Eerlijke plattelandsnaakten van Anders Zorn

Bij de kunsthandel Douwes Fine Art aan het Rokin in Amsterdam staan wat verloren in een nisje vier vrolijk beschilderde houten paardjes uit het Zweedse Dalarna. Wie hier de lopende verkoop-tentoonstelling met 110 etsen van de Zweedse kunstenaar Anders Zorn (1860-1920) goed bekijkt, begrijpt dat deze volkskunst-souvenirs hier niet voor de toeristen staan. Zorn zelf zou ze neergezet kunnen hebben, omdat hij van dit soort kunsthandwerk hield, al was het kitscherig.

Met zijn tijdgenoten Carl Larsson, die menige meisjesslaapkamer heeft gesierd, en de romantische dierschilder Bruno Liljefors de Zweedse Rien Poortvliet behoort Anders Zorn tot de weinige Zweedse kunstenaars die al tijdens hun leven internationaal beroemd waren. Ze maakten hoge prijzen, die na hun dood alleen maar gestegen zijn. Evenals Larsson heeft Zorn in de jaren tachtig en negentig lange tijd in Frankrijk gewoond en zijn beiden beinvloed door de toen heersende internationale stijlen. Maar terwijl Larssons werk veel art nouveau-elementen bevat is Zorn een echte impressionist gebleven, vooral in zijn schilderijen. In de etsen combineert hij een losse, snelle tekenstijl met een sterk gevoel voor chiaroscuro, waarbij hij, hoe kan het anders, flink door Rembrandt werd beinvloed.

Zorn leerde de etstechniek begin jaren tachtig in Londen bij Axel Herman Haig, van oorsprong een Zweed, die hem met succes bij de Engelse kunsthandel introduceerde. De tentoonstelling bij Douwes begint met een portret van Haig, die wel iets van Manet wegheeft en die met stift en poetsdoek poserend voor een etsplaat een beetje stijfjes is neergezet. Maar die stijfheid ging er bij Zorn gauw af. Vooral de eerste helft van de tentoonstelling bevat veel snelle karakteristieken van tijdgenoten als Max Liebermann, Isabella (Stewart) Gardner en Paul Verlaine. Ik kan me voorstellen dat de geportretteerden bij het zien van het resultaat wel eens moesten slikken.

Anders Zorn is tot zijn dood toe regelmatig blijven etsen; in totaal zijn er 160 werken in deze techniek van hem bekend waarvan nu voor het eerst in Nederland een groot overzicht wordt gegeven. Binnen de tentoonstelling, waarvan ruim de helft te koop is, loopt artistiek gezien een duidelijke scheidslijn die ook met Zorns levenswijze te maken heeft. Het vroegere werk, dat hij vooral in Frankrijk en Amerika maakte, is uitgesproken beter, al is het minder authentiek. De omnibus (1892) en De Waltz (1891) bijvoorbeeld zijn typische tijdsbeelden waarbij grote verwantschap met kunstenaars als Whistler en Boldini bestaat.

In 1896 liet Zorn een grote boerderij bouwen in het dorp Mora waar hij zich steeds meer in de Zweedse volkscultuur ging verdiepen. Van dan af zie je in de etsen de meest bekende Zorn met als specialiteit het Zweedse vrouwelijk naakt, liefst badend in een beekje in de vrije natuur maar ook wel in het halfdonker in de rode gloed van een houtvuur. Met het klimmen der jaren werd Zorns werk steeds erotischer en het publiek stond er bij de kunsthandel letterlijk voor in de rij.

Toch geloof ik niet dat Zorn deze succesvolle Zweedse 'plattelandsnaakten' om zuiver commerciele redenen maakte; daarvoor zijn de meeste toch te eerlijk. Ze zijn eerder een uiting van de intense liefde van de kunstenaar voor zijn volk en vaderland, een vorm van nationalisme die ook duidelijk blijkt uit de bestemming van zijn kapitaal. Hij stichtte behalve een weeshuis en een openluchtmuseum, ook een leerstoel voor Nordic Art en een school waar de Zweedse volkskunst werd onderwezen en gestimuleerd. Vandaar dat we nu nog van die paardjes kunnen kopen.