'Blij dat ik in het grote Duitse volk ben opgegaan'

HOTENSLEBEN/SCHONINGEN, 3 okt. 'Vooral veel intellectuele jongeren, die notabene de socialistische staat altijd ontkenden, willen terug naar het totalitaire nu er grote inspanningen worden gevraagd. Mensen tussen 40 en 50 jaar oud zeggen: ikheb mijn leven lang onder het DDR-regime geleefd en daarom is er voor mij in het grote Duitsland geen plaats meer. Allemaal zijn ze een beetje bang.' Burgemeester Dieter Buchwald van het dan nog Oostduitse Hotensleben zit in het verveloze gemeentehuis en schrijft aan zijn toespraak voor 's avonds.

Daar begint om half twaalf op de grens met het naburige Schoningen in Nedersaksen een groot herenigingsfeest tussen beide zusterdorpen. Terwijl op de achtergrond een vuur hoog oplaait, vuurwerk in de dichte menigte met doffe knallen ontploft, kaarsen branden en velen met flesjes bier of 'Schnaps' rondlopen, beginnen om precies twaalf uur de klokken van Hotensleben te luiden en wordt het 'Deutschlandlied' aangeheven.

Waar eens de muur stond en struikgewas het 'Vrije Westen' aan het oog onttrok, liggen slordig neergelegde betonnen platen, die de doorgaande weg moeten voorstellen. Een paar honderd meter noordwaarts staat een nu al door betonrot aangetaste Oostduitse wachttoren, die waarschijnlijk als monument zal worden gehandhaafd. Bij de beroemde grenspost Helmstedt op de weg naar Berlijn waren de controleposten verlaten en lagen achter een hek Spaanse ruiters, dievolstrekt zinloos zijn geworden, als ze al ooit zin hadden.

'Naast vreugde zijn er ook grote zorgen', aldus de CDU-burgemeester Buchwald. In 40 jaar communistisch bewind liep het inwonertal met de helft terug, de rest vluchtte. In zijn 3500 inwoners tellende dorp zullen van de 1000 arbeidsplaatsen er 350 vervallen. 'Maar persoonlijk ben ik optimistisch en vooral blij datik in het grote Duitse volk ben opgegaan. Binnen een half jaar al zullen we daar de vruchten van plukken. Er komen nieuwe huizen, de bestaande huizen worden opgeknapt, de wegen worden verbeterd en twee ondernemingen uit de Bondsrepubliek hebben al toegezegd zichhier te zullen vestigen. Ben je pessimistisch dan verlamt dat dekrachten die we nodig hebben voor het bouwen aan onzetoekomst.'

Op straat voor het gemeentehuis spelen jongetjes. 'Aan de overkant', zeggen ze, 'daar roepen ze op straat Heil Hitler', eenverschijnsel dat even tevoren door de burgemeester ook is aangeroerd. Andere kinderen zitten midden op de weg op omgekeerde emmers, want van het verkeer valt niks te duchten, omdat het er nauwelijks is. Verderop hangt een walm van bruinkooldamp. Een man wroet schijnbaar zinloos met zijn handen in brokken asfalt. Trabantjes van meer dan dertig jaar oud pruttelen door de hobbelige straten. Een kruidenier verkoopt aan een oude vrouw drie keer neen: 'Geen citroenen, geen aardappelen, geen brood.' Maar Bild Zeitung heeft zich bij hem al een verkooppunt verworven.

Files

In files ziet men ze op de weg naar Schoningen. Vandaag (woensdag) is het wegens de hereniging een nationale feestdag en men moet nog zijninkopen doen. In Schoningen hebben de Trabanten, de Trabbi's zoals men ze in Duitsland noemt, op een parkeerplaats steun gezocht bij elkaar.

'Soms zijn er', zegt een Schoninger politieman, 'kleine spanningen. In de winkels pikken 'die van de overkant' spullen uit karretjes als die spullen zijn uitverkocht. De criminaliteit is iets toegenomen, vooral diefstal en rijden onder invloed.' In een juwelierswinkel staat een grote voorraad pendules die op batterijen lopen en voor 30 Mark te koop zijn. Ze glitteren van het nepkoper. 'Datvinden ze daar mooi', zegt de verkoopster en ook bij haar is die meer gesignaleerde mengeling van spot en medelijden te merken. Levensmiddelen worden er vooral gekocht en verder kleding, televisies, wasmachines en bier, want, zo zegt de politieman, 'dat smaakt daar van geen kant.'

's Avonds tijdens het 'Wiedervereinigungsfeier' zegt een man die vier jaar oud was toen de muur in zijn dorp Hotensleben werd gebouwd: 'Men misgunt het ons dat we onze inkopen in Schoningen gaan doen. Maar daar is het goedkoper en wij verdienen maar eenderde van wat 'zij aan de overkant' verdienen. En toen we nog onder de communisten leefden, kwamen ze van de andere kant hier varkensvlees kopen voor 1 Mark per kilo, dus ze hebben ook volop van ons geprofiteerd.' Terwijl hij zijn oog spiedend laat rondgaan, fluistert hij: 'Zij die de grootste communisten waren, lopen hier nu ook rond. Die delen nog altijd de lakens uit. Dat zorgt voor spanningen in ons dorp. We hopen dat ze na deze viering oprotten, die Scheiss Roten, die unser Geld im Arsch (achterste) gesteckt haben.'

Aan de hele infrastructuur moet nog veel worden verbeterd. Op korte afstand van waar vroeger de grens was en de strook met mijnen, die hier nog altijd de Todesstreife wordt genoemd, staan aan westelijke kant 5 felgele Westduitse telefooncellen. Daar houdt zich permanent een rijtje wachtenden op. 'Wij kunnen', zegt een inwoner van Hotensleben, 'niet naar het Westen bellen of alleen met heel veel moeite en met wachttijden van een dag.'

Solidariteit

In het 15.000 inwoners tellende plaatsje Schoningen heerst een gespannenverwachting. De dienster in een restaurant heeft het voortdurend over het feest dat die avond gevierd zal worden. 'Je bent verplicht er heen te gaan uit solidariteit met die mensen.' Ze zegt dat ze zo meteennaar huis zal gaan om zich 'chique te maken'. Intussen ontploffen op het Marktplein de eerste bommetjes. Uit vreugde of balorigheid? Het is niet precies te achterhalen. In de etalage van een boekhandel hangt een uitspraak van Goethe uit 1828 die als volgt eindigt: 'Eins dass mein Reisekoffer durch alle Deutsche Lander ungeoffnet passierenkonne.'