Kunst op het mantelpak maakt van mode nog geen museumstuk

'The Picasso Influence' stond er tien jaar geleden boven een advertentie waarin kleding van Yves Saint-Laurent werd aangeprezen. Het was ten tijde van de grote Picasso-tentoonstelling te Parijs. Dezelfde ontwerper presenteerde in de jaren zestig een sexy minijurkje in de primaire kleuren en blokmotieven van Mondriaan. Over het algemeen wordt Saint-Laurent beschouwd als de ziener onder de ontwerpers. Nu, aan het begin van de jaren negentig lijkt de kunstgolf in de mode helemaal los te barsten. Jean Paul Gaultier gebruikt voor zijn herfstcollectie '90 de spatten van Pollock ter versiering van een conservatief mantelpak, zijn collega Claude Montana neemt de kleuren over van Andy Warhols Marilyn Monroe: acid groen, vlammend fuchsia en het felle geel van Marilyns blonde haar. Christian Lacroix kiest zelfs voor meerdere bronnen: Picasso's 'Paul als Harlekijn' uit 1924, dessins van Raoul Dufy, en de meer abstracte stijl van Willem de Kooning. Alsof ze het onderling hebben afgesproken, zo eensgezind laten de bekende ontwerpers zich door de kunst inspireren. Niet het werk van contemporaine kunstenaars wordt als voorbeeld genomen, geen graffiti van Haring, doeken van Schnabel of varkens van Koons, maar alleen kunst die al in ruime mate is geaccepteerd en die de laatste jaren voor flinke prijzen verkocht wordt. De grens ligt zo'n beetje bij Warhols werk uit '64-'65.

Een naam die regelmatig valt, is die van Henri Matisse. Zelf ontwierp hij ooit dessins voor de stoffen van couturier Paul Poiret (1879-1944), een gegeven dat in de kunsthistorische literatuur angstvallig lijkt te worden verzwegen.

Kunstenaars die zich met mode bezighouden, dat hoort niet. Er zijn schaarse voorbeelden van, waarbij de vriendschap tussen de kunstenaar en de ontwerper meestal de aanleiding was voor de ongebruikelijke samenwerking. Zo wist Elsa Schiaparelli Jean Cocteau over te halen schetsen te maken voor een van haar geborduurde linnen jasjes. Op de schouder van het jasje staat het beroemde Cocteau-profiel, lange golvende gouden haren versieren een mouw.

De grote tentoonstelling 'Matisse in Marokko' die zojuist verplaatst is van New York naar Moskou vormt het gesprek van de dag voor de Newyorkse modewereld. Vooral de kleuren die Matisse uit Marokko haalde, zijn door de ontwerpers opgepakt. Zwart is uit, kleur is in, schrijven de moderedactrices. In de toonaangevende buitenlandse modebladen en in de Nederlandse Elle van september, worden naast de modefoto's de schilderijen afgebeeld, om op die manier de lezer de gelijkenis te laten zien. 'Art for Fashion's Sake', schrijft de Engelse Vogue.

De 'kunsttrend' in de mode betekent geen waardering van mode als zelfstandige kunstvorm. Integendeel. De door kunst geinspireerde kleding lijkt alleen het heersende beeld te bevestigen: mode is oppervlakkig een blik op een schilderij en een nieuwe serie modeartikelen is geboren.

Anne Hollander, kunsthistorica, stoort zich aan het feit dat mode artistiek en wetenschappelijk zo weinig serieus wordt genomen. 'Misschien zou het anders zijn als mode net zo permanent was als architectuur. Mode wordt beschouwd als een oppervlakkig verschijnsel. Wie zich serieus met mode bezighoudt, besteedt bijna automatisch aandacht aan de psychologische of sociale context van kleding. Maar net als bij kunst ligt de essentie van mode in de produkten zelf. De vraag waarom bepaalde kleding opeens populair is, is even interessant als waarom een bepaald schilderij mooi gevonden wordt.'

Ook Leni Coumans, voormalig eigenaresse van Galerie Coumans, kan zich opwinden over de wijze waarop de waarde van mode vaak opzij wordt geschoven. 'Kunst is een expressiemiddel van de mens, kleding ook. Met wat hij aantrekt, presenteert een mens zich aan zijn omgeving. Veel mensen doen daar veel te laatdunkend over.' Coumans mist evenals Hollander wetenschappers die zich met mode bezighouden. In het Stedelijk museum van Amsterdam werd dit jaar de kleding van de Japanse ontwerper Issey Mijake tentoongesteld. In een videofilmpje over zijn werk, zegt hij zichzelf noch als mode-ontwerper noch als kunstenaar te zien. Hij legt ook uit dat hij volgens oud Japans gebruik geen onderscheid maakt tussen kunst en ambacht. 'Ik maak kleding, that's all.' Coumans: 'Wat er in het Stedelijk gebeurt is het prille begin. We hebben wel musea die aandacht besteden aan mode, maar er is weinig ruimte, in figuurlijke zin dan. Vaak worden de mode-afdelingen binnen zo'n museum ook nog tegengewerkt. De Rijksdienst voor Beeldende Kunst koopt van alles aan, maar voor kleding is er geen cent. De mode van de afgelopen vijf jaar is zo spannend geweest en toch blijft er nauwelijks wat van over.'

De tentoonstelling 'Matisse in Marokko' is t/m 20 nov. te zien in het Poesjkin Museum in Moskou. Daarna van 15 dec. t/m 14 febr. in de Hermitage in Leningrad.