Fast-fast-slow

'Met een beetje aandacht en met wat hulp van de juiste ideeen en recepten behoort een verantwoorde en overheerlijke maaltijd voor iedereen tot de mogelijkheden.'

Is het de aankondiging van een kookcursus in Appingedam? Een citaat uit een lesmap over voeding voor sociale opbouwwerkers? Of is de voorlichter van een provinciaal gasbedrijf aan het woord? Nee, de zin staat in een onlangs verspreide, elegante folder van het merkwaardigste verschijnsel dat de huidige fijnproeversrage heeft voortgebracht: de Slow-foodbeweging. Dit 'internationaal samenwerkingsverband van gastronomen' (vertrouw nooit iemand die zich gastronoom noemt) heeft ontdekt dat hamburgers slecht eten zijn. Dat 'onze voeding, als een van de belangrijkste dagelijkse ervaringen, het respect verdient waar het recht op heeft'. Slow food is een beweging van hen die hebben ingezien dat 'Homo Sapiens zijn wijsheid moet hervinden en zich moet verlossen van de snelheid die in staat is van hem een met uitsterven bedreigde soort te maken'.

Snelheid, dat is het grote gevaar. Natuurlijk bedoelen de slow-foodies niet de snelheid die geboden is als je de pas gevangen vis zo vers mogelijk in de winkel wilt hebben. Of de snelheid van werken, vereist om de groenten al dente op het bord te kunnen schikken. Laat staan de snelle produktielijnen in de zuivelindustrie die maken dat wij nu melk kunnnen drinken, zo schoon als weinigen in de geschiedenis voor ons. Daar hebben ze vast niet aan gedacht. De Slow-foodies zijn niet geinteresseerd in tastbare vooruitgang, maar in vage gevoelens van onbehagen. Alles gaat tegenwoordig maar van vlug-vlug, mijn tante zei het ook al. 'Snel in een snackbar een hamburger weghappen, liefst staande eten, ongezond en vet, dat is fast food', zeggen de slowfoodies boos. En met een royaal gebaar omhelzen zij alle kwesties die ook maar enigszins met eten in verband kunnen worden gebracht: regenwouden, ambachtelijkheid, regionale gebruiken, schadelijke stoffen in de landbouw, noem maar op.

Wat zit hier achter?

Je hebt eten dat veel, en eten dat weinig tijd kost. Veel tijd kost het als je zelf brood bakt, sudderpotten maakt en uren moet reizen om zuring, half-belegen Bodegravense knoflookkaas en ganzevet te kopen. Sommige mensen hebben daar aardigheid in. Weinig tijd kost het om naar een snackbar te gaan of een fabrieksrookworst in een schaal instant-wonderstamppot te vleien. Sommige mensen vinden dat het prettigste, of het makkelijkst. De meesten zitten tussen die twee uitersten in en neigen nu eens naar de ene, dan weer naar de andere kant.

Het rare is nu dat veel liefhebbers van zuring, half-belegen Bodegravense knoflookkaas en ganzevet geloven dat zij het beter doen. Dat zij, die zich zo veel moeite getroosten om het beste van het beste te bemachtigen, smaakvoller, ja, diepzinniger leven, kortom, dat zij superieure wezens zijn. Je hebt er die zo prat gaan op hun liefhebberij dat je haast zou denken dat zij minder op de lekkernijen zelf, dan op die vermeende status uit zijn. De een zijn BMW, de ander zijn ganzevet. Maar ja, een BMW valt nogal op, een blikje ganzevet nauwelijks. Wat waarschijnlijk een beetje begon te knagen is dat de publieke opinie die toegewijde lekkerbekken niet echt op hun waarde weet te schatten. Mensen die uit principe geen auto hebben worden geacht om hun idealisme, BMW-bezitters gevreesd om hun acceleratievermogen, maar wie denkt ooit met ontzag aan een fijnproever?

Nu is er de Slow-foodbeweging. 'De beweging paart het persoonlijke plezier van het eten aan een groot gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid', oreert de folder. Wat zullen ze gaan doen? Posten voor de Febo? Ecologische boeren voordragen voor koninklijke onderscheidingen? Wijnproeverijen houden in het Feijenoordstadion? Of toch maar een kookboekje met suddergerechten publiceren?

Als ze bij mij komen zal ik zeggen wat Charlotte Rampling in Le Taxi Mauve tegen Philippe Noiret zei, bij een wat gehaast tete-a-tete: 'I also like it when it's fast.'