'Bestendige plaats` onder democratieen

BERLIJN, 3 okt. 'Het verenigde Duitsland heeft vandaag zijn vaste plaats onder de Westerse democratien ingenomen'. Zo vatte de president van de Bondsrepubliek, Richard von Weizsacker, vandaag op een plechtige bijeenkomst in Berlijn, de betekenis van de om middernachtvan kracht geworden Duitse eenheid samen.

Op de bijeenkomst in de Philharmonie van Berlijn spraken ook de presidenten van de (ontbonden) Oostduitse Volkskammer en de Bondsdag, alsmede de voorzitter van de Bondsraad. Een nog onbekende man wist enkele minuten het spreekgestoelte in bezit te nemen voor een onduidelijk betoog over witte wijn, voordat hij door de ordedienst werd verwijderd.

In een impliciete kritiek aan de bondsregering zei Von Weizsacker dat de Duitse eenheid niet alleen maar door een verdeling van de economische groei tot stand kan worden gebracht, maar ook door deling van de bestaande rijkdom. 'Zich te verenigen betekent delen', meende hij, 'en ik meen ook dat de meesten van ons willen delen'.

Uitvoerig huldigde de spreker het beleid van perestrojka in de Sovjet-Unie, dat de vreedzame revolutie in de DDR en andere Oostbloklanden mogelijk heeft gemaakt. 'De nationale staat heeft nog niet uitgediend', aldus Von Weizsacker, 'maar we weten ook dat modernesystemen in economie, veiligheid en verkeer en telecommunicatie nietwerkzaam zijn binnen nationale kaders'. Hij pleitte voor Europese eenheid, ook buiten de Europese gemeenschap van de Twaalf, en achttemet name een spoedige sluiting van een associatieverdrag van de EG met Polen dringend noodzakelijk.

Verder moet worden voorkomen dat de westelijke grens van de Sovjet-Unie de oostelijke grens van Europa wordt, aldus de bondspresident.

Uitvoerig stond hij stil bij de inbreng van de bevolking van de voormalige DDR in het verenigde Duitsland. Hij prees met name de 'ondermoeilijke omstandigheden ontstane gemeenschapszin' en nam ook stelling in het lopende debat over de kunst en cultuur in de DDR, en in hoeverre de DDR-literatuur dictatuurbestendigend heeft gewerkt. Volgens Von Weizsacker is het regime in de DDR er juist niet in geslaagd kunst en cultuur dienstbaar te maken aan de schepping van een eenheidsmens, en hebben zijdaarom juist 'ruimte voor innerlijke' vrijheid geschapen. Daarbij konden, bij alle door de staat opgelegde leugens, in de gedachten van de mensen 'waarheid en vrijheid' tot met elkaar samenhangende begrippen worden.

Langdurig stond de bondspresident ook stil bij de verwerking van het Stasi-verleden. Sprekend over het beheer over de dossiers van de Oostduitse politieke politie, meende Von Weiszacker dat 'databescherming niet tot daderbescherming mag worden', maar dat anderszijds de mogelijkheden tot strafvervolging op grond van de Stasi-archieven beperkt blijft. 'In een leugenachtig systeem liegenook de dossiers'. De door het politieke systeem van de DDR geslagen wonden zullen maar langzaam helen, aldus de bondspresident.