NIEUW ELAN OP DE ARBEIDSMARKT

In de metaal, de bouw, de gezondheidszorg en het wegvervoer is een schreeuwend tekort aan personeel. In de metaal, waar inmiddels een loongolf dreigt en koppelbazen opnieuw hun kans grijpen, leverde dat de inspiratie tot enkele succesvolle werkgelegenheidsprojecten. De ophef over het bollenpellen door werklozen doet anders vermoeden, maar in werkelijkheid is een nieuw elan zichtbaar bij de arbeidsvoorziening, dat leidt tot een meer creatieve aanpak van de werkloosheid.

Begin augustus ontving Debby Lamers (21) een 'prachtbrief' van het arbeidsbureau. Of zij trek had in een metaalopleiding in het kader van het project 'Zullen we samen smeden?'. Verbazing.

'Ik dacht: hoe krijgen ze het in hun hoofd? Sta je als schoonheidsspecialiste ingeschreven, krijg je een brief over de metaal in de bus. Terwijl ze me nooit wat hadden aangeboden. Behalve bollenwerk. Daar had ik nee tegen gezegd.'

Met de Havo was ze in de vierde klas gestopt. Daarna had ze een twee-jarige schakelopleiding gevolgd ('voor meisjes die niet weten wat ze willen'), en had ze als uitzendkracht in winkels gewerkt. De laatste negen maanden was ze werkloos geweest. Maar dank zij de opleiding tot schoonheidsspecialiste die ze volgde, en haar uitgebreide kennissenkring vermaakte ze zich in die tijd uitstekend.

Toch had de 'prachtbrief' effect. 'Ik ben schoonmaakster geweest in een kleine machinefabriek. Het werk daar leek me interessant. En na de laatste APK-keuring moest er in mijn auto een hoop bij elkaar gelast worden. Ik zag ze zo bezig met die lasapparatuur en dacht: dat is leuk. Dat wil ik zelf kunnen.'

Ze stuurde, kortom, de antwoordkaart op, werd uitgenodigd voor een voorlichtingsbijeenkomst op het Centrum Vakopleiding voor Volwassenen in Alkmaar, deed een toelatingstest, onderging de medische keuring en begon, anderhalve week geleden, aan een opleiding tot constructie-bankwerker. Over een maand of vier werkt ze vermoedelijk in een metaalfabriek.

Volgend voorjaar wordt bij Hoogovens een groot renovatieproject uitgevoerd. Daarvoor zijn 240 vakmensen nodig, vooral constructie-bankwerkers, pijpfitters en lassers. Toen de plannen van Hoogovens bekend werden, nam het arbeidsbureau in Beverwijk het initiatief tot het werkgelegenheidsproject dat het klinkende motto 'Zullen we samen smeden?' meekreeg. Het project werd uit de grond gestampt: eind mei overleg tussen vijftien arbeidsbureaus en zes centra voor vakopleiding, voorbereiding van een wervingscampagne in juni en juli, de campagne zelf in hartje zomer. Een Zeppelin vloog boven de windjammers van Sail Amsterdam, streekbussen voerden het campagne-motto, de kranten stonden vol grote advertenties en een groot aantal werklozen kreeg een brief. Een promotieteam deelde overal en nergens, onder andere op het strand, folders en stickers uit. De Veronica-achtige aanpak (kosten: 850.000 gulden) sorteerde effect. Drieduizend mensen reageerden. De selectie is nog aan de gang.

Het project moest tenminste 250 nieuwe metaalwerkers opleveren, de verwachting is nu dat het er ruim 400 worden. Op het Centrum Vakopleiding in Alkmaar, dat zo'n zestig mensen zal opleiden, is vorige week de eerste groep van vijftien begonnen. Allen zijn korter of langer werkloos geweest. Ongeveer de helft heeft ooit een, al dan niet voltooide, LTS-opleiding gevolgd. De anderen hebben MAVO of HAVO gedaan. Er is een ex-kok bij, alsmede een beeldend kunstenaar. Na hun opleiding zijn de cursisten, dankzij een afspraak tussen de arbeidsbureaus en het uitzendbureau Start, tenminste een half jaar verzekerd van een baan.

