Indabah voor economisch wereldforum

GENEVE, 3 okt. Een pijnlijk moment. In de hal van het hotel, waar het World Economic Forum (WEF), bekend van de jaarlijkse top in Davos, politici uit Zuidelijk Afrika in contact brengt met de Europese zakenwereld, botsen Zulu-leider Buthelezi en Thabo Mbeki, hoofd buitenlandse zaken van het rivaliserende Afrikaanse Nationale Congres (ANC), bijna tegen elkaar op. Beiden lachen wat ongemakkelijk, steken weifelend de hand op bij wijze van groet en vervolgen haastig de conversatie met de eigen gesprekspartner.

Het WEF heeft voor twee dagen kopstukken uit alle geledingen van de Zuidafrikaanse samenleving bijeengebracht. Sommige deelnemers spreken van een 'indaba', een informele gespreksronde die in Zuid-Afrika zelf nog niet mogelijk zou zijn. Behalve de minister van financien, Barend du Plessis (Nationale Partij), is ook de Conservatieve Partij vertegenwoordigd, evenals het Pan-Afrikaans Congres, de Zuidafrikaanse Communistische Partij, het Verenigd Democratisch Front (UDF) en representanten uit het zakenleven, zoals Nicholas Oppenheimer, tweede man van Anglo-American en van De Beers.

Al leidt de vluchtige ontmoeting tussen Buthelezi en Mbeki niet direct tot een gesprek, Mbeki, duidelijk in verlegenheid gebracht, wil zich toch verantwoorden. 'Ik zie geen reden om hem uit de weg te gaan', zegt hij, 'maar voor echte onderhandelingen met hem zijn we niet naar Geneve gekomen'.

Hij verwijst naar de geplande dialoog tussen Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi en ANC-voorman Nelson Mandela over de bloedige botsingen tussen Xhosa's en Zulu's, die sinds begin augustus ten minste 800 levens hebben gekost. Die is nog steeds niet van de grond gekomen. De beoogde bijeenkomst van aanstaande vrijdag is geannuleerd. Wel hebben gesprekken plaatsgehad op ondergeschikt niveau, aldus Mbeki. In het noorden van Natal heeft dat geleid tot een beginselverklaring. Wederzijds respect, afzien van intimidatie en erkenning van elkaars recht op politieke activiteiten, staan erin verwerkt. 'Voor het eerst kan het ANC in deze provincie nu een politieke bijeenkomst organiseren'.

Mbeki geeft toe dat de meeste vragen van Europese zakenmensen betrekking hebben op de rellen die, zo herhaalt hij het ANC-standpunt, door een 'derde macht', uit extreem-rechtse hoek zijn georkestreerd, terwijl politie en leger de andere kant opkeken.

Ook vragen over de visie van het ANC op Zuidafrika's economie hebben prioriteit. De positie van het ANC lijkt enigszins op te schuiven. Van een dogmatisch streven naar nationalisatie beweegt het ANC-standpunt voorzichtig in de richting van een meer flexibele houding tegenover een vrije markteconomie. Het ANC laat alle opties open, zegt Mbeki.

In een ontwerp-beleidsprogramma, dat deze week vrijkomt, wijkt het ANC voor het eerst af van een ideologisch hardnekkig vasthouden aan nationalisatie als essentieel onderdeel van toekomstige reorganisatie van Zuidafrika's economie. Mbeki nuanceert: 'Het gaat om een ontwerp-programma, nog niet om een definitief beleidsplan'. Sommige onderwerpen kunnen moeilijk zonder interventie van de staat, zegt hij, zoals onderwijs, huisvesting, en leningen. Dit hoeft nog geen directe nationalisatie van instellingen en bedrijven te betekenen, aldus Mbeki, eerder gaat de voorkeur van het ANC uit naar de oprichting of bijstelling van een openbaar instituut dat de armen geld leent tegen gunstige voorwaarden.

Mbeki zegt dat het niet correct zou zijn om de discussie aan te gaan vanuit een ideologische positie voor een vrije markt-economie of voor een grotere rol voor de staat. Mbeki wijst het bij voorbaat innemen van starre uitgangsposities af. De noodzaak voor bemoeienis van de staat moet al dan niet voortvloeien uit de discussie met alle betrokken partijen, beweert hij.

Ook over chief Buthelezi heeft Mbeki een gematigd standpunt. De beschuldigingen van het ANC aan diens adres zijn verleden tijd. Het is waar, zegt Mbeki, dat uit naam van Inkatha vele moorden zijn begaan tegen ANC-supporters, de afgelopen maanden, maar dat betekent nog niet dat Buthelezi hoogst persoonlijk opdracht zou hebben gegeven tot de moordpartijen, die tot dusverre aan meer dan achthonderd zwarte Zuidafrikanen het leven hebben gekost.