Europarlementariers geweerd uit Karabach

MOSKOU, 4 okt. Een delegatie van het Europese Parlement is gisteren Nagorno Karabach, de Armeense enclave in Azerbaidzjan, uitgezet. De Europarlementariers werd op het vliegveld van Stepanakert, de hoofdstad van Karabach, door de commandant van het Sovjet-leger de toegang tot het gebied ontzegd. Zijn motief was dat hij de 'veiligheid van de parlementariers niet kon garanderen'. De politici moesten vervolgens terugvliegen naar de Armeense hoofdstad Jerevan.

In Nagorno Karabach woedt al ruim tweeenhalf jaar een etnische oorlog tussen de christelijke Armeense bewoners van de enclave en de islamitische Azeri. Uit vergelding voor de veelvuldige pogingen van het parlement van Nagorno Karabach om zich aan te sluiten bij het naburige Armenie wordt het gebied door de Azeri nu via een economische blokkade afgesloten van de buitenwereld. Troepen van het Sovjet-leger proberen de openbare orde de afgelopen twee jaar zo goed en kwaad als mogelijk de bewaren. Onderdeel van dat beleid is onder andere om buitenlanders zoveel mogelijk te weren.

Ook voor Westerse journalisten is Nagorno Karabach nagenoeg gesloten, zeker als de strijd oplaait. Eergisteren was dat het geval toen ongeveer tweehonderd islamitische Azeri een dorp in het zuiden van de enclave bestormden en enkele Armeniers verwondden.

Delegatieleider Henri Sabi reageerde verbolgen op de beslissing van de commandant van Stepanakert. Volgens Sabi, Fransman en voorzitter van de commissie voor samenwerking en ontwikkeling van het Europarlement, had de 'goodwill-reis een semi-officieel karakter'. Het doel was niet meer dan het verzamelen van feiten over de 'inter-etnische verhoudingen in de Sovjet-Unie' die van pas zouden kunnen komen bij het bezoek van een delegatie van de Opperste Sovjet van de Unie aan Straatsburg, volgende week. Het weren van de delegatie was een 'schending van het internationale recht', aldus Sabi.