Dag Multatuli, dag Gorter, dag Couperus

De verplichte literatuurlijst voor eindexamenleerlingen van HAVO en VWO is niet overgenomen door de Commissie voor Vernieuwing van het Eindexamen Nederlands. Maandag publiceerde het onderwijsmaandblad Didaktief wat de commissie wel adviseert en dat stemt niet vrolijk. Niet alleen moet het aantal lesuren literatuuronderwijs met vijf tot tien procent worden ingekrompen, HAVO-leerlingen zullen als de staatssecretaris de voorstellen overneemt geen boeken meer lezen van voor 1916. Dag Multatuli! Dag Couperus! Dag Gorter!

Op zijn sterfbed vertelde Piet Wiedijk, beter bekend onder zijn schrijversnaam J. Saks, aan Rik Roland Holst hoe hij als boerenzoon in de buurt van Purmerend literatuuronderwijs had gekregen. Echt bevallen was hem dat niet. Hij moest op school de Overwintering op Nova Zembla omzetten in proza om de waarde van de poezie te leren kennen. Om intellectueel te overleven las hij echter in zijn vrije tijd P. C. Hooft. 'Mijn stiefvader exploiteerde mij', vertelde Wiedijk, 'en liet mij bij de zeug waken als die moest biggen. Daar trok die zeug zich niets van aan, zij sliep en snurkte kalm door, zo om 't half uur wipte er een big uit, er kwamen er zestien, 't stonk alleen erg maar ik heb er toch de hele Granida bij uitgelezen.'

Zo gedreven zijn maar weinigen. Als er al een niet-Neerlandicus rondloopt die de inhoud van Granida, Geeraerdt van Velsen of Baeto kan navertellen, dan komt dit omdat het in een ver verleden verplichte examenstof was. De gemakzuchtigen kozen bij voorkeur Warenar omdat dat als eenvoudig werd aangeprezen.

Was het nuttig, dat lezen van Hooft, Vondel, Bredero? Ach, allicht is er iets van blijven hangen en wie er ooit nog iets mee wil, heeft het tenminste ergens in zijn bewustzijn opgeslagen. Bij de meeste mensen zou daar geen sprake van zijn als ze die auteurs niet hadden moeten lezen voor hun eindexamen. De gemiddelde zestienjarige duikt niet voor zijn plezier in dergelijke, betrekkelijk ontoegankelijke teksten.

Misschien is het wel verdedigbaar een beperkter eindexamen historische letterkunde af te nemen, maar om zoals nu voor de HAVO wordt voorgesteld de complete historische letterkunde als examenstof af te schaffen en de moderne literatuur te laten beginnen bij J. C. Bloem, Adriaan Roland Holst en Jan Greshoff, is geen beperking, maar een amputatie.

Canons

Het ongelooflijkste is natuurlijk dat Multatuli uit het eindexamen-HAVO verdwijnt. In plaats van de verplichte lijst met canons van Anbeek (we krijgen er nog spijt van dat die is afgewezen!), wordt het nu als het ware verboden de Max Havelaar te examineren. Voor HAVO-leerlingen begint de Nederlandse literatuur immers pas in 1916 en alles wat voor die tijd is verschenen telt niet mee. Dat daarmee ook Nederlands grootste dichter, Herman Gorter, uit het beeld verdwijnt, dat Couperus (zijn belangrijkste romans verschenen in de optiek van de eindexamen-commissie voor het ontstaan van de Nederlandse literatuur) door een groot aantal middelbare scholieren niet meer zal worden gelezen, zal de commissie kennelijk een zorg zijn.

De meest plausibele verklaring voor deze drastische devaluatie van het HAVO-literatuur-examen is dat het 'maar' om de HAVO gaat. Is dat niet net zo iets als de ULO vroeger? Een opleiding voor laagbetaalde kantoorklerken en aanverwanten?

Afgezien van het feit dat een dergelijke opvatting nogal beledigend is voor HAVO-leerlingen, is zij ook feitelijk niet juist. HAVO-abiturienten hebben toegang tot het HBO en langs die weg tot de universiteit. Nu al klagen docenten in het Hoger Beroeps Onderwijs over de gebrekkige kwaliteit van studenten met een HAVO-opleiding. Het voorstel om zelfs de meest elementaire kennis van de Nederlandse cultuur-geschiedenis (Max Havelaar, wie is dat?) uit het eindexamenpakket te schrappen, zal die klacht stellig doen toenemen.

De HAVO is geen gemoderniseerde ULO en zelfs al was het dat wel, zou dat geen reden mogen zijn om een bestaand aanbod aan literatuuronderwijs overboord te gooien en scholieren van hun algemene vorming te beroven. Want dat onderwijs meer moet zijn dan het op maat snijden van leerlingen voor een beperkte en vaak saaie beroepspraktijk had de van de HAVO-lijsten geschrapte Multatuli al begrepen: '... onze onderwyzers moesten ons niet ongeschikt maken om iets te leeren na 't verlaten van de school. Zeker zijn zy te verontschuldigen door de eischen van de ouders die, op hun beurt geperst door den toestand van de Maatschappy, wel genoodzaakt zyn, niet zoozeer aantedringen op ontwikkeling van 't rein-menschelyke, en zelfs niet op 't aankweeken van Staatsburgerschap, als wel op beroepsbekwaamheid. Het kind moet worden afgericht tot het verdienen van den 'kost'. Dat is treurig, en niet te veranderen. Althans niet op-eenmaal. (...) Doch we mogen die noodzakelykheid niet meer stem geven dan haar toekomt. (...) Kan de Maatschappy slechts beroepshoedanigheden gebruiken, zyzelf zou hooger staan, en ook voor edeler streven 'n werkkring aanbieden, indien sedert veel geslachten de scholen menschen hadden geleverd. Of jongelieden althans dien men 't menschworden niet moeielyk had gemaakt'. (Idee 828)

Plezier

Goed en uitgebreid literatuuronderwijs, boeken leren lezen, dienen het mensworden bij uitstek.

Maar onderzoeker Van Schooten kent zijn Multatuli even slecht als de toekomstige HAVO-leerlingen. In het onderwijsvakblad Didaktief zegt hij: 'Het gaat er echt niet alleen maar om dat leerlingen plezier hebben in lezen.'

Stel je voor, plezier! Multatuli, Gorter, Couperus: op de lijst komen ze niet meer en voor het plezier mogen ze al helemaal niet gelezen worden. Waarom zou iemand het dan eigenlijk nog doen? Wellicht omdat kunst passie is, zoals Van Deyssel zei, maar op de HAVO moeten ze daar niets van hebben.

Van Deyssel? Nooit van gehoord!