Laatste onderhoud tussen Saddam Hussein en Amerikaanseambassadeur in week voor inval; 'Wij hebben geen mening over uwgrensgeschil'

Op 25 juli jongstleden ontbood president Saddam Hussein van Irak de ambassadeur van de Verenigde Staten in Bagdad, April Glaspie, in het laatste contact op diplomatiek niveau dat hij had voor de Iraakse invasie van Koeweit op 2 augustus jongstleden. In een mengeling van toespelingen en onverbloemde dreigementen legde Saddam Hussein na een lange inleidende monoloog zijn aanvalskaarten op tafel. Glaspie gaf daarop geen rechtstreeks commentaar, maar deed wel de opmerkelijke uitspraak dat de Verenigde Staten 'geen mening' hadden over het grensgeschil met Koeweit.

Sadam Hussein: Ik heb u hier vandaag ontboden om een diepgaand diplomatiek onderhoud met u te hebben. Dit is een boodschap aan president Bush.

U weet dat we tot 1984 geen betrekkingen onderhielden met de VS en u kent de omstandigheden en aanleidingen die de breuk hebben veroorzaakt. De beslissing om de betrekkingen met de VS te herstellen werd genomen in 1980, twee maanden voordat de oorlog tussen ons en Iran uitbrak. *

Toen de oorlog uitbrak hebben we mede om misvattingen te voorkomen het aanknopen van betrekkingen uitgesteld in de hoop dat de oorlog snel zou eindigen. Maar om te onderstrepen dat we een onafhankelijk land zijn, was het belangrijk de betrekkingen met de Verenigde Staten te herstellen en we besloten dit te doen in 1984.

Het spreekt vanzelf dat wij de Verenigde Staten niet beschouwen als bij voorbeeld Groot-Britannie, met zijn historische betrekkingen met landen in het Midden-Oosten, inclusief Irak. Bovendien bestonden er tussen 1967 en 1984 geen betrekkingen tussen Irak en de Verenigde Staten. Het zou voor de VS daardoor moeilijk kunnen zijn een aantal zaken in Irak volledig te doorgronden. Toen de relaties waren hersteld hoopten we op een betere verhouding en betere samenwerking omdat wij op onze beurt de achtergrond van vele Amerikaanse beslissingen niet begrijpen.

Wij hebben met elkaar te maken gehad tijdens de oorlog en die contacten hebben zich op verschillende niveaus afgespeeld. De belangrijkste lagen op het niveau van de ministers van buitenlandse zaken.

We hadden gehoopt op een beter wederzijds begrip en op een grotere kans op een samenwerking waarvan onze volken en de overige Arabische landen zouden profiteren. Maar in die betere verhoudingen zijn tal van breuken ontstaan. De ernstigste was in 1986, slechts twee jaar na het aanknopen van de betrekkingen, door wat bekend werd als de Irangate-affaire. Dat gebeurde in het jaar dat Iran het schiereiland van Fao bezette.

Men zou verwachten dat oude betrekkingen en belangenverstrengeling vele vergissingen zouden absorberen. Maar als het om beperkte belangen gaat en de betrekkingen niet oud zijn, ontbreekt het begrip en kunnen vergissingen negatieve gevolgen krijgen. Soms zijn de gevolgen van een vergissing groter dan de vergissing zelf.

Ondanks dit alles accepteerden we de verontschuldiging die ons werd overgebracht door een afgezant van de Amerikaanse president voor Irangate, en zijn we weer met een schone lei begonnen. En we zouden het verleden niet moeten oprakelen, tenzij de nieuwe gebeurtenissen ons eraan herinneren dat de oude vergissingen niet op puur toeval berustten.

