Langman (ABN Amro) sluit veelomvattende carriere af

AMSTERDAM, 4 okt. Mr.drs. Hartgert Langman treedt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd af als lid van de raad van bestuur van de ABN Amro Holding.

Langman, geboren op 23 februari 1931 te Akkrum (Friesland), werd per 1 juni 1973 benoemd tot lid van de raad van bestuur van de ABN. Na zijn studie aan de VU in Amsterdam, waar hij in 1950 doctoraal examen rechten en in 1953 doctoraal economie deed, was Langman van januari 1951 tot juli 1953 directiesecretaris van winkelbedrijf Simon de Wit. Na de militaire dienst vervulde hij van 1965 tot 1967 diverse functies bij de Koninklijke Maatschappij de Schelde. Als directeur van de Stichting Nederlandse Scheepsbouwindustrie was Langman nauw betrokken bij de herstrukturering van deze sector.

In 1971 werd de VVD'er Langman benoemd tot minister van economische zaken in het kabinet-Biesheuvel. In die functie presenteerde hij de in zijn eigen partij omstreden selectieve investeringsheffing, een plan om investeringen in het westen van het land via heffingen en vergunningen te beperken ten gunste van investeringen elders.

Als lid van de raad van bestuur van de ABN was Langman betrokken bij geruchtmakende zaken als RSV en Ogem. Bij deze laatste was de ABN de leider van het bankensyndicaat dat volgens de curatoren ten onrechte voor honderden miljoenen guldens onderpand verkreeg.

Langman was president-commissaris bij Fokker, een functie die hij in mei 1988 opgaf, nadat binnen de raad van bestuur onoverbrugbare meningsverchillen waren gerezen. Langman was tevens president-commissaris van Kluwer toen deze onderneming werd overvallen door Elsevier. Langman toonde zich toen een principieel tegenstander van onvriendelijke overnemingen. Ook als lid van de commissie-Van der Grinten die in opdracht van het beursbestuur onderzocht in hoeverre het gebruik van beschermingsconstructies wenselijk was. In februari van dit jaar trad Langman af als vice-voorzitter van de raad van commissarissen van Wolters Kluwer wegens verschil van inzicht over het te voeren beleid.