Opnieuw rolt een kop in Indonesisch bankschandaal; Eencommissaris: Als de rechterzak lek is, moeten we uit de linker putten

JAKARTA, 3 okt. Als we mogen afgaan op 's-lands pers beleeft Indonesie het grootste financiele schandaal sinds jaren. Middelpunt van de affaire is Bank Duta, de op drie na grootste handelsbank van het land. Begin september besloot de centrale bank deze gerenommeerde financiele instelling onder curatele te stellen.

Aanleiding was een verlies van naar schatting 300 miljoen dollar als gevolg van valutaspeculatie buiten de boeken om. Voor de eigenaren van Bank Duta was dit fiasco een reden om de gehele raad van bestuur naar huis te sturen. Dezelfde eigenaren zullen morgen, tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering, voorstellen de president-commissaris van zijn functie te ontheffen.

Een politiek pikante gebeurtenis, want Bank Duta is eigendom van drie stichtingen die worden voorgezeten door president Soeharto en de gewraakte commissaris is minister.

Op 4 september jl. barstte de bom. Gouverneur Adrianus Mooy van Bank Indonesia de centrale bank deelde de pers mee dat hij Bank Duta onder curatele had geplaatst. De bank was in grote moeilijkheden geraakt als gevolg van niet nader genoemde 'fouten bij valutatransacties'. Op aanwijzing van de centrale bank hadden de meerderheidsaandeelhouders besloten de gehele raad van bestuur te ontslaan en een overgangsbestuur te installeren. Dezelfde meerderheidsaandeelhouders zullen de buitengewone vergadering van 4 oktober voorstellen om een nieuwe president-commissaris te benoemen. De huidige is niemand minder dan luitenant-generaal b.d. Bustanil Arifin, minister van cooperaties in de regering-Soeharto.

Vier weken nadat de affaire in de openbaarheid kwam, is nog steeds niet officieel bekendgemaakt hoeveel geld Bank Duta heeft verloren met de bewuste 'valutatransacties'. Experts schatten de verliezen op 300 miljoen dollar. Minister Bustanil Arifin weet het fiasco aanvankelijk aan 'beoordelingsfouten'. Men zou in augustus te lang hebben vertrouwd op koersherstel van de dollar en de dollarpositie te lang hebben aangehouden. Bovendien zou de bank aanzienlijke bedragen hebben ondergebracht bij de National Bank of Kuwait (NBK), tegoeden die na de Iraakse aanval op 2 augustus waren bevroren. In een interview erkende de minister dat hij als president-commissaris verantwoordelijk was voor de gemaakte beleidsfouten.

Inmiddels zijn wat correcties aangebracht in Bustanil's voorstelling van zaken. Richard J. MacKegney, general manager van NBK-Singapore, bevestigt dat zijn bank al enige jaren zaken doet met Bank Duta op het gebied van de valutahandel, maar ontkent dat Bank Duta tegoeden heeft bij de NBK. 'Al was dat wel zo, dan kunnen wij die als handelsbank niet bevriezen', aldus MacKegney.

Tijdens een hoorzitting in het parlement op 7 september verklaarde gouverneur Adrianus Mooy dat Bank Indonesia pas laat had ingegrepen omdat de 'aanzienlijke verliezen' van Bank Duta niet terug te vinden waren op de balans. Dat was voor Bustanil Arifin aanleiding om met een beschuldigende vinger te wijzen naar de ontslagen vice-voorzitter van de raad van bestuur, Dicky Iskandar Di Nata. Hij zou de buitenlandse valutahandel geheel op eigen houtje hebben afgewikkeld zonder zijn mededirecteuren op de hoogte te houden. 'Dicky is een gokker', aldus Bustanil en hij kan het weten, want 'Dicky' is gehuwd met zijn dochter, Arnie Arifin.