Onze argwaan nam toe nadat we het Fao-schiereiland hadden bevrijd. De media begonnen zich te bemoeien met onze politiek. En onze argwaan kwam opnieuw naar boven omdat we reden hadden ons af te vragen of de Verenigde Staten wel zo gelukkig waren met de afloop van de oorlog toen we ons land bevrijdden. Het was ons duidelijk dat bepaalde kringen in de Verenigde Staten en ik doel niet op de President zelf maar op die kringen in de inlichtingendiensten en het ministerie van buitenlandse zaken niet gelukkig waren met het feit dat we ons land bevrijdden. In die kringen begonnen publikaties te verschijnen onder de titel 'Wie zal Sadam Hussein opvolgen?' Die kringen zochten vervolgens contact met Golfstaten om daar de angst voor Irak aan te wakkeren in de hoop dat ze die staten ervan konden overtuigen de economische steun aan Irak stop te zetten. En we hebben bewijzen van deze activiteiten.

Iraks oliepolitiek

Irak kwam uit de oorlog tevoorschijn met een schuld van veertig miljard dollar, niet meegerekend de economische hulp van de Arabische landen, die sommigen ook als een schuld beschouwen hoewel ze wisten en dat weet u ook dat zij zonder Irak die hulp nooit zouden hebben kunnen geven en de toekomst van het gebied er zonder Irak volkomen anders zou hebben uitgezien. We werden geconfronteerd met het mechanisme van de dalende olieprijzen. Toen leerden we de Verenigde Staten kennen, Amerika waar altijd over democratie wordt gesproken maar waar men nooit stilstaat bij het gezichtspunt van de ander. Vervolgens begon de campagne tegen Saddam Hussein in de officiele Amerikaanse pers. De Verenigde Staten dachten dat de situatie in Irak was zoals die in Polen, Roemenie of in Tsjechoslowakije. We stoorden ons aan deze campagne, maar niet al te zeer, want we hoopten dat binnen enkele maanden diegenen die het in Amerika voor het zeggen hebben de kans zouden krijgen de feiten te ontdekken. We hadden gehoopt dat de Amerikaanse autoriteiten op korte termijn de juiste beslissingen zouden nemen over hun betrekkingen met Irak. Wie goede betrekkingen heeft kan zich soms een meningsverschil veroorloven.

Maar wanneer men een bewuste politiek voert om de olieprijzen te drukken zonder goede economische redenen, komt dat neer op een economische oorlog tegen Irak. Militaire oorlogen kosten mensen het leven doordat zij doodbloeden en economische oorlogen doden hun menselijkheid door hun te beroven van de kans op een hogere levensstandaard. Zoals u weet hebben we zeeen van bloed geofferd in een oorlog die acht jaar heeft geduurd, maar niet onze menselijkheid verloren. Irakezen hebben het recht om in trots te leven. We accepteren niet dat iemand de Iraakse trots of het Iraakse recht op een hoge levensstandaard zou kunnen beschadigen.

Koeweit en de Unie van Arabische

Emiraten stonden vooraan in deze politiek, die erop gericht was Iraks positie omlaag te drukken

en zijn bevolking een hogere levensstandaard te onthouden. En u weet dat onze verhoudingen met de emiraten en Koeweit goed waren. Hierbij kwam nog dat, terwijl we in een oorlog verwikkeld waren, Koeweit zijn gebied begon uit te breiden ten koste van ons grondgebied.

U zou kunnen zeggen dat dit propaganda is, maar ik zou uw aandacht willen vestigen op een document, de Military Patrol Line, de grenslijn die in 1961 door de Arabische Liga is goedgekeurd, die tot doel had te voorkomen dat militaire patrouilles de Iraaks-Koeweitse grens oversteken.

Maar gaat u zelf maar kijken. U zult de Koeweitse grenspatrouilles ontdekken, de Koeweitse landerijen, de Koeweitse olie-installaties alle zo dicht mogelijk bij de grens om dat land te kunnen bestempelen als Koeweits grondgebied. Van dat ogenblik af is de Koeweitse regering stabiel geweest terwijl de regering van Irak vele veranderingen heeft ondergaan. Zelfs na 1968 en nog tien jaren daarna, hadden we het te druk met onze eigen problemen. Eerst in het Noorden, daarna de oorlog van 1973, en nog meer problemen. Vervolgens kwam de oorlog met Iran die tien jaar geleden begon.

