Najaarsoverleg bewijst het gelijk van professor Wolfson

DEN HAAG, 3 okt. Aan de vooravond van de viering van het veertigjarig jubileum hebben werkgevers, werknemers en overheid de Sociaal-Economische Raad een waardig geschenk gegeven: drie adviesaanvragen. Dat is de balans die valt op te maken na meer dan tien uur Najaarsoverleg.

Uit de teksten blijkt dat de partijen maximaal hebben geinvesteerd om een minimum aan concrete afspraken te verhullen. 'De tekst is moeilijk leesbaar, maar als je je bril opzet, hem minimaal twee keer leest en je laat je het een en ander uitleggen van iemand die er echt verstand van heeft, dan staan er toch hele aardige dingen in', zei NCW-voorzitter dr. H. O. C. R. Ruding om een uur vannacht. Een andere onderhandelaar typeerde de bijeenkomst als 'een cursus semantiek voor experts'.

Werkgevers, werknemers en overheid hebben - conform de verwachtingen - een akkoord bereikt over het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten. Een concrete afspraak over het verbeteren van de werkgelegeheid voor etnische minderheden is uitgesteld tot 15 november.

Over loonmatiging in ruil voor scholing en extra arbeidsplaatsen zijn geen nieuwe afspraken gemaakt. 'In dat dossier hebben we vanavond zeer weinig tijd geinvesteerd', zei minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid). Dat is saillant, want het kabinet wil het financieringstekort terugdringen, de koppeling van ambtenarissensalarissen en uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven overeind houden en de collectieve lastendruk niet laten stijgen. Voor alle drie zaken is loonmatiging van vitaal belang.

De ongeveer tachtig mensen die direct bij het Najaarsoverleg betrokken waren (onder wie zes ministers en een staatssecretaris) 'gebruiken' de SER om een aantal belangrijke beslissingen voor zich uit te schuiven. Het is danook niet verwonderlijk dat de kritiek op de veertig-jarige jubelaris toeneemt.

De knuppel is in mei van dit jaar in het hoenderhok gegooid door SER-kroonlid professor dr. D. J. Wolfson. Bij de behandeling van het SER-advies over de reorganisatie het sociale verzekeringsstelsel (een onderwerp dat de SER-gelederen 23 jaar heeft beziggehouden voordat men met een advies kwam) zei Wolfson dat het advies 'symptomatisch is voor de wijze waarop het corporatisme als legitiem en organisch bestanddeel van de gemengde economische orde, de laatse tijd door de sociale partners naar voren wordt geschoven, om niet te zeggen geduwd als alternatief voor de parlementaire democratie'.

PvdA-fractievoorzitter Woltgens populariseerde deze opvatting vorige week in zijn rede voor de TU-Eindhoven door te zeggen dat het de hoogste tijd wordt 'dat de politiek haar rechten herneemt'.

Het grote aantal arbeidsongeschikten in Nederland is volgens Wolfson onder meer het gevolg van de traagheid van sociale partners in de aanpak daarvan. Talloze pogingen zijn er de afgelopen decennia gedaan om het beroep op de arbeidsongeschiktheidswetten in te dammen. Maar het heeft allemaal weinig uitgehaald. Onverbloemd geven werkgevers tegenwoordig toe dat ze de arbeidsongeschiktheidswetten gebruiken om werknemers die niet meer honderd procent functioneren te dumpen.

De socioloog dr. R. J. van der Veen signaleerde eerder dit jaar in zijn proefschrift over 'De sociale grenzen van beleid' een structurele onbeheersbaarheid van de professionele besluitvorming rondom arbeidsongeschiktheid. De terminologie is per definitie vaag en dat impliceert dat de beoordeling - in handen van arbeidsdeskundigen en verzekeringsgeneeskundigen - nauwelijks in regels is te vangen. Aanscherping van regelgeving die beoogde de beslissingsruimte van arbeids- en verzekeringsgeneeskundigen te beperken werkte in de praktijk dikwijls averechts uit. Bovendien constateerde hij dat bijna alle pogingen om de arbeidsongeschiktheid in de greep te krijgen betrekking hadden op de werkwijze van de arbeidsdeskundigen, terwijl driekwart van de beslissingen over arbeidsongeschiktheid wordt genomen door verzekeringsgeneeskundigen.

In 1970 deden 215 duizend mensen een beroep op de arbeidsongeschiktheidswetten, momenteel zijn dit er meer dan 860 duizend. En in een toelichting op het eerste 'dossier', waarin preventie van arbeidsongeschikheid en ziekteverzuim het credo is, zei staatssecretaris Ter Veld (sociale zekerheid) dat 'de eerste gunstige effecten al in 1991 zichtbaar moeten worden'.

Over de hoogte en de duur van de uitkering moet de SER tegen die tijd een advies hebben uitgebracht. Met dit SER-advies wordt - voor de vakbeweging broodnodige - tijdswinst geboekt. Aantasting van de hoogte en/of duur van de uitkering is voor de vakcentrales onaanvaardbaar. Quotering wijzen de werkgevers af.

Zolang deze patstelling niet wordt doorbroken, lijkt grote scepsis op zijn plaats ten aanzien van de vraag of met het nieuwe akkoord tussen kabinet en sociale partners de onstuimige toename in het aantal arbeidsongeschikten zal worden afgeremd.

    • Joop Meijnen
    • Cees Banning