Defensie moet over 87 tanks alsnog BTW betalen

DEN HAAG, 3 okt. De koninklijke landmacht zal alsnog een bedrag van ongeveer 60 miljoen gulden aan BTW afdragen over de aanschaf van87 Leopard-II-tanks. Dit hebben de ministers van defensie en financien gisteren geantwoord op vragen van de CDA-Kamerleden Hillen en Frinking.

Het gaat om gevechtstanks die na aanschaf minstens vijf jaar BTW-vrij enongebruikt in entrepot gehouden zijn als onderdeel van de logistiekereserve van de landmacht. Na vijf jaar zijn de tanks voor korte tijd naar de Bondsrepubliek gebracht en bij herinvoer naar Nederland aangeslagen hun voor de inmiddels lagere dagwaarde. Hierdoor droeg Defensie ongeveer 60 miljoen minder af aan BTW.

Volgens de antwoorden van de bewindslieden is over de invoerprocedure rondom de 87 tanks overleg geweest tussen de koninklijke landmacht en de Inspecteur invoerrechten en accijnzen in Amsterdam. Deze had ingestemd met het voor korte tijd uitvoeren van de tanks die Defensie wegens een reorganisatie uit het entrepot wilde halen. Defensie zou bij herinvoer voor een lagere dagwaarde van de tanks worden aangeslagen, hoewel ze ongebruikt waren gebleven. Er moesten alleen nog nadere afspraken worden gemaakt tussen Defensie en de Inpecteur invoerrechten en accijnzen over de hoogte van de dagwaarde van de tanks na herinvoer in Nederland. Overeengekomen wasalleen dat de dagwaarde lager zou zijn dan aanschafprijs.

Volgens een woordvoerder van defensie heeft het departement het overleg met de Inspecteur invoerrechten en accijnzen te vrij geinterpreteerd. De bewindslieden stellen nu dat de BTW berekend moet worden over de aanschafprijs van de tanks.

Over Nederlandse tanks en ander militair materieel dat in de Bondsrepubliek gestationeerd is, hoeft volgens het NAVO-statusverdrag geen belasting betaald te worden. BTW is pas verschuldigd wanneer het materieel terugkomt in Nederland over de dan geldende dagwaarde. Vrijwel al het materieel komt gebruikt naar Nederland terug.

Op de begroting van defensie is geen rekening gehouden met het alsnog verschuldigde bedrag van 60 miljoen.