Wij vinden dat de Verenigde Staten moeten begrijpen dat mensen die in luxe en economische zekerheid leven met de Verenigde Staten kunnen samenwerken op grond van legitieme gemeenschappelijke belangen. Maar de mensen die honger lijden en de economisch minderbedeelden kunnen dat niet.

Wij aanvaarden geen dreigementen van wie ook omdat wij voor niemand een bedreiging vormen. Maar wij zeggen duidelijk dat wij hopen dat de Verenigde Staten niet te veel illusies zullen koesteren en nieuwe vrienden zullen zoeken in plaats van het aantal van zijn vijanden te vergroten.

tk Vrienden kiezen

Ik heb de Amerikaanse verklaringen gelezen die gaan over vriendschappen

in dit gebied. Natuurlijk heeft iedereen het recht zijn vrienden te kiezen, daar hebben we geen bezwaar tegen. Maar u weet dat u niet uw vrienden tijdens de oorlog met Iran hebt beschermd. Ik verzeker u dat, als de Iraniers het gebied onder de voet hadden gelopen, zij niet waren tegengehouden door de Amerikaanse troepen, behalve misschien als er nucleaire wapens waren gebruikt. Ik wil u niet kleineren. Maar ik hou deze theorie erop na door een blik op de kaart en aard van de Amerikaanse samenleving te werpen. Uw samenleving accepteert in een oorlog niet het verlies van 10.000 mensen. U weet dat Iran instemde met een 'staakt-het-vuren', omdat de Verenigde Staten een van de olieplatforms had gebombardeerd na de bevrijding van het Fao-schiereiland. Is dat Iraks beloning voor zijn rol in het veiligstellen van de stabiliteit in de regio?

Wat zou het betekenen als Amerika zegt nu zijn vrienden te zullen beschermen? Het kan slechts een vooroordeel tegen Irak betekenen. Deze houding, gevoegd bij een aantal publieke verklaringen, heeft de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit aangemoedigd de rechten van Irak te ontkennen.

Ik zeg u duidelijk dat Irak een voor een zijn rechten zal nemen die in het memorandum zijn genoemd. Dat gebeurt misschien niet nu, of binnen een maand of binnen een jaar, maar we zullen ze allemaal nemen. We zijn niet het soort mensen dat afstand doet van zijn rechten. Er is geen historische grond, of noodzaak voor de Verenigde Arabisch Emiraten, of voor Koeweit om ons van onze rechten te beroven.

De Verenigde Staten moeten een beter begrip tonen voor de situatie en verklaren met wie zij betrekkingen willen onderhouden en wie hun vijanden zijn. Maar zij zouden niet vijanden moeten maken om het simpele feit dat anderen verschillende gezichtspunten hebben over het Arabisch-Israelisch conflict.

Wij hebben begrip voor de verklaring van Amerika dat het verzekerd wil zijn van een ongestoorde olietoevoer. Amerika zegt dat het vriendschap zoekt met de landen in de regio en dat het hun gemeenschappelijke belangen wil versterken. Maar we kunnen geen begrip hebben voor de aanmoediging aan bepaalde partijen in de regio om schade aan de belangen van Irak toe te brengen.

De Verenigde Staten willen de olietoevoer veiligstellen. Dat is bekend en begrijpelijk. Maar zij moeten geen methoden toepassen die de Verenigde Staten zelf zeggen af te wijzen door spierballen te tonen en druk uit te oefenen.

Als u druk uitoefent zullen wij druk uitoefenen en geweld gebruiken. We weten dat u ons kunt treffen, ofschoon we u niet bedreigen. Maar wij kunnen u niet treffen. Iedereen kan schade toebrengen, al naar gelang zijn vermogen en omvang. We kunnen niet helemaal naar de Verenigde Staten komen, maar individuele Arabieren kunnen u bereiken.

U kunt naar Irak komen met vliegtuigen en raketten, maar duw ons niet over de rand van ons bestaan. En wanneer we voelen dat u onze trots wilt raken en de Irakezen de mogelijkheid wil onthouden een hoge levensstandaard te bereiken, dan houdt alles voor ons op en rest ons alleen nog de dood. Dan zou het ons niet kunnen schelen of u 100 rakketten afvuurde voor iedere raket die wij op u afvuurden. Want het leven zou zonder trots geen zin hebben.

