Melancholie en seks in welluidende Tsjechov

Al hullen we Tsjechovs Drie Zusters in het stralend wit en niet in het rouwend zwart, de melancholie en de wanhopige daadloosheid zijn met geen macht uit hun tekst te bannen. Het langgerekte sterven van de zusjes in de provincie, hun verlangen naar een tumultueus leven, hun berusting aan het eind van de komedie (of is het een tragedie?) het is allemaal veel meer dan een speelstijl. Zeg Tsjechov en we zien Stanislavski op het toneel, regisseur en tijdgenoot van de schrijver, met dat hele scala van inleving, suggestieve oogopslag, stiltes, gevoeligheden.

Agaath Witteman heeft een krachtige poging ondernomen de factor mededogen tot niets te reduceren. Het temperament van Olga, Masja en Irina moet de beproefde languissante houding te niet doen en hen opzwepen tot werkkracht in plaats van als vergeten bruidssluiers over de stoelleuning gedrapeerd te liggen. Die opstandigheid tegen het eigen lot overheerst het eerste bedrijf, is nog zwakjes aanwezig in het tweede, in het derde slechts een echo en in het vierde zijn we ondanks de regie weer helemaal terug bij de oude Stanislavski: de ontroering heerst over het toneel, al speelt Masja (Marie Louise Stheins) een woedende scene na het afscheid van haar geliefde luitenant. De psychologische invulling van haar rol viert hoogtij.

De voorstelling vertoont welbewuste stijlverschillen. De spelers onderbreken de verhaallijn telkens met springen, zang en dans, als om de gefnuikte hartstochten toch nog een uitweg te geven. De rol van Irina (Antoinette Jelgersma) vertolkt het zuiverst het idee dat Agaath Witteman van de uitvoering heeft: als ze zegt dat ze verlangt naar 'werk', verraden haar heupbewegingen dat ze smacht naar seks. Ook het befaamde geroep om Moskou krijgt bij haar een erotische, bijna agressieve ondertoon. Dat is een interpretatie die me zint. De meiden zijn hier niet de uitdrukking van een doelloze existentie maar de expressie van een onvervuld lichamelijk verlangen.

Tegenover de aristocratie van de gezusters staat de onbemiddelde maar bedreigende klasse van Natasja en Njanja. Tussen het drietal en dit werkzuchtige tweetal scherpt Witteman het contrast genadeloos aan, om duidelijk te maken dat Olga etc. onhebbelijke wezens zijn. Deze visie geeft aan de Drie Zusters uiteindelijk een politieke dimensie, waarmee Theater van het Oosten aansluit bij het Arnhemse festival Passage Oost-Europa, dat de band tussen kunst en maatschappij in een veranderende wereld in kaart wil brengen.

Bij Drie Zusters zijn het slechts accenten die deze interpretatie doen verschillen van andere. De speelstijl grijpt daartoe terug op de traditie, kwalitatief onberispelijk, en tegelijk te mooi en welluidend om Tsjechovs stuk te laten exploderen. Dierbare melancholie: waarom zou u ook uit Drie Zusters gebannen moeten zijn?