Een week na het ingrijpen van Bank Indonesia werd 'Dicky' in zijn villa in Zuid-Jakarta gearresteerd; sindsdien zit hij in voorlopige hechtenis. De rechtsgrond voor deze stap blijft vooralsnog duister. Het Openbaar Ministerie weigert te verklaren waarvan de ex-topman van Bank Duta nu precies wordt beschuldigd. Juridische experts verschillen hierover van mening. De een houdt het op fraude, wat zou betekenen dat de ontslagen directeur niet alleen fouten heeft gemaakt bij de immer riskante valutahandel, maar met prive-middelen heeft gespeculeerd en de verliezen heeft afgewenteld op de bank. Anderen opperen de mogelijkheid van corruptie. In dat geval heeft Iskandar Di Nata ondersteuningskredieten van de Centrale Bank dat wil zeggen overheidsgeld gebruikt voor prive-doeleinden. Dat rechercheurs van het Openbaar Ministerie inzage hebben geeist in Dicky's bankrekeningen doet vermoeden dat zij hem verdenken van verduistering.

Intussen hebben de eigenaren van Bank Duta niet stilgezeten. Op maandag 17 september maakte een aantal particuliere en staatsbanken de lieve som van 500 miljard rupiah (een half miljard gulden) over naar de in opspraak geraakte concurrent. Een niet onaanzienlijke kapitaalsinjectie. Het balanstotaal van Bank Duta bedroeg in juni 2.600 miljard rupiah (circa 2,5 miljard gulden). Volgens een anonieme bron van het weekblad Tempo gaat het niet om een interbancaire lening. 'Het geld stond op rekeningen van drie stichtingen en is op hun verzoek overgemaakt naar Bank Duta', aldus de kennelijk welingelichte bron. De stichtingen in kwestie, Dharmais, Supersemar en Dakab beschikken samen over 71 procent van de aandelen Bank Duta en worden alle drie voorgezeten door president Soeharto.

In zijn memoires (Soeharto: Mijn Gedachten, Uitspraken en Daden) schrijft de president dat hij de stichting Dharmais heeft opgericht om 'fondsen bijeen te brengen voor weeshuizen die daar behoefte aan hebben'. In het boekjaar 1989-1990 gaf de stichting 61 miljard rupiah (een kleine 60 miljoen gulden) uit voor 'wezen en gebreklijders in 27 provincies'. De stichting Supersemar heeft Soeharto vooral opgericht 'om beurzen te verstrekken aan begaafde kinderen en getalenteerde sportlieden uit onbemiddelde milieus'. Volgens het financiele verslag van 31 juli 1990, had Supersemar in het voorafgaande boekjaar 58 miljard rupiah (50 miljoen gulden) besteed aan studiebeurzen.

Niet bekend

De drie stichtingen financieren hun activiteiten met vrijwillige bijdragen en inkomsten uit beleggingen. Zo heeft de stichting Supersemar voor 88,2 miljard rupiah belegd in aandelen van verschillende ondernemingen, waarvan 34,9 miljard rupiah (30 miljoen gulden) in aandelen Bank Duta. Alle drie de stichtingen hebben een vertegenwoordiger in de raad van commissarissen van de bank. Hun taak is het erop toe te zien dat de bank voorzichtig omspringt met de gelden voor het partij- en liefdewerk.

Zahid Hussein, commissaris namens Dakab/Golkar, sluit zich aan bij de eerste verklaringen van voorzitter Bustanil Arifin, die zei pas op 15 augustus op de hoogte te zijn gesteld van de geleden verliezen. Ook commissaris Hussein zag 'dat er iets niet in de haak was' bij Bank Duta. Hij kan niet precies zeggen hoe groot de geleden verliezen zijn, maar 'zeker is dat ze buitensporig zijn'. Om te voorkomen dat de clienten de dupe zouden worden, aldus Hussein, zagen de drie stichtingen zich als grootste aandeelhouder gedwongen de bank een financiele injectie te geven. Hussein: 'Als de rechterzak lek is, moeten we uit de linker putten'. Hij wil echter niet zeggen waar de aanvullende fondsen vandaan komen.

De kapitaalsinjectie van 500 miljard rupiah betekent een gevoelige aanslag op de liquide middelen van de drie stichtingen, die worden geschat op 800 miljard rupiah, ondergebracht bij verschillende banken. Het gaat te ver om te beweren dat het financiele voortbestaan van Golkar of de twee charitatieve stichtingen verbonden is met overleving van hun bank. Daarvoor zijn hun beleggingen te gespreid. De ondergang van Bank Duta zou echter wel gevoelig prestigeverlies betekenen voor de regeringspartij Golkar en niet in de laatste plaats voor het staatshoofd.