Het is niet redelijk onze mensen te vragen acht jaar lang zeeen van bloed te vergieten en hun dan te zeggen: 'Nu moet je agressie aanvaarden van Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten of van de Verenigde Staten of Israel. Eerst is ons pijn gedaan en zijn wij van streek geraakt omdat tussen ons en de VEA en Koeweit onenigheid is ontstaan. De oplossing moet worden gevonden in een Arabische contekst en door directe onderhandelingen tussen de Arabische staten. We rekenen Amerika niet tot de vijanden. We plaatsen Amerika tussen onze vrienden omdat we trachten vrienden te zijn. Maar herhaalde Amerikaanse verklaringen van het afgelopen jaar hebben duidelijk gemaakt dat Amerika ons niet als vrienden beschouwt. Maar de Amerikanen zijn vrij te doen wat ze willen.

Wanneer we vriendschap zoeken willen we erkenning van onze trots en van onze vrijheid en het recht om te kiezen. Wij willen onderhandelen in overeenstemming met onze status net zoals we met anderen onderhandelen in overeenstemming met hun status.

We nemen het belang van de andere partij in ogenschouw en zorgen voor onze eigen belangen. En we verwachten van de andere partij dat ze met onze belangen rekening houdt. Wat betekent het dat de Israelische minister van oorlog nu wordt ontboden in de Verenigde Staten? En wat betekenen de krachtige verklaringen die de afgelopen dagen uit Israel komen en de gesprekken over een oorlog die nu dichterbij is dat zij ooit is geweest?

Ik geloof niet dat iemand er minder van wordt door vriendschap met Irak te sluiten. Naar mijn mening heeft de Amerikaanse president geen vergissingen gemaakt wat betreft de Arabieren, hoewel zijn besluit om de dialoog met de PLO in de ijskast te zetten verkeerd was. Maar het lijkt erop dat deze beslissing is genomen om de joodse lobby in de VS tevreden te stellen of als een vorm van strategie om de joodse woede te doen bekoelen alvorens weer te beginnen. Ik hoop dat onze voorgaande conclusie de juiste is. Maar we zullen blijven zeggen dat het een verkeerde beslissing was.

U sust de agressor op zo vele wijzen economisch, politiek en militair en ook in de media. Wanneer komt het ogenblik dat u voor iedere drie tegemoetkomingen aan de agressor de Arabieren slechts eenmaal prijst? April Glaspie: Ik dank u mijnheer de president, en het iseen groot genoegen voor een diplomaat om de president in persoon te kunnen ontmoeten en met hem te praten. Ik begrijp uw boodschap volkomen. Op school hebben we geschiedenis gehad. Wij zijn grootgebracht met de keuze: vrijheid of dood. Ik denk dat u goed weet dat wij als volk onze eigen ervaring hebben met het kolonialisme.

