'Nieuw ontwerp Europese richtlijn laatbeschermingsconstructies toe'

ROTTERDAM, 4 okt. Aan de Amsterdamse beurs genoteerde ondernemingen hoeven voorlopig niet meer bevreesd te zijn dat EG-regelgeving hun mogelijkheden zal beperken om juridische beschermingslinies op te werpen tegen onvriendelijke overnemingen.

Dit concludeerde prof mr S. Perrick, lid van de advocatenmaatschap Loeff Claeys Verbeke, gisteren op een symposium van het ondernemingsrechtelijk dispuut van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Ondernemingen vreesden vooral dat hun bevoegheid om zogenoemde preferente beschermingsaandelen uit te geven, door de EG aan banden zou worden gelegd. In het vorige week gepubliceerde herziene voorstel voor een dertiende richtlijn inzake het vennootschapsrecht betreffende een openbaar bod, hanteert de Europese Commissie echter een nieuwe formulering die Nederlandse ondernemingen een ontsnappingsweg biedt.

Perrick wees erop dat de definitie van 'effecten' in het nieuwe concept, dat is aangepast aan de eisen van het Europees Parlement, anders is dan in het uit maart vorig jaar daterende concept van de richtlijn. In de eerste versie werden effecten gedefinieerd als 'waardepapieren waaraan stemrechten zijn verbonden'. In de nieuwste versie is die definitie aangescherpt tot 'beursgenoteerde' waardepapieren.

Perrick concludeert daaruit dat het een onderneming volgens de nieuwe formulering vrij staat om niet-beursgenoteerde preferente beschermingsaandelen te plaatsen bij derden. Beschermingspref's zoals die nu meestal in Nederland worden gehanteerd, zijn niet aan de beurs genoteerd.

Overigens hadden de meeste Nederlandse beursondernemingen al een manier gevonden om te ontsnappen aan de beperking die geldt voor het uitgeven van aandelen nadat een onvriendelijke overnemer zijn plannen bekend heeft gemaakt. Veelal hebben zij reeds opties uitgegeven aan een bevriende stichting die op ieder moment dat zij dat wenst, preferente aandelen kan nemen - ook nadat zich een onvriendelijke bieder heeft aangediend. De EG-regelgeving verbiedt dat in het oude, noch in het nieuwe concept van de richtlijn.

Perrick concludeert dat de nieuwe richtlijn nu geen beperkingen meer oplegt aan de in Nederland gehanteerde beschermingsconstructies. Hij wijst er echter op dat EG-commissaris Bangemann (mededinging) onlangs een rapport heeft uitgebracht aan de Europese Comissie, waarin hij expliciet stelt alle belemmeringen te willen wegnemen die het slagen van een openbaar bod in de weg staan. Bangemann verwijst daarbij naar beschermingsconstructies en naar de door hem niet gewenste situatie dat een meerderheid van de aandeelhoudersvergadering niet in staat is om bestuurders of commissarissen van de onderneming te ontslaan. Volgens Perrick moet nog maar worden afgewacht wat dat voor het Nederlandse struktuurregime zal betekenen.