tijd om terug te gaan naar de zaal die voor het publiek geopend is. Er hangen meters grote fresco's aan de muur. 'Voel eens' zegt Torre, 'allemaal nep!' Ze zijn van karton. 'We moeten de bezoekers toch iets kunnen laten zien, ' zegt opa verontschuldigend. 'Vroeger waren ze echt, die tijd is voorbij.' Segromignomonte (Luca), Villa Mansi-Salom, Maart t/m november 10-19u. en december t/m februari 10-17u. I giardini d'Italia - uitgebreidegids van Italiaanse tuinen en villa's; Bianca Marta Nobile, Edizioni Calderini, Bologna, ISBN 88 7019 227 X

    • Margot Poll