Mijnheer de president, u heeft tijdens dit gesprek vele zaken aangehaald waarop ik niet namens mijn regering kan antwoorden. Maar met uw goedkeuring kan ik u op twee punten antwoorden. U heeft gesproken van vriendschap en dat is gebleken uit de brieven die door onze president aan u zijn gestuurd ter gelegenheid van uw Bevrijdingsdag waar hij naar verwijst. Hussein: Hij was vriendelijk en zijn woorden kondenonze goedkeuring en instemming wegdragen. Glaspie: Zoals u weet heeft hij zich gericht totde Amerikaanse regering om de aanbeveling voor het uitoefenen van handelsembargo af te wijzen. Hussein: Er is niets overgebleven dat wij zouden willen kopen in de Verenigde Staten. Alleen graan. Omdat u, iedere keer als we iets willen kopen zegt dat het verboden is. Ik ben bang dat u op een dag zal zeggen: U gaat uit graan buskruit maken. Glaspie: Ik heb een directeopdracht van de president om betere verhoudingen met Irak te zoeken. Hussein: Maar hoe? Ook wij koesterendeze wens. Maar de zaken ontwikkelen zich tegenstrijdig met deze wens. Glaspie: Hoe meer we praten, hoe kleiner de kans is dat dit zal gebeuren. U noemde bij voorbeeld de kwestie van het artikel dat door de Amerikaanse inlichtingendienst is gepubliceerd en dat is te betreuren. En er is een formeel excuus aangeboden. Hussein: U stelt zich genereusop. Wij zijn Arabieren, en het is voor ons voldoende dat iemand zegt: Het spijt me, ik heb me vergist. Daarna gaan we gewoon door. Maar de campagne in de media ging door. En die zit vol verhalen. Als die verhalen waar zouden zijn zou niemand van streek raken. Maar uit het vervolg kunnen we opmaken dat er een systeem achter zit. Glaspie: Ik heb het programma van Diana Sayer gezienop ABC-televisie. Wat er in dat programma gebeurde was goedkoop en onrechtvaardig. Zo gaat dat nu eenmaal in de Amerikaanse media gebeurt zelfs tegen eigen Amerikaanse politici. Het zijn de methoden die de Westerse pers toepast. Ik ben blij dat u uw stem heeft gevoegd bij die van de diplomaten die zich teweer stellen tegen de media. Omdat uw verschijning, al was het maar voor vijf minuten, ons zou helpen de Amerikanen begrip voor Irak bij te brengen. Dit zou het wederzijdse begrip vergroten. Als de Amerikaanse president de pers onder controle zou hebben was zijn baan heel wat eenvoudiger.

Mijnheer de president, ik wil niet alleen zeggen dat president Bush betere relaties met Irak zou willen, maar dat hij ook een bijdrage van Irak verlangt aan de vrede en vooruitgang in het Midden-Oosten. President Bush is een intelligente man. Hij is niet van plan een economsiche oorlog tegen Irak af te kondigen.

U heeft gelijk. Het is waar wat u zegt, dat wij niet hogere prijzen voor olie willen. Maar ik zou u willen vragen de mogelijkheid te onderzoeken of u niet een te hoge prijs voor olie vraagt. Hussein: Wij willen niet tehoge olieprijzen. En ik wil u eraan herinneren dat ik in 1974 Tariq Aziz op het idee bracht een artikel te schrijven waarin hij de politiek van het kunstmatig hoog houden van de olieprijzen kritiseerde. Het was het eerste Arabische artikel dat deze visie gaf. Tariq Aziz: Onze OPEC-politiek is tegen plotselingestijgingen van olieprijzen. Hussein: Vijfentwintig dollar per vat is geen hoge prijs. Glaspie: Er zijn vele Amerikanen die de prijs graag zouden zien stijgen boven die vijfentwintig dollar, omdat zij uit olieproducerende staten komen. Hussein: De prijs is een keer gedaald tot 12 dollar per vat eneen verlaging van het bescheiden Iraakse budget van 6 tot 7 miljard is een ramp. Glaspie: Ik geloof dat ik het begrijp. Ik heb hier vele jaren gewoond. Ik bewonder uw buitengewone inspanningen voor de wederopbouw van uw land. Ik weet dat u geld nodig heeft. Wij begrijpen dat en wij vinden dat u de gelegenheid moet krijgen het land opnieuw op te bouwen. Maar we hebben geen mening over de interne Arabische conflicten, zoals uw grensgeschil met Koeweit.

Eind jaren zestig werkte ik bij de Amerikaanse ambassade in Koeweit. De opdracht die wij in die periode hadden was dat we over deze kwestie geen mening zouden geven en dat de kwestie niet met Amerika in verband mocht worden gebracht. Wij hopen dat u deze kwestie op een passende wijze kunt oplossen in overleg met president Moebarak. Wij hopen slechts dat deze kwesties snel worden opgelost. Mag ik u in verband hiermee vragen te bekijken hoe onze zienswijze in deze kwestie is?

