Er rest geen hoop voor de lelijke mens

Dat is het lot van de lelijke jongen: hij hunkert niet alleen naar de allermooiste meisjes, maar hij haat ze bovendien omdat ze het door hun afwijzing alleen nog maar erger maken. Hij is opgesloten in een inrichting, samen met enkele andere manisch-depressieven en gedraagt zich als een cynische pestkop. Alleen zijn galgenhumor houdt hem op de been; als een van de anderen dreigt zich voor een auto te werpen, vraagt hij welk merk.

Een dag lelijk is niet erg is in opdracht van De Kompaan, gespecialiseerd in toneel voor jongeren, geschreven door Rob Chrispijn en Hans Dorrestijn, in wiens oeuvre het thema al vaak werd behandeld. Ik denk dat de peilloze puberproblematiek voor dat publiek zeer herkenbaar is, maar had gewenst dat de schrijvers het wat minder expliciet hadden uitgewerkt. De gevoelens en theorieen van de hoofdpersoon worden voortdurend uitgelegd en dan ook nog in stroef geconstrueerde boekenzinnen ('Wat kan verhinderen dat jij jezelf te gronde richt?') waarmee de jeugdige, onervaren acteurs nauwelijks uit de voeten kunnen. Veel sterker zijn auteurs en spelers in de scenes waarin minder wordt beweerd, maar des te meer gezegd. Hoe kleiner de woorden zijn, hoe beter de voorstelling.

Chrispijn en Dorrestijn geven hun publiek geen sprankje hoop; de toekomst voor de lelijke jongeling is inktzwart. Masturbatie, iets anders zit er voor hen niet op. Zelfs de wraak die de jongen op het mooie meisje wil nemen, slaat in zijn eigen gezicht terug. Het is maar goed dat hij wordt gespeeld door een acteur die volstrekt niet lelijk is en rad van de tongriem gesneden anders zou het helemaal ondraaglijk zijn.