Aura rondom buitenlandse auto verschaft Nissan profijt

ROTTERDAM, 4 okt. Een buitenlandse auto heeft in Japan nog een zeer exclusief aura. Vorig jaar importeerde Japan nog geen 200.000 auto's, rond de drie procent van de totale automarkt. Japanse automakers spelen tegenwoordig in op het zwak van Japanse consumenten voor buitenlandse auto's door produkten uit hun buitenlandse fabrieken op de Japanse markt aan te bieden. Honda en Toyota, de pioniers, hebben zelfs voor het exotisch cachet nadrukkelijk het stuur in hun Amerikaanse produkten links laten zitten in plaats van hen aan te passen voor de linksrijdende Japanner.

Nissan wordt de eerste Japanse autofabrikant die in Europa geproduceerde auto's naar Azie gaat exporteren. Met ingang van volgend jaar krijgen tienduizend Primera's uit Nissans fabriek in Groot-Brittannie als bestemming Taiwan en Japan. De vice-president van Nissan voor internationale operaties, Tetsuo Arakawa, heeft dit deze week op de Motorshow in Parijs bekendgemaakt.

Door auto's uit Europa naar Taiwan te exporteren kunnen Taiwanese restricties op directe export uit Japan worden omzeild. De export terug naar Japan past in de internationalisering van de bedrijfsactiviteiten waar Nissan naar streeft. De Primera is een goede kandidaat voor repatriering omdat ze in de Japanse verkoopcampagne wordt aangeprezen als 'een auto die Europese luxe en comfort belichaamt'.

Nissans plannen voor internationalisatie gaan zo ver dat over een paar jaar de term 'Japanse autofabrikant' nauwelijks meer relevant is. Volgens Arakawa wil Nissan aan het eind van de jaren negentig twee keer zoveel auto's produceren buiten Japan als het vanuit Japan exporteert. Het afgelopen jaar heeft Nissan tegen de 3 miljoen auto's gebouwd, waarvan 645.000 in het buitenland. Van de Japanse produktie werden 990.000 auto's geexporteerd. Dat is een half miljoen minder dan in Nissans topjaar 1986. Deze vermindering bewijst volgens Arakawa dat het Nissan menens is met het reduceren van haar export en dat het Nissan niet te doen is om buitenlandse markten te verstoren.

Op dezelfde Motorshow deed Jacques Calvet, het hoofd van de Franse automaker Peugeot, een hernieuwde oproep om Japan geen ruimere toegang te geven tot de Europese automarkt. Zijn oproep volgde op berichten eerder deze week dat de Europese Commissie en Japan het bijna eens waren over een plan om alle quota tegen het eind van de jaren negentig af te schaffen.

Ook pleitte Calvet ervoor de opening van nieuwe Japanse autofabrieken in Europa te verbieden en de capaciteit van de al bestaande fabrieken te beperken. Calvet haalde met name uit naar Groot-Brittannie, waar de meeste Japanse autofabrikanten hun basis voor Europese produktie hebben opgezet. 'Het begint er meer en meer op te lijken dat Groot-Brittannie Japans vijfde eiland is', aldus Calvet.