1 ander

Zijn laatste roman oogt op het eerste gezicht als een spannend avonturenverhaal dat zich vlot laat lezen, maar er is voor de liefhebber van het serieuze spel en de ambiguiteit in de literatuur veel meer aan de hand onder die zo bedrieglijk eenvoudig lijkende oppervlakte.

Hoewel hij er in zijn laatste roman van alles bijhaalt en, trouw aan de postmoderne traditie van de multi-gelaagdheid, niet schroomt de hele trucendoos open te trekken van knipoogjes naar de geoefende lezer, stelt het allemaal niet zo bijster veel meer voor dan een oppervlakkig, vlot leesbaar avonturenverhaaltje.

Toegegeven, zijn laatste roman vertoont weinig stilistische hoogstandjes. Hier en daar gaat het er zelfs regelrecht stroef toe. Er zijn bovendien nogal wat onvolkomenheden in de ontwikkeling van de plot aan te wijzen, met losse eindjes die niet altijd volgens de regels van de kunst aan elkaar worden geknoopt. Maar het pleit voor het formaat van de auteur dat dit op geen enkele manier afbreuk lijkt te doen aan het leesplezier. Het genoegen dat wij nog steeds aan zijn werk beleven, maakt dat we de steekjes die hij laat vallen eigenlijk alleen maar kunnen beschouwen als futiliteiten.

Uit zijn laatste roman blijkt hij zijn greep op het metier op een tragische manier te zijn kwijtgeraakt. Een rommelige opbouw van de plot, krakkemikkige zinnen en hele passages waarvan de functionaliteit maar moeilijk valt te achterhalen. Een gezonde afkeer van mooischrijverij is hier ontaard in achteloosheid, alsof de schrijver zijn werk als gedaan beschouwde toen hij weer eens een blik met leesplezier had opengetrokken. Juist uit het feit dat wij elk nieuw boek van hem nog steeds met zoveel genoegen verorberen, blijkt hoezeer hij inmiddels is gaan vertrouwen op zijn automatische piloot.

Een vergelijking van zijn jongste roman met zijn vorige boeken dringt zich op. Wat we heel in het algemeen kunnen constateren is dat er, met gelijkblijving van een groot aantal thema's en met een wereldbeeld dat ons langzamerhand als vertrouwd voorkomt, van een steeds verdergaande verdieping sprake is, van een intensivering die, mede door de kracht van de herhaling, de naakte essentialia van zijn thematiek tot op het bot blootlegt. Zo wordt de lezer geconfronteerd met het huiveringwekkende achter de monotone alledaagsheid.

We ontkomen er niet aan zijn jongste roman te vergelijken met het werk dat er aan voorafging. Dan wordt een ding wel bijzonder schrijnend duidelijk en dat is dat er steeds weer hetzelfde deuntje wordt gezongen en dat het wereldbeeld van de schrijver inmiddels als overbekend mag worden verondersteld. De thema's missen de kracht van de hamerslag en zijn een soort decoratief behang geworden. Te veel herhaling leidt tot slijtage en dit herkauwen maakt dat we voor de essentie nauwelijks meer geduld weten op te brengen.

Vooral het slot van zijn nieuwste roman, met zijn plastische natuurbeschrijvingen, roept onweerstaanbaar herinneringen op aan Faulkner. Ook diens Schopenhaueriaanse mengeling van pessimisme en vitaliteit blijft tot in de laatste alinea, wanneer de hoofdpersoon zich aan een zelfonderzoek onderwerpt, meevibreren. Dat alles maakt dit tot een boek van internationale allure.

Tegen het eind van zijn nieuwste roman, wanneer de natuurbeschrijvingen wat al te schilderachtig worden, begin je als lezer terug te verlangen naar Antoon Coolen. De sombere bespiegelingen waarin de hoofdpersoon uiteindelijk vervalt, bestaan uit stereotiepe filosofietjes van een wel zeer koude aardappelgrond. Veel meer dan een sympathieke streekroman is dit boek eigenlijk niet.