Een vergelijkbaar project in het Rijnmondgebied ('Metaalmoe? Nee toch!') kreeg vorig jaar een bijna even grote response. Uiteindelijk begonnen 400 mensen aan een vakopleiding of voorbereidende opleiding. Van hen hebben er inmiddels 205 een baan, anderen volgen nog een opleiding, afvallers zijn er nauwelijks. Van de ook daar door 'Start' gegeven baangarantie hoefde nog geen gebruik te worden gemaakt. 'Ik denk dat wij heel goed hebben gescoord', concludeert projectleider Niek van der Wel van het arbeidsbureau in Dordrecht.

Vacatures

De arbeidsvoorziening is de laatste tijd voornamelijk geassocieerd met bollenpellers en, in samenhang daarmee, het drieste optreden van het arbeidsbureau te Stadskanaal. Daardoor lijkt het erop dat werklozen niet willen werken en dat arbeidsbemiddelaars slechts naar barbaarse middelen weten te grijpen om hen daartoe te dwingen. Dat is een vertekend beeld. In werkelijkheid heeft zich, althans op sommige plaatsen, een nieuw elan meester gemaakt van de arbeidsvoorziening, dat leidt tot een meer creatieve aanpak van de werkloosheid. Dit heeft deels te maken met de tripartisering van de arbeidsvoorziening. Die krijgt, na herhaald uitstel, weliswaar pas op 1 januari 1991 haar beslag, maar werpt haar schaduw nu al zo lang vooruit dat betrokken partijen (arbeidsbureaus, gemeenten, sociale partners) hier en daar de banden al hebben aangehaald.

Maar het nieuwe elan komt vooral voort uit de groei van de economie en de werkgelegenheid, waardoor het aantal vacatures in twee jaar ongeveer is verdubbeld. Hoe inventief de scholingsplannen en de loonkostensubsidies ook waren, een paar jaar geleden was het bemiddelen van langdurig werklozen en laag-opgeleide jongeren een moeizame operatie, domweg omdat banen voor hen ontbraken. Dat is nu anders. In de metaal, de bouw, de gezondheidszorg en het wegvervoer is een schreeuwend tekort aan personeel. In de metaal leverde dat de inspiratie tot de genoemde werkgelegenheidsprojecten.

In andere delen van het land staan meer projecten op stapel. In de andere bedrijfstakken zijn dit jaar convenanten afgesloten tussen het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA) en werkgeversorganisties. Deze convenanten, die voortborduren op CAO-afspraken, bevatten afspraken over aantallen te scholen en te plaatsen werklozen. Zo worden dit jaar en volgend jaar 2500 werklozen, die langer dan een jaar zonder werk zijn, opgeleid tot bouwvakker. De arbeidsbureaus organiseren de opleiding, de werkgevers bieden werkervaringsplaatsen. Betrokkenen krijgen een baangarantie van maximaal twee jaar (de duur van de opleiding inbegrepen). In de gezondheidszorg gaat het om 3650 plaatsen voor langdurig werklozen en herintredende vrouwen, in het wegvervoer is geen aantal afgesproken.

