CHAOS

Het kan niet op. Twee weken geleden kondigde Gorbatsjov aan dat binnen 500 dagen - of zijn het inmiddels 485? - de socialistische Sovjet-Unie op kapitalistische leest zal zijn geschoeid. Vandaag, 329 dagen na de eerste doorbraak van de Muur, houdt Oost-Duitsland op te bestaan. Onderwijl zit de VS-economie vast in een recessie, voor het eerst sinds 2860 dagen. Als klap op de vuurpijl viert morgen de Sociaal Economische Raad hier in Nederland zijn veertig-jarig bestaan. Zo'n historische chaos is sinds de jaren veertig ongekend. Zelfs een krantecolumn is te beperkt om deze wilde taferelen te verwerken.

De atmosfeer heeft iets subliems; vooral de ontwikkeling in het Oosten is overdonderend, op het ontzagwekkende af - net als een indrukwekkend natuurverschijnsel. Honderd jaar later zullen schoolkinderen weten dat rond 1990 de Tweede Wereldoorlog over en de twintigste eeuw voorbij was, maar wij moeten het daar nog over eens worden. De historische chaos houdt mensen bezig. Hier in Washington D. C. is het momenteel gemakkelijker om een gesprek op de Oosterse ontwikkelingen of de recessie te brengen dan op het weer. Zelfs academische collega's zijn bereid de gebruikelijke technische discussies achterwege te laten om hun verwarring over het huidige verloop van de werkelijkheid uit te spreken. Want verwarring is de enige eerlijke intellectuele reactie op de huidige historische chaos. De gebeurtenissen hebben ons overrompeld. Het is gewoonweg niet anders.

N eem de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Drie weken geleden verkondigde de plaatselijke specialist in de Sovjet-economie nog dat een vrije-markteconomie voorlopig ondenkbaar was in de Sovjet-Unie. Afgelopen donderdag liep hij ietwat verwilderd met het volledige 500-dagenplan onder de arm (een lijvig rapport dat binnen drie dagen in het Engels vertaald was). Zijn academische carriere is grotendeels gebaseerd op het leveren van bewijsmateriaal voor het fiasco van de vijf-jarenplannen. Nimmer heeft hij de huidige economische omwenteling durven dromen, laat staan voorspellen. Hij is een typisch geval onder de Sovjetspecialisten. De media willen hun mening nog wel horen, maar zoals Koot al een tijdje heeft begrepen, zijn de gebeurtenissen hun wetenschap met grote vaart voorbijgesneld.

De gevoelens van mijn collega zijn tweeslachtig. Gegeven zijn voorliefde voor de vrije markt zou hij vol goede hoop het verloop van de komende 500 dagen moeten afwachten. Maar hij is minstens zo somber over de uitkomst van het vrije-marktexperiment als over de doeltreffendheid van een doodgewoon vijf-jarenplan. De goede afloop vergt meer dan zorgvuldige economische calculatie en een drastische reorganisatie. Dat ziet hij nu ook wel in. Zo'n vrije-marktexperiment is pijnlijk zoals de Sovjet-Unie van haar buren, de Polen, kan leren. Het is de vraag of de Sovjet-Unie de collectieve wil kan opbrengen om door de eerste pijn heen te bijten. Zo niet dan zal Gorbatsjov de 500 dagen niet als president overleven.

Over de Oostduitsers lijkt daarentegen niemand zich zorgen te maken. Men is erover eens dat zij niet alleen een vrije-markteconomie krijgen maar dank zij hun vereniging met West-Duitsland ook een massale instroom van expertise, een kant-en-klaar rechtssysteem en de bescherming van een rijke welvaartstaat. De politieke doorbraak naar het Westen is hun economische redding.

Over zichzelf maken de Amerikanen zich juist weer veel zorgen. Dit is ironisch want hun vrije-markteconomie zou het toonbeeld voor het Oosten moeten zijn. Maar het gaat slecht met de Amerikaanse economie. De groei is eruit: banen komen er vrijwel niet bij; de huizenbouw zit vast; en tal van banken balanceren op de rand van de afgrond.

De politiek helpt niet mee. Door de verslechterende economie dreigt het tekort op de overheidsbegroting drastisch op te lopen. Op zich is dat goed want door meer te besteden en minder belasting te innen kan de overheid een recessie enigszins in toom houden. Maar de Amerikaanse wet verbiedt een oplopend tekort en dus hebben de politici, met de moed der wanhoop, besloten tot vergaande bezuinigingen en allerlei belastingverhogingen. Zo'n aderlating kan de Amerikaanse economie op dit moment moeilijk gebruiken.

Z elfs als de recessie diep wordt - wat zeer goed denkbaar is - dan blijft de situatie hier onvergelijkbaar met die van de Sovjet-Unie. De Amerikanen hoeven zich geen zorgen te maken dat het brood op is. Dit is een rijk land. Maar het Amerikaanse gevoel van eigenwaarde krijgt een flinke deuk wanneer de Amerikaanse economie gespiegeld wordt aan die van de Japanners en Duitsers. De Sovjet-Unie was een oneigenlijke rivaal. Het wordt nu duidelijk dat een economie sterk kan worden door meer te zijn dan een vrije-markteconomie zonder socialistisch te worden.

Dat brengt me op de SER. Zijn veertigjarig jubileum zal het merendeel van de wereld een zorg zijn. Het is een saaie instelling met veel gepraat en, ogenschijnlijk, weinig wol. De SER symboliseert evenwel de collectieve wil waarmee Nederlanders zich aan de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog zetten, en de bereidheid onder de diverse groeperingen in het bedrijfsleven tot samenspraak en samenwerking. Wat men ook wil zeggen over zijn huidige effectiviteit, de SER heeft flink bijgedragen tot de stabiliteit van de Nederlandse economie. Daarom doen de Russen en andere Oosteuropeanen er goed aan verder te kijken dan de dramatische vrije-marktideologie en oog te hebben voor bescheiden organisaties als die van de SER.

Zo zie je maar. Met een beetje goede wil vertoont zelfs de grootste chaos duidelijke patronen.