Werkwinkel wil allochtonen motiveren en activeren

BREDA, 2 okt. De lokatie en het tijdstip lijken symbolisch. De 'minderhedenwerkwinkel' die de Bredase burgemeester Nijpels vorige week opende ligt op loopafstand van zowel de gevangenis als het arbeidsbureau. De opening viel samen met de aanloop naar het Najaarsoverleg tussen kabinet, werkgevers en werknemers, waarbij naast het groeiende aantal arbeidsongeschikten het hoge aantal allochtone werklozen centraal staat.

De nieuwe minderhedenwerkwinkel heeft tot doel de allochtone werkloosheid te bedwingen. Vooral onder de Marokkanen en de Turken ligt het werkloosheidspercentage schrikbarend hoog: liefst vijftig procent van hen is in Breda werkloos. Terwijl de totale werkloosheid gestaag daalt, neemt het aantal allochtone werklozen voortdurend toe, niet alleen in Breda maar in heel Nederland.

Er zijn vijf van zulke minderhedenwerkwinkels: twee in Amsterdam en een in Rotterdam, Den Haag en Breda. Ze draaien met geld van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Wie naar een minderhedenwerkwinkel toestapt wordt geholpen door allochtone medewerkers, en kan rekenen op een voortdurende actieve begeleiding bij het zoeken van scholing en werk.

De drempel om de winkel binnen te komen wordt met opzet zo laag mogelijk gehouden. 'Maar', zegt directeur Frank Schichtman van de Rotterdamse minderhedenwerkwinkel, 'arbeidsbemiddeling blijft een zaak voor het arbeidsbureau. Wij proberen de werkzoekenden te motiveren en te activeren, ook door ze op te vangen in hun eigen vertrouwde sfeer.' De Rotterdamse winkel telt sinds begin maart de officiele opening (men hoopt door minister De Vries) moet nog volgen 217 clienten, van wie 47 een baan hebben gekregen.

In Breda zegt Erkal Ucerlerler, voorzitter van het Centrale Buitenlanders West-Brabant dat de aanzet gaf tot de Bredase winkel: 'We hopen dat deze minderhedenwerkwinkel tijdelijk is. We moeten nu en onmiddellijk actie ondernemen. Als we wachten tot het jaar 2000 is het te laat. Dan leidt de werkloosheid tot verpaupering en allerlei andere problemen, zoals je ook met de Molukkers hebt gezien.' In Breda wonen relatief veel Molukkers.

Het Centrum Buitenlanders West-Brabant begeleidde sinds de zomer van 1988, met geld van de gemeente en het arbeidsbureau, Turkse en Marokkaanse werkzoekenden. Die aanpak werd een relatief groot succes: het aantal op een cursus of in een baan 'geplaatste' personen bedroeg na anderhalf jaar 275 en dat was aanzienlijk meer dan de beoogde 175. Veel aandacht werd besteed aan taalonderwijs, aan huisbezoek, aan clientcontrole, aan arbeidsongeschiktheid en aan andere factoren. Dank zij de minderhedenwerkwinkel wordt die aanpak nu ook voor andere etnische groepen mogelijk.

Volgens Ucerlerler is het probleem van allochtonenwerkloosheid al sinds het begin van de jaren tachtig nijpend maar werd het genegeerd. De arbeidsbureaus werd verteld dat ze marktgericht moesten werken, terwijl de allochtonen te horen kregen dat ze zichzelf maar moesten helpen. Ucerlerler: 'Maar nu wordt wdegelijk onderkend dat er een politiek probleem bestaat. In Nederland is de werkloosheid onder allochtonen vele malen groter dan onder de autochtone Nederlanders. In Duitsland is dat verschil veel kleiner of zelfs nihil.'

Door negatieve ervaringen schort het bij veel allochtone werklozen aan een goede motivatie om zich te herscholen of een baan te zoeken. Vaak wordt ook de voorkeur gegeven aan een uitzendbureau en direct, maar ongeschoold werk. Is Ucerlerler het niet eens met Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die vorig jaar een hardere aanpak bepleitte, zowel van werknemers (Nederlands leren) als van werkgevers (quotering, dus verplichte aanstelling van een minimum aantal buitenlanders, zoals in Canada)? Of kan de Duitse aanpak als voorbeeld dienen?

Ucerlerler: 'De Duitse aanpak is vanouds harder. Niet alleen dolagere sociale uitkeringen, maar ook door een actievere bemiddeling. Mensen worden actief gemaakt. De Nederlandse benadering is socialer en dat is een goede zaak. Minderheden voelen zich in Duitsland minder thuis dan in Nederland.' Maar, vervolgt hij: 'Zelfs minderheidsgroepen zeggen nu: als het niet langs de normale weg lukt meer mensen aan het werk te krijgen, dan moet het maar via quotering.'

Scholing van allochtone werklozen is een, maar plaatsing is een andere zaak, stelt Ucerlerler. Hij vervolgt: 'Werkgevers willen niet veel buitenlanders omdat ze bang zijn voor onrust. Of ze vertalen een negatieve ervaring naar een hele groep. Wij willen graag met werkgevers die om mensen verlegen zitten een project opzetten zodat zij werknemers met de juiste opleiding krijgen.'

Over de Turkse en Marokkaanse werkzoekenden zegt hij: 'Ze zijn nu nog afwachtend, verwachten nog steeds voorstellen van de overheid. Maar voor de jongeren geldt dat steeds minder. Zij zijn thuis in Nederland maar voelen zich niet geaccepteerd, dus komen ze steeds meer in opstand. Dat leidt tot crimineel gedrag.'

Ucerlerler hoopt dat minister De Vries van sociale zaken ten aanzivan de minderheden voet bij stuk houdt, net als bij de WAO. 'Want dan gaan werkgevers zelf nadenken, om overheidsingrijpen te voorkomen.' Naarmate de tijd verstrijkt lijkt de kans dat de sociale partners het zonder overheid eens zouden worden over de aanpak van de werkloosheid onder etnische minderheden steeds kleiner te worden.