Marktgericht

Grote projecten en grootschalige afspraken zijn geen absolute voorwaarde voor een creatieve aanpak van de werkloosheid. Dat blijkt bij voorbeeld op het arbeidsbureau van Cuijk, dat het Land van Cuijk (tien gemeenten met samen 80.000 inwoners) als werkterrein heeft. De werkloosheid onder jongeren tot 20 jaar is er tot praktisch nul gereduceerd. Ook de werkloosheid onder de tweede doelgroep die in de Cuijkse regio speciale aandacht krijgt, werklozen uit etnische minderheidsgroepen tot 30 jaar, daalt gestaag. Dat is te danken aan wat directeur Andre Timmermans van het arbeidsbureau een 'sluitende aanpak' noemt. De basis van deze aanpak is een marktgerichte opstelling: Het arbeidsbureau profileert zich als instantie die werkgevers van geschikt personeel wil voorzien, niet als bureau dat in de eerste plaats langdurig werklozen aan het werk wil helpen. Het aantal vacatures waarin het Cuijkse arbeidsbureau jaarlijks bemiddelt, is gestegen van 600 in 1986 tot 1200 dit jaar. Onderdeel van de marktgerichte opstelling is een intensief PR-beleid. Zo organiseert het arbeidsbureau regelmatig 'werkmarkten', soms gericht op een doelgroep, soms op een bedrijfstak. Op een werkmarkt voor jongeren, vorige zomer, kregen alle schoolverlaters jonger dan twintig een 'baangarantiecertificaat', dat hen ten minste verzekerde van een jeugdwerkgarantie-baan, wanneer ze een half jaar later nog werkloos zouden zijn. Toenmalig minister De Koning reikte de certificaten hoogstpersoonlijk uit. Dit jaar is de sluitende aanpak gecompleteerd. De 300 schoolverlaters kregen wederom een certificaat. Vanaf deze maand worden ze, zolang ze geen werk hebben, maandelijks uitgenodigd voor een groepsbijeenkomst op het arbeidsbureau. Daar bespreken ze met een consulent en met elkaar hun sollicitaties, nemen de vacatures door, en spreken af wat ze de komende maand zullen doen om aan werk of een scholingsplaats te komen. Volgens directeur Timmermans die het idee in Zweden heeft opgedaan, werkt de aanpak voortreffelijk.

'Wij geloven in het creeren van een cultuur waarin het vanzelfsprekend is dat werkloze jongeren naar ons toe komen. Na een half jaar moet iedereen tenminste 19 uur per week met iets bezig zijn: een gewone baan, scholing, een jeugdwerkgarantiebaan. De keus is vrij. Het enige wat niet kan, is niet kiezen', aldus Timmermans. Het woord 'sanctie' neemt hij niet in de mond. Maar wie zich aan de groepsbijeenkomsten onttrekt, wordt door het arbeidsbureau uitgeschreven. Dat wordt gemeld aan de sociale dienst die vervolgens de uitkering kan korten.

Onder jongeren heeft de sluitende aanpak op korte termijn succes opgeleverd. Bij de etnische minderheden komt het succes wat minder snel. 'Zij vormen de moeilijkste groep', zegt Timmermans. 'In die groep heerst een verschrikkelijk fatalisme. Dat verander je niet door even een knop om te draaien.' Toch heeft drie kwart van deze groep inmiddels werk of krijgt scholing.

Timmermans schrijft het succes van de 'sluitende aanpak' toe aan de nauwe samenwerking tussen het arbeidsbureau, de gemeenten en de 'Industriele Kring' van werkgevers, aan de overzichtelijkheid van de groep werkzoekenden in het (dunbevolkte) gebied en het tamelijk sterke arbeidsethos dat er heerst, en aan de werkgelegenheidsgroei in de regio (zestien procent in vijf jaar) die het landelijke groeitempo ruim overtreft.

Vangnet

Het 'vangnet' van de sluitende aanpak zijn de door Sociale Zaken gesubsideerde jeugdwerkgarantie-banen. Het arbeidsbureau heeft geld voor zestig van deze banen, het heeft er slechts 25 nodig.

Het kabinet verheft de 'sluitende aanpak' voor jongeren, te beginnen met jongeren tot 21 jaar, volgend jaar tot officieel beleid. Op 1 januari 1991 wordt de Jeugdwerkgarantiewet van kracht. De bedoeling is dat geen enkele jongere dan nog langer dan een half jaar zonder werk of scholing is. Een aantal van 20.000 jeugdwerkgarantie-banen, allemaal in de collectieve sector, zou als 'vangnet' voldoende moeten zijn.