Mijn visie op de zaak, na vijfentwintig jaar dienst in deze regio, is dat uw doelstelling sterke steun nodig heeft van uw Arabische broeders. Ik spreek nu over olie. Maar u, mijnheer de president, hebt een verschrikkelijke en pijnlijke oorlog gevochten. Om eerlijk te zijn kunnen wij alleen zien dat u een enorme troepenmacht heeft ingezet in het zuiden. Normaal gesproken gaat dat ons niet aan. Maar, gezien in het licht van uw uitspraken op uw nationale feestdag en na lezing van de details in de twee brieven van de minister van buitenlandse zaken, en als wij bovendien de visie van Irak in aanmerking nemen dat de maatregelen die de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit hebben genomen welbeschouwd gelijk staan aan militaire agressie tegen Irak, dan zou het redelijk zijn dat ik bezorgd was.

Dat is de reden dat ik een opdracht heb gekregen om in de geest van de vriendschap niet in de geest van confrontatie uw bedoelingen tebekijken. Ik wil hiermee alleen maar de bezorgdheid van mijn regering aangeven. En ik bedoel niet dat de situatie eenvoudig is. Maar onze bezorgdheid is eenvoudig. Hussein: We vragen niet van mensen omniet bezorgd te zijn als het om de vrede gaat. Dit is een oprecht menselijke gevoel dat we allen hebben. Het is begrijpelijk voor u als supermacht om bezorgd te zijn. Maar wat we vragen is om niet uw bezorgdheid uit te drukken op een manier die een agressor doet geloven dat hij steun krijgt voor zijn agressie.

Wij willen een rechtvaardige oplossing vinden die ons onze rechten geeft maar niet anderen hun rechten ontneemt. Maar tezelfdertijd willen we de andere laten weten dat ons geduld op raakt als de andere partijen zich tegen ons keren.

Als land hebben we het recht op welvaart. We hebben al zoveel kansen verloren. De anderen moeten Iraks beschermersrol waarderen. Zelfs deze Irakees (de president wijst op de tolk) is net zo bitter als alle andere Irakezen. We zijn geen agressoren, maar we accepteren ook geen agressie. We sturen boodschappen en handgeschreven brieven. We hebben alles geprobeerd. We hebben Koning Fahd van Saoedi-Arabie gevraagd een topoverleg te houden tussen vier lidstaten, maar hij stelde een overleg voor tussen de olieministers. Wij hebben hiermee ingestemd. En zoals u weet, is deze bijeenkomst in Jeddah gehouden. Zij heeft een overeenstemming bereikt die niet onze wensen weergaf, maar wij hebben ermee ingestemd.

Slechts twee dagen na deze ontmoeting legde de Koeweitse minister van olie een verklaring af die deze overeenstemming doorkruiste. We hebben de kwestie ook tijdens de Bagdad-top besproken. Ik heb de Arabische vorsten en presidenten gezegd dat sommige broeders een economische oorlog tegen ons voeren. En dat ook zonder wapengebruik oorlog mogelijk is. En dat we dit soort oorlog beschouwen als een militaire actie tegen Irak. Omdat de gevechtskracht van ons leger dan is verkleind, en Iran dan opnieuw oorlog zou gaan voeren waardoor het doelen kan verwezenlijken waartoe het eerder niet in staat was. En als we de kracht van onze verdediging zouden verminderen, dan zou dit Israel kunnen aanmoedigen ons aan te vallen. Ik heb dat gezegd tegen de Arabische koningen en presidenten. Alleen heb ik niet Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten met name genoemd omdat zij mijn gasten waren.

In een eerder stadium had ik afgezanten daarheen gestuurd om hen eraan te herinneren dat onze oorlog ook hun verdediging betrof. Daarom moest de hulp die zij ons hadden gegeven niet worden beschouwd als een schuld. We deden niet meer dan de Verenigde Staten zouden hebben ondernomen tegen iemand die hun belangen had aangetast.

