ERIC VAN ZUYLEN TOONT 'ALISSA IN CONCERT' NU OOK IN BIOSCOOP; Met een cello naar het schimmenrijk

In de oorspronkelijke speelfilms van Erik van Zuylen (Blokpost, De Anna, Zjoek en nu Alissa in Concert) maken rationaliteit en onderbewustzijn vaak ruzie met elkaar. Herinneren en vergeten was het geabstraheerde slagveld waar in Zjoek de strijd zich concentreerde. De betwiste grensstreken van taal en muziek spelen in bijna elk van zijn films een prominente rol. Toch zijn het niet de hoge abstractiegraad en de voor een Nederlandse regisseur tamelijk unieke eruditie die Van Zuylen het stigma van een moeilijk toegankelijk filmer hebben bezorgd. Als grootste hinderpaal heb ik altijd ervaren zijn neiging om zichzelf te relativeren en voor de voeten te lopen. De thematische dialectiek wordt regelmatig weerspiegeld door zelfspot, door alledaagse banaliteiten die de kunstzinnige en intellectuele schoonheid van vorm en betoog pootje lichten. Telkens als een van zijn films lijkt te gaan kloppen, steekt Van Zuylen daar zelf weer een stokje voor.

De film Alissa in Concert maakte eerder dit jaar deel uit van een theatervoorstelling, waarin de beide hoofdrolspelers in de film, celliste Frances-Marie Uitti en de wonderbaarlijke Michael Matthews, op het toneel zichzelf becommentarieerden en enigszins bespotten. Misschien is daarom die ironische laag in de op zichzelf staande film minder prominent aanwezig. Het kan ook een kwestie van gewenning zijn aan de eigenaardigheden van een filmer met een consequente stijl, maar Alissa in Concert is de eerste film van Erik van Zuylen die zich zonder reserve laat koesteren en kwetsbaar durft te zijn.

De vergelijking van een film met een droom is een cliche, maar in het geval van Alissa in Concert onvermijdelijk. De chronologie van gebeurtenissen en het verband tussen oorzaak en gevolg worden in films wel vaker opzettelijk binnenstebuiten gekeerd, maar ik ken weinig andere voorbeelden die zo fysiek het gevoel oproepen dat je niet daar komen kan waar je graag naar toe wilt. De gemakkelijkste samenvatting van Alissa's verhaal zou zijn dat ze als een vrouwelijke Orpheus in het schimmenrijk op zoek gaat naar haar verloren geliefde. Maar is die eigenlijk wel dood? Uitti stommelt rond tussen de baren in een als mortuarium dienst doende balzaal (van buiten een casino in een Belgische badplaats, van binnen het Rotterdamse stadhuis). Daar presideren ook ceremoniemeester Guido Lauwaert en koningin van het hiernamaals Pim Lambeau over een groteske menigte balgasten. Alissa speelt er op haar betoverende cello en ziet haar geliefde Justice (Justus?, 'just us'?) in de greep van Lambeau, die hem niet zomaar laat gaan. Maar wie weet is Alissa wel de overledene en herinnert Justice, die aan het begin en einde van de film als verteller optreedt, zich de vrouw die hij toevallig ooit ontmoet heeft. De liefde lijkt niet erg wederkerig, en bestaat wellicht alleen in de ijldroom van Alissa.

De precieze, schijnbaar achteloos passende zwart-wit-fotografie van Alejandro Agresti draagt veel bij aan een Escher-achtig universum van visuele complementen. Wie dat wil, kan er metaforen in vinden voor vervloeiende tegenstellingen, die je ook andersom kunt bekijken. Het mooiste voorbeeld is een tot de rand toe gevuld zwembad dat pal grenst aan de zee. Bij hoog water is er geen zwembad meer, maar de herinnering aan een zwembad, gemarkeerd door een nog boven de waterspiegel uitstekende duiktrap. Zou het ooit echt bestaan hebben?

In de proloog vertelt Michael Matthews dat God de wereld geschapen heeft, omdat Hij iets vergeten was en hoopte dat het Hem weer te binnen zou schieten, als Hij Zijn herinnering zou concretiseren. Matthews is de ideale vertolker om zulke briljante sofismen met beide benen op de grond te debiteren. Het gaat misschien te ver om zijn personage te definieren als de apollinische tegenhanger van het dionysische streven van Uitti, te meer daar hij eerder de fantasiefiguur is dan zij. Behoeft een droomster een nuchtere muze? Alissa in Concert provoceert tot het denken in dergelijke wijsgerige tegenstellingen, tot het definieren van een wereld die pas bestaat bij de gratie van haar eigen schaduw.

Het universum van Alissa in Concert wordt voornamelijk bevolkt door allegorische figuren. Het idee sommige acteurs verschillende personages te laten spelen die feitelijk voor dezelfde idee staan, is bijzonder effectief en volkomen logisch. De hemelse, tijdloze Uitti contrasteert uiteraard met de aardse Matthews. Johan Leysen is de gezagsdrager, die opdrachten geeft en uitvoert zonder ze zelf te begrijpen. Hij vertegenwoordigt de orde, een standpuntloos noodzakelijk kwaad. Pim Lambeau staat als grootmoeder met een schoot vol konijnen en als koppelaarster voor de vruchtbaarheid en de continuiteit. De meest duidelijke en geestige figuur is die van Hans Veerman als de druivenkoopman en de hospes van 'onze Justus'. Zoals Hermes de god was van de kooplui en de dieven, zo is deze 'Droeven' (hij lacht de Engelstalige hoofdrolspelers uit omdat ze het woord 'druiven' niet goed uit kunnen spreken) de droeve ridder van het gezonde verstand. Niet alleen is hij steeds bezig een grijpstuiver te verdienen, zijn gebrek aan fantasie brengt hem ertoe elke uitspraak letterlijk te nemen. De taal wordt door hem gereduceerd tot eenduidige betekenissen en hij lacht te hard om zijn eigen grappen, als de dubbelzinnigheid hem weer eens ontgaat. Droeven dwarsboomt hatelijk Alissa, staat als een cerberus bovenaan de trap die naar Justus' appartement leidt en pakt haar cello af omdat haar vrijer zijn huur niet betaald heeft. Het instrument wordt gemaltraiteerd door zijn vrouw en schoonmoeder, maar met zachte overredingskracht weet Alissa het weer in handen te krijgen. Uitti speelt en brengt de botte vijanden van de verbeeldingskracht in trance, ze zijn gevangen in de bewegingen van een door haar muziek gedicteerde, bizarre dans.

Met de creatie van de door Veerman met verve gespeelde allegorische vertegenwoordiger van materialisme en eenduidigheid, maakt Van Zuylen zijn positie glashelder. Hij haalt er woedend mee uit naar de platte realiteit van onze tijd en geeft zijn eigen rol van buitenstaander relief. Met Alissa in Concert gaat de filmer een gevecht aan tegen het simplisme en degenen die de film van moeilijkdoenerij beschuldigen. Die agressie is nu naar buiten gericht en vrijwaart de rest van de film, een zuiver pleidooi voor schoonheid en evenwicht tussen hart en verstand, van zelfdestructie.