Veel wishful thinking in Belgrado; Joegoslavischefederatiekraakt in al haar voegen

BELGRADO, 3 okt. Joegoslavie hoe lang nog? De federatie, datbouwwerk dat dankzij de specie van Tito's persoonlijkheid bijna veertig jaar overeind bleef, kraakt tien jaar na zijn dood in al haar voegen: Slovenie heeft het leger de facto uitgesloten van zijn taak in die republiek, heeft de vorming van eigen defensie-eenheden aangekondigd en heeft besloten de eigen wetten voorrang te geven boven de federale; Servie heeft in zijn tweede grondwet binnen anderhalf jaar Vojvodina en Kosovo de provinciale autonomie ontnomendie nog altijd in de vigerende Joegoslavische grondwet wordt gegarandeerd en dwingt zijn gezag in Kosovo af met de middelen en methoden van een politiestaat en in Kroatie hebben Servische militanten zich onder toeziend oog van de lokale politie en gemeentebesturen op grote schaal bewapend en een autonomie uitgeroepen die ze bereid zijn ten koste van een burgeroorlog te verdedigen tegen 'de fascistische autoriteiten' in Zagreb.

Het federale leger overweegt actie tegen Slovenie, in Bosnie staan Serviers en islamieten tegenover elkaar en de diverse republieken sluiten ook al bestaan daar geen wettelijke mogelijkheden voor gewoon hun grenzen voor elkaar als ze iets op hun buren aan te merken hebben. De volledige desintegratie van Joegoslavie lijkt nog slechtseen kwestie van tijd.

In Belgrado heerst niettemin optimisme, bij de federale autoriteiten althans. Minister van justitie Vlado Kambovski lijkt zich van geen spanningen bewust. Hij rept vol hoop en vertrouwen van hetpolitieke milieu dat 'van dag tot dag verandert', want hij 'weet nieteens meer hoeveel partijen er zijn honderdvijftig of zo, maar elke dag komen er nieuwe bij'.

Kambovski: 'Het oude systeem is vastgelopen op zijn tegenstellingen, is een levenloos model geworden, een kunstmatigmodel.' Dat verandert: de ideologie is verdwenen. 'Tito is dood, en met hem is zijn generatie van het politieke toneel verdwenen, de generatie die in de oorlog een militante eenheid smeedde'.

Vlado Kambovski prijst de eigen prestaties op het gebied van de politieke hervormingen. Er is 'geen bombarie over perestrojka aan te pas gekomen', zegt hij: 'We hebben eerst in de economie orde op zaken gesteld: het economisch pluralisme moest tot politiek pluralismeleiden.' Daarbij is niet gekozen voor een allesomvattend model, daarvoor, zegt Kambovski, hadden we te weinig bondgenoten in de samenleving. 'We hebben de vrije verkiezingen in Kroatie afgewacht en de grondwet zo gewijzigd dat die ook elders kunnen plaatsvinden. Ze vinden ook plaats: in Slovenie zijn ze geweest, in de andere republieken volgen ze nog dit jaar.'

Het concept democratie, pluralisme, de rechtsstaat is geleidelijk uitgebreid, en wat er op dit gebied nog aan debat bestaat, zegt Kambovski, heeft niet betrekking op de principes van het meerpartijensysteem maar vooral op de vraag of Joegoslavie een losseconfederatie wordt, zoals Kroatie en Slovenie willen, dan wel een minderlosse federatie blijft. De federale regering heeft daar geen standpunt over: 'Laten we eerst de verkiezingen afwachten. Die moeten leiden tot legitieme regeringen, regeringen die zich niet hoeven bezig te houden met de vraag wie ze eigenlijk vertegenwoordigen. We zijn nog maar aan het begin van de meerpartijendemocratie. De partijen die wenu zien komen alle onder de vleugels van de communisten uit, ze lijken zo op elkaar en hebben zulke vage programma's dat ze vaak alleen in naam verschillen.'

De komende maanden, zegt Kambovski hoopvol, wordt zeventig procent van de grondwet gewijzigd. Hij geeft toe: het debat bevindt zichin een 'delicaat stadium': Slovenie heeft zich soeverein verklaard en de federale grondwet in de ijskast gezet, Servie stoortzich al helemaal niet meer aan de grondwet en wil alleen maar pratenover artikelen die Servie aangaan, in Knin doet de Servische minderheid alsof ze grondwettelijk het recht heeft zich autonoom te verklaren wat niet het geval is en in Kosovo hebben de Albanezen zich al evenmin iets van de grondwet aangetrokken toen ze een eigen republiek uitriepen. Sterker nog: de grondwetswijzigingen moeten worden goedgekeurd door de parlementen van alle republieken en provincies maar die in Kosovo kan er moeilijk aan te pas komen, want dat parlement is door Servie ontbonden.