De sterke stijging van het aantal vacatures biedt in theorie ook langdurig werklozen en etnische minderheden een grotere kans op werk. Maar er moet veel gebeuren, willen ze werkelijk aan de slag komen. Het scholingsniveau en vaak ook de motivatie schieten, na jarenlange werkloosheid, tekort. Een paar werkgelegenheidsprojecten, hoe succesvol ook, zijn afgemeten aan zowel de vraag als het aanbod op de arbeidsmarkt van beperkte betekenis. 'Als het blijft bij een eenmalige inspanning, die niet wordt voortgezet door de sociale partners en de arbeidvoorziening, is het een aardige plens water op een hele gloeiende plaat', aldus Raymond Keur, directeur van het arbeidsbureau in Beverwijk en initiatiefnemer tot 'Zullen we samen smeden?'

De arbeidsbureaus in het Rijnmondgebied presenteren volgende week een nieuw project als vervolg op 'Metaalmoe? Nee toch!' Een belangrijk onderdeel van dit project is de opbouw van een netwerk van organisaties, die regelmatig contact hebben met langdurig werklozen (belangenorganisaties, sociale diensten, bedrijfsverenigingen, verenigingen van allochtonen, vrouwengroepen, etcetera). 'Je moet dicht tegen de werkloze aan zitten om hem te kunnen motiveren. Dat kunnen we niet zelf bemensen, dus zoeken we het in een netwerk', aldus Niek van der Wel van het arbeidsbureau in Dordrecht.

Buitenlanders

Cruciaal is en blijft de opstelling van de werkgevers. 'Wezenlijk is dat werkgevers meer baantoezeggingen doen', zegt Raymond Keur. In dat geval weten arbeidsbureaus welke scholing ze moeten organiseren en weten werklozen dat het zin heeft zich te laten scholen. Maar voor zulke toezeggingen voelen werkgevers doorgaans weinig. De werkgevers in de metaal vullen het gat in hun personeelsbestand voorlopig het liefst met buitenlandse werknemers. Vorig jaar vroegen ze toenmalig minister De Koning van sociale zaken toestemming Spanjaarden en Portugezen te mogen werven. Dat mocht niet, omdat de werkgeversorganisaties niet tegelijk bereid waren tot harde afspraken over het plaatsen van Nederlandse werklozen. 'Wij konden onze leden niet binden', zegt P. Heij van de werkgeversvereniging FME. Vorige week zat Heij andermaal bij Sociale Zaken, ditmaal met het dringende verzoek aan minister De Vries om 300 tot 700 Joegoslaven te mogen werven. De minister heeft intussen positief over het verzoek beslist.

Volgens de FME kunnen er wel afspraken over (leer)arbeidsplaatsen voor werklozen worden gemaakt, maar dan regionaal, tussen de (toekomstige) regionale besturen van de arbeidsvoorziening (RBA's) en individuele werkgevers. In ruil zullen de RBA's zonodig ook bereid moeten zijn in het buitenland te werven. 'Voor het een hoort het ander. Zolang het arbeidsmarktprobleem niet compleet aan de orde komt zal een bedrijf niet met zijn vacatures naar het RBA lopen', aldus Heij.

'Ik ben hier begonnen, omdat ze me een baan garanderen', zegt een deelnemer. In het kader van 'Samen Smeden' volgt deze vroegere fijnbankwerker een opleiding tot lasser. Drie jaar geleden werd hij ontslagen door het bedrijf, waar hij kraandrijver was. Solliciteerde zich een tijdlang wezenloos, werd chagrijnig van de 'waanzinnige eisen die ze stellen', en gaf de moed op. Ziet hij zich toch nog blijvend aan de slag komen? Hij twijfelt. 'Dit project lijkt me bedoeld voor jongeren. Als ik geen baan krijg? Nou, dan heb ik m'n best gedaan. Ga ik op mijn vijftigste met pensioen. Dan werken ze in de hand dat je wat gaat rommelen voor jezelf. Ik doe wel eens een klusje. Dan is het meegenomen als ik kan lassen.'