Schade voor Banca Commerciale Italiana: een kwart miljard; Ferruzzi breekt met bank in Italie

ROME, 3 okt. Raul Gardini, een van de vier belangrijkste ondernemers van Italie en leider van de agro-chemische groep Ferruzzi, heeft alle banden met zijn bankier, de prestigieuze staatsbank Banca Commerciale Italiana, verbroken.

Het besluit, dat als een bom is ingeslagen in de Italiaanse bankwereld, wordt gezien als een protest tegen een vermeende politieke opstelling van de bank. Gardini is met de staatsholding Eni in een fel gevecht verwikkeld over de chemische joint venture Enimont die zij samen hebben opgezet. De bank zou onder politieke druk hebben geweigerd Gardini hierbij te steunen.

De Banca Commerciale Italiana, die bekend staat als de Comit, heeft de reputatie de beste Italiaanse staatsbank te zijn. Ferruzzi was de belangrijkste klant van de bank en heeft ongeveer veertig jaar lang vrijwel al zijn zaken via deze bank laten lopen.

In een kort briefje aan de president van de Comit, Sergio Siglienti, heeft Gardini laten weten een andere bank te zoeken. De relatie met de bank was volgens Gardini 'niet constructief'. De schade die de Comi hierdoor lijdt wordt in financiele kringen geraamd op 150 miljard lire, ongeveer 235 miljoen gulden.

De Comit heeft tot vanmiddag geen enkel commentaar willen geven. Medewerkers van Gardini hebben gezegd dat de breuk is veroorzaakt omdat de bank teveel op de lijn van de socialistische partij zou zijn gaan zitten en zou proberen Gardini af te houden van zijn plannen om het belang van Eni in Enimont te kopen.

Zij wezen er daarbij op dat de Comit onlangs een nieuwe managing director heeft gekregen, Luigi Fausti, een man die nauwe banden heeft met de socialistische partij, vooral met de groep rondom minister van buitenlandse zaken Gianni De Michelis. De socialisten verzetten zich tegen de poging van Gardini om Enimont in handen te krijgen en zouden Fausti hebben gevraagd om Gardini te ontmoedigen bij zijn plannen. Zij willen dat de staatsholding Eni, die wordt geleid door de socialist Gabriele Cagliari, de volledige controle krijgt over Enimont.

Toen eind mei, na lokale verkiezingen, de regeringspartijen het na maanden eindelijk eens werden over de nieuwe benoemingen aan de top van de staatsbanken, kwam er felle kritiek dat de politici probeerden hun greep op de banksector te versterken met politieke benoemingen. De vooraanstaande econoom Mario Monti, vice-president van Comit, legde hierna uit protest zijn functie neer.

De vorig jaar opgerichte joint venture Enimont, bedoeld om de krachten in de Italiaanse chemische industrie te bundelen, heeft nooit goed gefunctioneerd. De staatsholding Eni en Montedison, de chemische poot van de Ferruzzi-groep, hadden ieder veertig procent van Enimont, maar waren het van begin af aan oneens over de bedrijfsstrategie.

Dit conflict liep verder op nadat medestanders van Gardini elf procent van de twintig procent van Enimont die op de markt was verkocht, in handen bleken te hebben. Gardini steunde nu op een absolute meerderheid, maar Eni kon belangrijke beslissingen blokkeren.

De twee grootste regeringspartijen, de christen-democraten en de socialisten, hebben zich lang verzet tegen de volledige privatisering van Enimont. Vorige maand erkende premier Andreotti echter dat er geen andere uitweg is dan een van de twee partners de ander te laten uitkopen. Binnenkort moet de prijs bekend worden van het belang van veertig procent dat Eni en Montedison in Enimont hebben. Volgens een afspraak die vorige maand tussen de twee partners is gemaakt, mag Montedison dan beslissen of het het belang van Eni wil kopen of zijn belang voor het genoemde bedrag wil verkopen.

Gardini heeft steeds gezegd dat hij de volledige controle over Enimont wil. De afgelopen weken zijn er echter twijfels gerezen over zijn intenties. De regering heeft een aantal voorwaarden gesteld aan de privatisering van Enimont die Gardini's manoeuvreerruimte zouden beperken. Bovendien maakt de chemische industrie een moeilijke fase door.

Daarbij komt dat Gardini al diep in de schulden zit. De netto-schuld van de Ferruzzi-groep bedraagt bijna negen biljoen lire, ruim veertien miljard gulden. Volgens een ruwe schatting zou Montedison 2,5 biljoen lire, bijna vier miljard gulden, moeten betalen voor Eni's belang. De familie Ferruzzi en de financiele holding Ferruzzi Finanziaria hebben zich garant gesteld voor een groot deel van dit bedrag. Zowel Montedison als Ferruzzi Finanziaria wil zijn kapitaal vergroten, met respectievelijk 2,5 biljoen en 1,5 biljoen lire, om de aankoop van Enimont te kunnen betalen.