Herenleed bestaat bij de gratie van het moment

De heren die zich in de gestalten van Cherry Duyns en Armando manifesteren, hebben geen verleden en geen toekomst. Ze bestaan bij de gratie van het moment; even later zijn ze allang weer vergeten wat ze daarstraks hebben gezegd. Dat geldt voor beiden.

Duyns loopt het weliswaar in al zijn deftig ogende parmantigheid voortdurend te ontkennen ('Had ik u wel eens verteld dat ik ongenaakbaar ben?'), maar Armando is er duidelijker in: telkens tracht hij houvast te krijgen aan iets wat op een eigen willetje lijkt en steeds glipt het halverwege tussen zijn vingers door de vleesgeworden meeloper. Hun conversaties gaan, hoe gewichtig soms ook, uiteindelijk over niets, hoewel het hier wellicht passender is te spreken van het Grote Niets, dat zoals bekend Alles is.

Herenleed, ooit een strikt particuliere grap tussen twee HP-journalisten, is uitgegroeid tot een act met een trouwe schare van bewonderaars die het patroon van de gesprekken allang kunnen voorspellen. Het gaat hen nu hoofdzakelijk om de wijze waarop het duo met archaische woorden omspringt alsof ze gloednieuw zijn, en om de ietwat onthechte variete-effecten die ze daarbij gebruiken.

Die voorspelbaarheid levert in de nieuwe voorstelling enkele sleetse plekken op; soms beginnen het kunstje wat mager en de spoeling van ideeen wat dun te worden. Maar nog altijd leidt hun verbale ontdekkingsreis tot verrassende vergezichten, bijvoorbeeld als Armando een vogel met kniekousen heeft gesproken of Duyns hem aftroeft met een ontmoeting met een dameskevertje.

Zoals gebruikelijk zet Johnny van Doorn als annonceur en verschijnsel de scenes kracht bij; niemand anders dan hij kan met zoveel orgelende retoriek een nummer als Lentegloed voor vier handen aankondigen.

    • Amsterdam. Aldaar t
    • M 6
    • Cherry Duyns
    • Groot Herenleed
    • Krijn ter Braak. Gezien
    • Johnny van Doorn. Regie
    • Daarna Elders. Vijftien Jaar Herenleed
    • Henk van Gelder Voorstelling