WVC dringt gemeenten asielzoekerscentra op

DEN HAAG, 2 okt. Het kabinet heeft zeven gemeenten op de nominatie die kunnen worden gedwongen om centra voor asielzoekers te accepteren. Het gaat om Boekel, Amersfoort, Roggel, Peize, Rosmalen, Huijbergen en Posterholt. Eerder deze maand werden al acht gemeenten aangewezen.

Het kabinet verwacht in 1995 50.000 asielzoekers dit jaar worden er 20.000 verwacht. Het kabinet overweegt in vijftien gemeenten waar meer dan 2,5 procent van het woningbestand leeg staat via een gerichte actie woningen te laten vorderen. Deze gemeenten en woningbouwcorporaties ontvangen mogelijk een circulaire, getekend door het gehele kabinet, waarin 'zij op hun verantwoordelijkheden worden gewezen'. Het gaat daarbij onder meer om Lelystad.

Op het ministerie van justitie worden bovendien plannen ontwikkeld om tot 1995 vier- tot tienduizend extra verblijfsvergunningen per jaar te verlenen aan vreemdelingen die zijn geweigerd als vluchteling, maar niet worden uitgezet. Het gaat om Afghanen, Ethiopiers, Iraniers, Irakezen en Somaliers. Op dit moment wordt de doorstroming in de asielzoekerscentra en de opvanghuizen vrijwel onmogelijk gemaakt door zo'n 5.100 afgewezen asielzoekers die niet worden uitgezet omdat ze bij terugkeer levensgevaar lopen. Ze kunnen juridisch niet als vluchteling worden erkend, omdat de vervolging in hun vaderland niet specifiek op hun persoon is gericht. Van de 20.000 vluchtelingen dit jaar zijn er ongeveer 4.000 'niet-verwijderbaar'. Dit blijkt uit ambtelijke stukken van de ministeries van binnenlandse zaken, justitie en WVC van begin september. Op 17 september werden de burgemeesters van acht gemeenten bij premier Lubbers ontboden waar zij te horen kregen dat er per direct een centrum voor asielzoekers in hun gemeente was gevestigd. Uit de voorbereidende stukken blijkt dat deze operatie 'Eerst plaatsen, dan praten' werd genoemd.

Pag.2: Vervolg/ Plan: vergunning voor gedoogde asielzoekers

Het nog niet uitgevoerde plan om woningen te vorderen staat ambtelijk bekend als Actie Leegstand. Het ging op 17 september om Odoorn, Ruinen, Ede, Leusden, Putten, Markelo, Nijeveen en Oisterwijk.

Ambtenaren van Binnenlandse Zaken (BiZa) hebben minister Dales per nota dringend geadviseerd d'Ancona van deze handelwijze af te houden. Voorbijgaan aan overleg heet 'onwenselijk want is geheel contra bestuurlijke omgang met lagere overheden conform BiZa-beleid, alsook omdat gemeenten juist behoren bij te dragen aan het opheffen van knelpunten terzake. Procedures zijn in het belang van burgers', aldus de directeur-generaal Openbaar Bestuur mr. G. J. Jansen aan minister Dales. In een andere notitie aan de minister wordt eraan herinnerd dat zo'n benadering van lagere overheden haaks staat op de bestuursstijl waarmee het Rijk de sociale vernieuwing tot stand wil brengen.

Uit de stukken valt af te leiden dat BiZa voor deze bezwaren geen gehoor vond. Wel valt in een notitie van WVC aan BiZa te lezen dat 'aantasting van de autonomie van de gemeenten en heftige reacties van omwonenden, anti-asielzoekers-stemming' tot de consequenties van dit beleid worden gerekend.

Minister d'Ancona schreef op 6 september een brandbrief aan de ministerraad waarin 'de situatie rond de opvang, c.q. huisvesting van asielzoekers' als 'definitief vastgelopen' werd gekenmerkt. Zij schreef haar collega's dat er een 'onbeheersbare situatie' dreigde, 'zowel financieel als qua maatschappelijke en medisch-hygienische huisvestingssituaties'. Alle mogelijkheden waar WVC over beschikte waren uitgeput er zaten asielzoekers in tentenkampen, hotels en pensions. In de bestaande centra waren stapelbedden geplaatst 'in strijd met de afspraken met de gemeenten'. In de grote steden konden asielzoekers niet meer worden opgevangen. Ten tijde van haar brief liepen er 600 asielzoekers 'op straat'. Overleg met de gemeenten leverde de minister onvoldoende op. 'Ik stuit op tijdrovende en vaak niet oplosbare knelpunten als onvoldoende medewerking van het gemeentebestuur, heftige bezwaren van omwonenden en bestuurlijk-juridische procedures'. d'Ancona vraagt het kabinet in haar brief toestemming om de gemeentebesturen te passeren in die gemeenten waar al met eigenaren overeenstemming is bereikt.

