Ruimte voor honderd onderzoeksscholen

ROTTERDAM, 3 okt. Aan de Nederlandse universiteiten is plaats voor zo'n honderd onderzoeksscholen. Deze instituten waar hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek door excellente onderzoekers moet worden geconcentreerd, moeten deel blijven van de universitaire organisatie maar kunnen zich verder in uiteenlopende vorm en omvang manifesteren.

Dit schrijft de commissie die voor minister Ritzen (onderwijs) heeft onderzocht hoe een stelsel van kwalitatief hoogwaardige onderzoeksopleidingen kon worden opgezet. De voorzitter van de commissie, de Rotterdamse hoogleraar dr. A. H. G. Rinnooy Kan, heeft vanmiddag het advies 'Vorming in vorsen. Van student tot zelfstandig onderzoeker' aan minister Ritzen aangeboden.

De commissie vindt dat voor de ontwikkeling van de tweede fase-onderzoekersopleiding moet worden aangesloten bij hetgeen de laatstejaren aan de universiteiten al van de grond is gekomen. Zij wijst de suggestie van de minister van de hand om naast de universiteiten eenafzonderlijk stelsel met enkele toponderzoeksscholen op te zetten. De wijze waarop universiteiten vorm hebben gegeven aan de onderzoekersopleiding moet niet van bovenaf worden gereguleerd. De commissie meent dat de kwalitatieve levensvatbaarheid van de verschillende opleidingen voldoende blijkt uit de subsidies die dezevia instituten als de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verwerven.

De beste onderzoeksscholen verdienen een premie, zo meent de commissie. Naar haar oordeel moet de bovenste tien tot 15 procent van de opleidingen daarvoor in aanmerking komen. Zij stelt voor hiervoor een fonds te creeren dat over vijf jaar 25 miljoen gulden groot moet zijn. Jaarlijks zouden twee of drie onderzoeksscholen voor een premie in aanmerking moeten komen. Deze premie zou gedurende vijf jaar aan een school moeten worden verstrekt. Daarna kan de school er opnieuw naar dingen. Het fonds zou door de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek moeten worden beheerd.

Een jaarlijks te formeren onafhankelijke jury van deskundigen moet beslissen welke onderzoeksscholen de premie krijgen.