Zingen

Tegenwoordig hoor je een voetbaltrainer vaak zeggen: 'Mijn elftal heeft verdiend verloren en goed gespeeld is er niet, maar ik moet zeggen dat de jongens alles hebben gegeven wat ze in huis hadden'. Dat is dan vaak de eerlijke waarheid, wat meevalt omdat trainers zo hun eigen jargon hebben (net als politici) waarin de waarheid voortdurend versluierd wordt. Ook, ja juist in wedstrijden van staartclubs wordt doorgaans een ongelooflijke portie ijver op het gras gelegd. Verhalen als zouden de huidige profs over een gebrekkige conditie beschikken moeten naar mijn smaak in negen van de tien gevallen naar het rijk der fabeltjes worden verwezen.

Het volgende punt is echter, waartoe die energieke uitbarstingen van activiteit grotendeels dienen? Ze worden in stelling gebracht om tegenstanders van de bal te zetten, te tackelen, zich voor andermans voeten te storten, of ballen achterna te jagen die onbereikbaar zijn. Vermoedelijk omdat ik ook een andersoortig voetbal heb meegemaakt, schiet een woord van Abe Lenstra me soms te binnen. Die kundige, maar niet overijverige crack van destijds placht te zeggen, dat het absoluut geen zin had een bal achterna te hollen die sowieso over de outline zou gaan. Ik moet er eerlijkheidshalve bij zeggen, dat Abe het wel eens naar de andere kant overdreef. De achterkant van zijn gelijk kende ook situaties waarin hij boordevol lethargie het spel het spel liet en wat dromerig rondwandelde. De volgende waarheid was dan, dat hij meestal plotseling ontwaakte en vervolgens briljante dingen deed.

Het kan tegenwoordig niet meer worden toegestaan dat een veldspeler slechts dertig van de negentig minuten aan het werk is. Maar dat hij tachtig procent van zijn energie steekt in het zijn tegenstander beletten iets succesvols met de bal te doen, lijkt mij niet de bedoeling van een op winnen gerichte tactiek. Vooral niet, omdat het pogen toch ook moet bestaan in het bieden van spektakel voor het publiek. Als niettemin de doorsnee-ontmoeting in de eredivisie een woord om in ere te houden qua kijkspel tegenvalt, dan kan dat onmogelijk liggen aan het uit vorm zijn van bepaalde voetballers. De totaalopzet deugt niet. Aan de ene kant kijkt men met een aan hartstocht grenzend verlangen uit naar uitblinkende aanvallers. Aan de andere kant voetbalt men als geheel dusdanig dat het bijna onmogelijk is om aanvallend uit te blinken, laat staan doelpunten te maken.

Als Kameroen er niet geweest was, zou het WK in Italie op een volledige mislukking zijn uitgelopen ondanks incidentele redelijke prestaties van bij voorbeeld West-Duitsland, Belgie en een doodenkele keer Brazilie. Niettemin heb ik menigeen na afloop horen zeggen dat de mooiste avond in Rome niets met voetballen te maken had, maar 'het concert van de eeuw' van Pavarotti, Carreras en Domingo betrof. Appelen en peren bij elkaar, ik weet het, maar toch. Niet alle schuld slaat terug op de trainers. Willy van de Kerkhof vertelde ooit dat wij de halve finale van het Europees kampioenschap in Joegoslavie destijds hebben verloren doordat Neeskens en Van Hanegem in de kleedkamer voordat de wedstrijd begon, een toespraakje van de scheidsrechter belachelijk maakten door te gaan zingen. 'Ik weet zeker dat hij ons bewust heeft teruggepakt'. Onbewijsbaar? Neeskens en de Kromme werden er uit gestuurd en hoe een grensrechter ook voor een strafschop tegen de Tsjechen vlagde, Oranje kreeg die strafschop niet. Menig topvoetballer gooit soms de eigen ruiten in. Soms wordt er goud gedolven, soms beperkt de vangst zich tot modder.