Ook wil ze Justitie bijstaan bij het afhandelen van duidelijk ongegronde asielverzoeken. Ze stelt voor om twee centra zo in te richten 'dat de bewegingsvrijheid van asielzoekers gering is'. In die beide centra moet ook een rechter beschikbaar zijn om meteen kort gedingen te behandelen. Tevens waarschuwt ze de collega's in het kabinet dat er extra personeel voor WVC en bij de politie zal moeten worden aangenomen.

Uit de ambtelijke stukken blijkt dat Justitie zich grote zorgen maakt over een snelle uitbreiding van het aantal centra zonder voldoende extra politiecapaciteit. Bij een snelle toeloop van asielzoekers komt zoveel extra administratie kijken dat dit 'de verantwoordelijkheid van het Hoofd Plaatselijke Politie voor adequaat vreemdelingentoezicht en overige politiezorg ernstig kan ondermijnen', aldus het hoofd van de Directie Politie mr. J. J. H. Suyver aan staatssecretairs Kosto (justitie). Per nieuw asielzoekerscentrum zijn twaalf extra politie- en justitieambtenaren nodig, schat Justitie. Bij WVC wordt de behoefte aan extra personeel op 26 geschat.

WVC schat in een intern stuk van 10 september het tekort voor dit jaar op 1500 centrale opvang plaatsen en 11.000 woningen in gemeenten. Dat zou neerkomen op tien nieuwe asielzoekerscentra. Als maatregelen voor de langere termijn noemt WVC het bieden van ontwikkelingshulp ter plekke, het geven van voorlichting over de onmogelijkheden om in Nederland te worden toegelaten, het verkorten van asielprocedures, het verduidelijken van de positie van niet-verwijderbare asielzoekers en het rekening houden met de behoeften van asielzoekers bij het toedelen van nieuwbouwcontingenten aan gemeenten.

Buiten de actie Eerst plaatsen, dan praten en de actie Leegstand stelt WVC voor om asielzoekers te verplichten zich bij een asielzoekerscentrum te melden. Nu is verblijf daar vrijwillig. WVC stelt voor om alle asielzoekers de procedure daar te laten afwachten, inclusief het kort geding. Alleen diegenen die na een weigering in herziening zijn gegaan en van de rechter de uitspraak in Nederland mogen afwachten, zouden in aanmerking mogen komen voor een woning in een gemeente. Ook denkt WVC aan het stellen van strengere regels in centra, zodat kan worden voorkomen dat zij 'na enige tijd met onbekende bestemming vertrekken, zonder dat dit direct gesignaleerd kan worden'.

WVC heeft Justitie ook laten uitzoeken of het gemeenten via planologische aanwijzingsbevoegdheden kan dwingen om de vestiging van asielzoekerscentra te accepteren. Uit het advies van de stafafdeling algemeen wetgevingsbeleid blijkt echter dat de mogelijkheden niet groot zijn. De aanwijzing op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is 'zeer omvangrijk en langdurig'. Bovendien weigerde minister Alders (ruimtelijke ordening) daaraan mee te doen. Ook de andere wettelijke mogelijkheden (beroep bij de Raad van State, kort geding, vrijstelling van de Wet Ruimtelijke Ordening) zijn volgens Justitie geen van alle 'snel en eenvoudig'.

Wel loopt WVC risico's als een gemeente die eenmaal door het kabinet is aangewezen voor vestiging van een centrum, besluit terug te vechten. Volgens Justitie kan de gemeente dwarsliggen bij het verlenen van bouwvergunningen. Om de acomodatie geschikt te maken zijn meestal wat verbouwingen noodzakelijk. Ook waarschuwt Justitie voor 'inventieve gemeenteraden' die snel een voorbereidingsbesluit nemen voor een bestemmingsplan. Een verzoek om een bouwvergunning ten bate van het centrum kan de gemeente dan langdurig aanhouden. Ook lijkt het Justitie denkbaar dat de gemeente de inrichting van een centrum in de algemene politieverordening verbiedt, ter bescherming van de openbare orde. Het is zelfs niet ondenkbaar dat een burgemeester op basis van de noodverordening (art.220 Gemeentewet) het centrum verbiedt. Maar tegen al deze acties kan WVC in beroep bij de Raad van State, zo stelt Justitie geruststellend vast.