Ik heb hierover ook gesproken met een aantal andere Arabische staten. Ik heb die situatie enige malen via afgezanten of per telefoon uiteengezet aan koning Fahd. Ik sprak met broeder koning Hussein en met sjeik Sahd na de beeindiging van het topoverleg. Ik liep met de sjeik naar het vliegtuig toen hij vertrok uit Mosoel. Hij zei me: 'Wacht alleen tot ik thuis ben. Maar nadat hij zijn bestemming had bereikt waren de verklaringen die daarvandaan kwamen bijzonder slecht niet van hem, maar van de olieminister.

Ook na de Jeddah-overeenkomst, ontvingen we berichten van de geheime dienst, dat zij hadden gezegd zich maar twee maanden aan de overeenkomst te zullen houden. Dan zou hun politiek veranderen. Vertel mij eens wat de Amerikaanse president zou doen als hij zich in een dergelijke situatie zou bevinden? Ik zei dat het heel moeilijk voor mij was om in het openbaar over dergelijke zaken te spreken. Maar we moeten het Iraakse volk dat zich geconfronteerd ziet met economische problemen vertellen wie hiervoor verantwoordelijk was. Glaspie: Ik heb viermooie jaren in Egypte doorgebracht. Hussein: Het Egyptische volk isvriendelijk, goed en een oud volk. De oliemensen zouden de Egyptenaren moeten helpen, maar zij zijn zo gierig als maar kan. Het is pijnlijk te moeten toegeven, maar sommigen worden om hun gierigheid vervelend gevonden. Glaspie: Mijnheer depresident, het zou helpen als u ons een schatting kunt geven van de moeite die uw Arabische broeders zich hebben getroost en of zij iets hebben bereikt. Hussein: Wat dit onderwerp betreftkwamen we met president Mubarak overeen dat de premier van Koeweit een ontmoeting zou hebben met de vice-voorzitter van de Revolutionaire Raad in Saoedi-Arabie omdat de Saoedi's het inititatief hadden genomen voor contacten met ons, geholpen door de pogingen van president Mubarak. Hij heeft mij alleen kortgeleden opgebeld om te zeggen dat de Koeweiti's op deze suggestie zijn ingegaan. Glaspie: Gefeliciteerd! Hussein: Een protocollaireontmoeting zal in Saoedi-Arabie worden gehouden. Daarna zal de ontmoeting naar Bagdad worden verplaatst voor diepgaande directe gesprekken tussen Koeweit en Irak. We hopen dat we enig resultaat zullen bereiken. We hopen dat de lange termijn visie en de werkelijke belangen Koeweits gretigheid zullen matigen. Glaspie: Mag ik u wanneer u verwacht dat sjeik Sahd naar Bagdad komt?

Hussein: Ik vermoed dat het zaterdag of uiterlijk maandag zal zijn. Ik heb broeder Mubarak gezegd dat de ontmoeting in Bagdad zou moeten worden gehouden. U weet dat Mubaraks bezoeken altijd een goed voorteken zijn geweest.

Glaspie: Dat is goed nieuws, gelukgewenst!

Hussein: Broeder president Mubarak heeft mij verteld dat zij bang waren. Ze hebben gezegd dat zich op slechts twintig kilometer afstand ten noorden van de Arabische Liga-grens troepen bevinden. Ik zei hem dat, wie het ook zijn, politie, grenswachten of leger, en hoeveel ook, wij de Koeweiti's ervan moeten overtuigen en ons woord moeten geven dat we tot onze ontmoeting met hen niets zullen ondernemen. Wanneer we elkaar ontmoeten en ontdekken dat er hoop is, zal er niets gebeuren. Maar als we niet in staat zijn een oplossing te vinden dan zal het alleen maar vanzelfsprekend zijn dat Irak zijn ondergang niet zal accepteren, zelfs als wijsheid zich daartegen verzet. Zie daar het goede nieuws. Glaspie: Ik ben van plan om aanstaande maandag naar de Verenigde Staten te gaan. Ik hoop volgende week president Bush in Washington te ontmoeten. Ik dacht mijn reis te moeten uitstellen wegens de problemen waarmee we worden geconfronteerd. Maar nu zal ik maandag op het vliegtuig stappen.