Niettemin: Vlado Kambovski's optimisme wankelt niet: het federale parlement, waarin vertegenwoordigers van alle republieken en provincies zitten, heeft met het nieuwe stelsel ingestemd en er is geen reden aan te nemen dat niet alle republieken 'hetzelfde doel nastreven' en dus ook ja zeggen tegen de grondwetswijzigingen.

Vlado Kambovski's onwankelbare optimisme wordt alom gedeeld, op federaalniveau. Vice-premier Zivko Pregl geeft toe dat het beslissingsprocesmet negen betrokken instanties zes republikeinse parlementen, twee provinciale en het federale ingewikkeld en tijdrovend is, en dat het ook niet meevalt 'oplossingen te presenteren die voor iedereen aanvaardbaar zijn'. Maar, zegt hij, 'de democratie is in Joegoslavie een definitief feit' en het doet er ook niet meer toe of het land socialistisch wordt genoemd of niet: 'Dat gaat de regering niet aan. We moeten doelmatigheid, politieke vrijheden, mensenrechten en een beter levenbereiken en of je dat socialistisch noemt of niet is irrelevant.'

Ook premier Ante Markovic laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij wil niets weten van de mogelijkheid dat republieken uit de federatiestappen: 'We hebben alle territoriale eenheden tevoren gevraagd of ze binnen Joegoslavie willen blijven of niet. Als ze dat niet willen heeft het geen zin te praten over de omstandigheden waaronder ze willen blijven. En nu ze deel van Joegoslavie willen blijven uitmaken zullen zemoeten werken aan oplossingen.' Markovic wordt wel verweten premierte zijn van een 'lege doos': een federatie waarin de zes, zeven of acht eenheden absolute zeggenschap hebben over hun eigen zaken en voor de federale regering niets over blijft. Hij wordt boos als hem dat wordt voorgehouden, nee, hij is geen premier van een lege doos, want 'in die doos zitten tien miljard dollar aan valutareserves, een fiscaal beleid, de buitenlandse betrekkingen en vele instituten op federaal niveau'. Waarbij maar hij noemt het niet het leger, de enige federale instantie die eigenlijk functioneert, in Joegoslavie.

Niettemin: een bijna lege doos. Want op economisch gebied mag de regering van de vroeger zo succesvolle Kroatische zakenman Ante Markovichet nodige hebben gepresteerd sinds ze in de lente van vorig jaar aantrad, op politiek gebied lopen de zaken geheel uit de hand, en deregering geeft er voorlopig de voorkeur aan als een struisvogel de kop in het zand te steken en zich over te geven aan veel wishful thinking.

Zo lijkt het weinig zinvol te praten over de organisatie van vrije verkiezingen in Kosovo, als in Kosovo zelfs de organisatie van een bruiloft of een begrafenis onmogelijk is wegens de inmenging van de nieuwe Servische overheid en in Kosovo uberhaupt alleen de opsluiting van echte of vermeende Albanese nationalisten organisatorisch op rolletjes verloopt. Het lijkt al evenmin erg zinvol om over democratie en mensenrechten te praten als de heetgebakerde Servische nationalistenleider Vuk Draskovic openlijk oproept tot een oorlog tegen Kroatie en als Servische burgerwachten in Knin stellingen betrekken om de Kroatische politie van zich af te houden.

Joegoslavie kraakt in al zijn voegen: iedereen ruziet met iedereen. Op de dag waarop vorige week troonpretendent prins Alexander aankondigdebest op de Joegoslavische troon te willen plaatsnenem en en passant zijn familielid prins Tomislav kapittelde wegens diens ambitie om president van Servie te worden, werd uit Kosovo gemeld dat daar handtekeningenlijsten de ronde doen waarop mensen kunnen verklaren dat ze zich geen Albanezen of Joegoslaven voelen, maar zich als Egyptenaren beschouwen. Er bleken vorige week al tweeduizend Egyptenaren te zijn, in Kosovo. De organisatoren van de actie verwachten dat het er honderdduizend worden.