Juttersschat van perkament met zalmroze fabelbeesten

'Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gestalte van wat boven in den hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God.' Onder de hemelsblauwe nok van het Joods Historisch Museum versterft de dreunende dictie van God de Wreker, want de tentoonstelling Schrift in Beeld maakt in ruim honderd hoogtepunten van de Hebreeuwse boekcultuur duidelijk, dat met het tweede gebod soepel werd omgesprongen.

De expositie voert langs weelderige bijbels, bijbelboeken en -commentaren, rabbijnse studies, liturgische uitgaven, gebedenboeken en huwelijkscontracten, en eindigt met twee kastjes van meer bescheiden omvang voor wetenschappelijke uitgaven en bellettrie. Het doorgaans hoge, zelfs monumentale uitvoeringsniveau is des te opvallender, omdat de omtandigheden van de joodse boekproduktie eeuwenlang wel bijzonder beroerd zijn geweest. Joden werden door heel Europa opgedreven en nu eens hier, dan weer elders gedoogd; toestemming voor het vestigen van een pers werd slechts moeizaam verkregen en op het drukken van sommige basisteksten als de Talmoed kon een verbod staan. Continuiteit was op deze manier moeilijk haalbaar, en in de loop der tijden ontstonden dan ook telkens nieuwe centra: Spanje en Portugal, Italie, Oost-Europa, Nederland, zelfs Noord-Afrika. Daarnaast waren er christelijke drukkers van Hebreeuwse uitgaven, zoals Christoffel Plantijn in Antwerpen. Al deze verschillende geboortegronden zijn zichtbaar in de tentoonstelling.

Hoewel de organisatoren duidelijk de pronkstukken in het licht hebben willen brengen, zijn sommige stukken toch meer spectaculair dan mooi. Dit geldt bijvoorbeeld voor een reusachtig manuscript op verkleurd perkament, de veertiende-eeuwse codex Or Zaru'a, die zulke opgezwollen proporties bezit en zo'n archetypische uitstraling dat het op de Hollywooddroom van een boek lijkt. Het heeft de Amsterdamse bankier en orthodox-joodse leider Akiba Lehren toebehoord, die er in de vorige eeuw een teksteditie van maakte voor zijn broer, die het op de kop had getikt bij een joodse boekverkoper in Leeuwarden, die het op zijn beurt had gekocht van een visser, die het aan de Friese kust had gejut. Het boek is nu tot rust gekomen in de magazijnen van de Amsterdamse Bibliotheca Rosenthaliana.

Een groot deel van de boeken is niet gedrukt maar geschreven. Ook lang na de uitvinding van de boekdrukkunst werden teksten als handschrift vervaardigd, bijvoorbeeld voor de 'hofjoden', de financiers van Europese vorstenhoven. Zo verscheen ook Sefer Ets Haim ('Het boek van de boom des levens') in 1780 in Polen nog als handschrift, vier jaar voor de eerste gedrukte versie uitkwam. Illustratie en schrift, beiden van Dov Ber ben Hayim, leveren hartveroverende pagina's van een zeldzame gelijkgezindheid op. Elk hoofdstuk opent met een titel van bewimperde letters en poortvormig gedrapeerde, zalmroze fabelbeesten: een luchtige verpakking van een nagenoeg ondoordringbaar speculatief-kabbalistische tekst uit de zestiende eeuw.

Gezien het feit dat de meeste getoonde boeken uit openbare Nederlandse bibliotheken komen, slaat ons land, internationaal gezien, geen slecht figuur. In een pittig commentaar in de catalogus maakt gastconservator Saskia de Melker echter korte metten met eventueel opkomende trots. Na een rondgang langs middeleeuwse bibliotheken concludeert ze dat Nederlanders zich, in verhouding tot omringende landen, 'meer met de strijd tegen het water schijnen te hebben beziggehouden dan met sprituele zaken'. Geestelijke armoede uitte zich in een schraal aankoopbeleid.

Op een merkwaardige, door De Melker samengestelde hitlijst, de All Times Low Countries Hebraica Top Ten, bezet de bijbel negen van de tien plaatsen. En dat heeft, aldus de auteur, minder te maken met een loffelijk humanistisch streven dan met de protestantse behoefte om het jodendom 'van binnenuit' te bestrijden. Het verzamelen van Hebreeuwse boeken is voornamelijk het werk van weinigen geweest: van de Leidse orientalist Josephus Scaliger, de Franeker theoloog Johannes Drusius en de orientalist en diplomaat Levinus Warner in de zestiende en zeventiende eeuw, en van de Duitse verzamelaar Leeser Rosenthal en David Montezinos bibliothecaris van het eeuwenoude Ets Haim, de bibliotheek van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam in de negentiende en twintigste eeuw.

De tentoonstelling beoogt geen enkele opvatting te illustreren; de getoonde boeken illustreren uitsluitend zichzelf. Schrift in Beeld is daardoor het eerbetoon aan een rijke boekcultuur, ontstaan tegen de verdrukking in en bewaard gebleven ondanks alle aanslagen. Toch is zelfs hier de atmosfeer niet vrij van ziektekiemen. In de laatste vitrine ligt De verliefde of afgevallen Jodin (1679), een anonieme sleutelroman waarin de Amsterdamse drukker, rabbijn en diplomaat Menasseh ben Israel een hoofdrol speelt. Het boekje dat noch bijzonder fraai noch erg Hebreeuws oogt, ligt opengeslagen bij een dramatische ontwikkeling in het verhaal. Op de gravure staat een heer in aanvalshouding tegenover een vrouw in nood. Na enige vuistslagen 'die voor een eerlijke Vrouw onverdragelijk zijn', roept de bedreigde: 'Ik ben in een staat, waarin de Wet verbied zich met vrouwen te vermengen.' 'De Wet!', zeide de Jood op een spottende manier, 'Ik heb de macht om daarvan... ' Hier eindigt de pagina en hier eindigt de tentoonstelling: met een verwijzing naar anti-joodse geluiden die altijd waarneembaar zijn, ook waar ze niet verwacht worden.

Tentoonstelling: Schrift in beeld: joodse traditie in handschriften en boekdrukken. Joods Historisch Museum, Amsterdam t/m 24/11. Catalogus: fl.29,50.