Weinig tot niets

TIEN UUR hadden vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en een kabinetsdelegatie gisteren nodig om een schamel akkoord te bereiken over bestrijding van de arbeidsongeschiktheid en de werkloosheid onder minderheden. De gemeenschappelijke verklaringen die het najaarsoverleg over beide punten heeft opgeleverd zijn vooral lang, maar weinig concreet. En aan concreetheid was na het maandenlange getrouwtrek in diverse werkgroepen nu wel eens behoefte. Helaas moet echter worden geconstateerd dat het talmen opnieuw heeft gezegevierd. Werkgevers en werknemers kunnen tevreden zijn: geen van beide zijn ze met hun onwelgevallige zaken belast. Ze hebben hun speelruimte volledig behouden en in die zin is het najaarsoverleg voor althans de sociale partners geslaagd. Maar als het halfjaarlijkse overleg alleen nog maar bedoeld is om de belangenorganisaties zo min mogelijk te binden, of anders gezegd om de overheid zoveel mogelijk op afstand te houden, wordt het dan geen tijd om er maar een streep onder te zetten?

Het akkoord over de bestrijding van de arbeidsongeschiktheid staat weer bol van de goede bedoelingen, maar daar blijft het dan ook bij. En na zoveel jaren van discussie over de WAO, is het maatschappelijke klimaat rijp voor meer dan de uitspraak dat het 'de beleidsmatige inzet van sociale partners en overheid is dat de eerste gunstige effecten nog in 1991 zichtbaar worden.' Het gaat bij de arbeidsongeschiktheid niet om een nieuw probleem. De onbeheersbaarheid van de arbeidsongeschiktheidsregelingen werd reeds eind jaren zeventig onderkend. Thans levert het najaarsoverleg het voornemen op 'om in ieder geval medio 1992 de effecten van de beleidsmaatregelen te evalueren'.

EEN LICHTPUNTJE is dat er nu toch uitzicht bestaat op een akkoord over bestrijding van de werkloosheid onder minderheden. Ook hier is het beleid te lang blijven steken in intenties, waardoor Nederland als het gaat om het percentage werkloze allochtonen bovenaan de ranglijst in de westerse wereld is komen te staan. Wat dat betreft is de overeenkomst met de arbeidsongeschiktheid frappant.

Het leek er lange tijd op dat een breed gedragen akkoord zou worden geblokkeerd door het vasthouden van de FNV aan quotaverplichtingen. De partijen hebben zichzelf nu tot 15 november de tijd gegeven concrete scholings- en banenplannen in te dienen waardoor volgend jaar ruim twaalfduizend allochtonen aan een baan kunnen worden geholpen. Dit is de enig juiste benadering: eerst de kwalificatie dan de baan. Verplicht etnische minderheden in dienst nemen leidt slechts tot stigmatisering zoals het CNV terecht stelt.

Het najaarsoverleg is geheel verlopen zoals verwacht. Partijen die zeiden dat het weinig tot niets zou opleveren hebben gelijk gekregen. Morgen viert de SER zijn veertigjarig bestaan. Een beter moment om de vastgelopen overlegdemocratie kritisch tegen het licht te houden, had er niet kunnen zijn.