Een veilig, materialistisch Duitsland

De eenheid van Duitsland is snel en vaardig tot stand gebracht. De Duitsers hebben de wereld weer eens laten zien dat organisatietalent hun sterkste eigenschap is. Alsof het de fusie van twee multi-nationals betrof, zo koel is het karwei aangepakt en geklaard.

Er is nog een andere reden om aan een fusie van ondernemingen te denken: het financiele aspect. Evenals de vereniging van twee bedrijven primair een financiele operatie is, is de vereniging van Oost- en West-Duitsland gekenmerkt door enorme geldelijke transacties. De DDR werd opgekocht en de concurrerende Sovjet-Unie tegelijkertijd afgekocht dat is de kern van de zaak.

De totstandkoming van het nieuwe Duitsland is zo gezien hoogst karakteristiek voor ons burgerlijk-kapitalistische bestel. Hier werd op kolossale schaal gedemonstreerd wat Bertold Brecht ooit zo mooi ironisch typeerde: 'Ist dat notige Geld vorhanden, ist das Ende meistens gut'.

Laten we er niet om treuren. Laten we ons eerder gelukkig prijzen dat de Duitse eenwording, een van de grote gebeurtenissen van deze tijd, zo platvloers is verlopen en zo nuchter wordt beoordeeld. Natuurlijk wordt het woord 'historisch' veel in de mond genomen terecht natuurlijk maar we horen niet of nauwelijks van Schicksalsereignis en Sternstunde en andere, traditioneel-Duitse bolle retoriek.

Het begon allemaal met de simpele constatering en masse: Wir sind das Volk, en het eindigde deze week met enkele sobere plechtigheden, met in het middelpunt de perfecte belichaming van Duitse burgerlijkheid: Helmut Kohl.

In dit beeld past de volslagen afwezigheid van de culturele elite. Reeds is opgemerkt dat in de andere landen, met name Tsjechoslowakije, Polen en Hongarije, intellectuelen en kunstenaars een centrale rol hebben gespeeld in de revolutionaire gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Van Duitsland is dit onmogelijk te zeggen. Voorzover schrijvers zich lieten horen, bleken ze vaak een bijzonder wereldvreemd standpunt te verkondigen.

Ik denk dan aan Gunter Grass, politiek toch geen onbeschreven blad, die temidden van het massale koor: Deutschland einig Vaterland naarstig bleef pleiten voor handhaving van de twee Duitse staten naast elkaar, naar zijn mening een boeiend politiek experiment. Ik denk vooral aan die Oostduitse schrijvers die nog geen jaar geleden in volle ernst opriepen tot 'revolutionaire venieuwing' van de DDR, alsof het totale bankroet van het 'reeel bestaande' Duitse socialisme nog was af te wenden.

Christa Wolf, inmiddels omstreden, ondertekende op 28 november een manifest waarin werd geprotesteerd tegen de 'Ausverkauf unserer materiellen und moralischen Werte' en waarin werd opgeroepen een 'socialistisch alternatief' voor de Bondsrepubliek te ontwikkelen. (Christa Wolf, 'Im Dialog', p. 171)

Helemaal bont maakte het Stefan Heym die de stormloop van de zojuist bevrijde Oostduitse burgers op de Bondsrepubliek typeerde als 'eine Horde von wutigen, die, Rucken an Bauch gedrangt, Hertie und Bilka zustrebten auf der Jagd nach dem glitzernden Tinnef'. Het begroetingsgeld noemde hij 'von den Strategen des kalten Krieges' bedacht. (in: Michael Naumann, Hrg., 'Die Geschichte ist offen', p. 71)

Deze en andere schrijvers prominent in de DDR zijn in de Bondsrepubliek scherp gekritiseerd. Daar is begrip voor op te brengen, ook als men de niet geringe portie triomfalisme van Westduitse zijde wegstreept. Hoe immers valt het te begrijpen dat Duitse intellectuelen, binnen een halve eeuw voor de tweede maal, zich zo grondig verkijken op een totalitair systeem? Hoe is het te rechtvaardigen dat zij zich met alle arrogantie van een bevoorrechte elite, tegenover de massa van de bevolking stellen?

Meer dan in andere landen zijn het de Duitse intellectuelen geweest die bereid waren hun ziel te verkopen, en wel naar beide zijden, aan het communisme en nazisme. Het is helaas maar ten dele juist, zoals zo vaak wordt gezegd, dat het volk van Denker een volk van Henker werd; vele 'denkers' dienden de beulen als wegbereiders en handlangers.

Het is altijd een bron van verbazing geweest dat een zo hoog ontwikkeld volk als het Duitse, politiek zo diep kon vallen, tot tweemaal toe, zoals nu duidelijk is geworden. Misschien moeten we de relatie omkeren; juist intellectuele superioriteit leidt vaak tot politieke naiveteit. Dat geldt zeker indien, zoals in Duitsland, Geist en Bildung op een zo hoog voetstuk worden geplaatst dat de platte werkelijkheid aan het oog is onttrokken.

De produkten van deze intellectuele cultuur zijn even briljant als wereldvreemd: de filosofie van Heidegger, de politieke visie van Spengler, de sociologie van Marcuse, de ethiek van Junger, de poezie van Stefan George.

Ook al stellen zij zich in dienst van een hoogst concreet probleem, Duitse denkers kunnen het niet nalaten heel de kosmos overhoop te halen. Karl Marx was zo'n typische Duitser. Niet tevreden met de toch niet geringe taak de negentiende-eeuwse arbeidersklasse te mobiliseren, rustte hij niet tot hij een utopie had ontworpen die het proletariaat de opdracht gaf heel de mensheidsgeschiedenis tegelijk te beeindigen en te voltooien.

Duitsland is eeuwenlang in de ban geweest van grandioze concepties. Aristocratisch, charismatisch, Pruisisch, Germaans, heroisch, revolutionair en tenslotte het alles overtreffende 'totaal' dat waren de sleutels die de intellectuelen aanboden en die het volk gebruikte om de deur naar de toekomst te openen.

De catastrofe van een halve eeuw geleden heeft aan deze ambities een einde gemaakt. Duitsland is materialistisch geworden, het laatste, het platste maar ook het veiligste -isme dat te bedenken is. Het biedt geen inspirerend schouwspel, dat is waar, maar het is niet slecht voor hun buren als de Duitse denkers eens een tijdlang van grote inspiratie verschoond blijven.