ABSCHIED

'Moet de vlag rechtop, Herr Botschafter?' Mr. Egbert F. Jacobs, tot afgelopen nacht twaalf uur Harer Majesteits ambassadeur in Oost-Duitsland, wuift zijn chauffeur dat het allemaal niet meer hoeft. Ook al gaat de rit naar het gebouw van het Centraal Comite.

Het was maandag, maar de rijks-Mercedes moet vast wennen aan onzekere tijden. De deuren worden nog op topsnelheid opengehouden, maar binnen is het voorbij met de gewatteerde bejegening. Onzekerheid kenmerkt de restanten van de DDR-bureaucratie. Hier zetelen nu de laatste parlementariers van de DDR, maar niemand weet precies waar ze zitten.

Eindeloze, volstrekt lege gangen. In een vroeger verleden zetelde hier de centrale bank van Hitler. Op goed geluk vindt de ambassadeur de ex-fractievoorzitter van de sociaal-democraten in de Volkskammer, Wolfgang Thierse. Hij is tegenwoordig vice-voorzitter van de landelijke SPD en gaat als Bondsdag-lid naar Bonn, in ieder geval tot de verkiezingen van december.

Het is dezelfde filosoof met rossige baard die ik in december thuis in Prenzlauerberg, oud-Berlijn, opzocht. Toen was hij een naast het systeem staande germanist en estheticus, actief in Neues Forum, maar nog lang geen SPD-lid. Hij was vooral bang voor de uitverkoop van zijn land.

Happend aan een immens, driehoekig broodje met vis en uienringen, legt hij uit dat hij geen spijt heeft al die jaren te zijn gebleven en evenmin over zijn meedoen aan de chaotische politiek van de laatste maanden: 'In de herfst had ik het gevoel, als ik nu niet meedoe en politiek actief word schaam ik me de rest van mijn leven.'

Thierse blijft erbij dat het de moeite waard is geweest: 'Hoe moeilijk, banaal en pijnlijk het soms ook was'. Hij behoort tot die sociaal-democraten die in de bewogen herfst van '89 even hoopten dat er iets mogelijk zou zijn voor de DDR tussen kapitalisme en communisme in, 'een derde weg, het echte socialisme'. 'Dat was een illusie. Ook linkse intellectuelen hebben geen recht om mensen, die het moeilijk genoeg hebben gehad, weer voorwerp van een utopie te maken. We moeten nu voor nog meer vrijheid, rechtvaardigheid en welvaart zorgen. De grote utopie komt over een jaar of twintig wel.'

Ambassadeur Jacobs zet thuis in de ambtswoning een cd op met het Kaiser Kwartet van Haydn. De basis van het Duitse volkslied. Toen hij anderhalf jaar geleden werd benoemd in Berlin, Hauptstadt der DDR, kon niemand vermoeden dat het regime zo snel zou vallen. Hij maakte nog keurig kennis met alle offentliche Personlichkeiten. Gaandeweg ook met de Barbel Bohleys, die zeiden dat het anders moest, en nu al bijna weer vergeten zijn. Is hij toch een beetje van Oost-Berlijn, of van Oost-Duitsland gaan houden? 'Nee, dit is een provinciaals en kleinburgerlijk volk. Ik heb eerder een zekere meewarigheid ontwikkeld met die ploeterende Oostduitsers in hun Rennpappen'. (letterlijk: racekarton, Westduitse aanduiding voor Trabbi.) Hij zal Berlijn missen wegens de verslaving aan sensationele politieke ontwikkelingen.

'Ja wat deed je in Oost-Duitsland? Nederland had niet zoveel te verhapstukken met de DDR, je had er een ambassade omdat het land volkenrechterlijk erkend was.'

D at is nu allemaal voorbij. De ambassade in Oost- en het consulaat-generaal in West-Berlijn worden samengevoegd. Ambassadeur Van der Tas uit Bonn zou vanmiddag de sleutels in ontvangst komen nemen. Voor ambassadeur Jacobs was er gisteren, de laatste dag dat zijn standplaats bestond, geen officiele rol meer in de eenwordingsrituelen. Het was afscheid wat de klok sloeg.

Diplomatiek afscheid betekent een grote ontvangst bij de Westduitse Permanente Vertegenwoordiger, maar ook vaarwel zeggen bij de linguisten die aan de Universiteit van Leipzig Nederlands doceren, prof. Gerhard Worgt en dr. Helga Hipp. Zij hopen dat hun bloeiende afdeling binnen de germanistiek zich kan blijven ontwikkelen. De overname van de DDR door Bonn brengt voorlopig onzekerheid, want het gerucht gaat dat al het wetenschappelijk personeel zal worden ontslagen en kan solliciteren naar de eigen baan. Onder overlegging van bewijzen van 'vakbekwaamheid en persoonlijke integriteit'.

Frau Hipp verheugt zich er desondanks op W. F. Hermans eindelijk haar vertaling uit '73 van Het grote medelijden te kunnen voorleggen. Hij wilde het destijds in de DDR niet uitgegeven hebben. Misschien komt hij binnenkort naar de universiteit, die nu niet meer naar Karl Marx heet.

Over de betonnen Heirbaan snelt de dienstauto terug naar het noorden. Bij Dessau ligt het paleis Oranienbaum, in 1683 door Frederik Hendriks dochter Henrietta Catharina gebouwd. Zij was gehuwd met Johan Georg II van Anhalt-Dessau. Het paleis, met een Delftsblauwe eetkamer en een Hollandse stijltuin, is met beperkte DDR-middelen in stand gehouden. In een van de mooiste zalen staat het staatsarchief van het vorstendom Anhalt opgeslagen. Conservator dr. Hartmut Ross hoopt dit monumentje van Nederlandse sobere barok verder te kunnen restaureren, als hij het geld kan vinden.

Het afscheid van de residentie zal niet compleet zijn. De ambassadeur is er straks niet meer, maar het huis blijft in Nederlandse handen zolang niet duidelijk is of Berlijn behalve hoofdstad ook regeringscentrum wordt. De Libanese kok George, die nog onder voorganger Schneider (de schrijver F. Springer) en diens voorgangers heeft gediend, zal op de rijksfauteuils, het niet eminente Koeientafereel en Stilleven met bierkan passen. Hij en de huishoudster Margrit kregen hun lintje. En de receptiekelner Berni? Die is in verzekeringen gegaan.

De ambassadeur zelf, onverwachts snel weer 'beschikbaar', wil geen mededelingen doen over zijn toekomst. Algemeen wordt echter aangenomen dat hij naar Kairo zal gaan zolang de crisis in de Golf duurt. Vond hij het als niet-carriere diplomaat moeilijk in 1989 opeens een geloofwaardige ambassadeur neer te moeten zetten? 'Ach, in het begin kijk je een beetje tegen de rituelen aan. Een paar daarvan moet je even onder de knie krijgen. Maar als secretaris-generaal had ik genoeg met rituelen te maken gehad om hun betekenis te kunnen taxeren.

'In een tijd van chaos heb je het als ambassade druk. Dan moet er hard gewerkt worden. Deftigheid heb ik hier dan ook niet geleerd. Het is wel een permanent gevecht om vorm en inhoud met elkaar in evenwicht te houden. Gelukkig was er in Oost-Berlijn weinig vorm en veel inhoud.'