Verdeeldheid vervoerders over boete zwartrijden

ROTTERDAM, 2 okt. De Haagse openbaar vervoermaatschappij HTM wil boetes voor zwartrijden laten innen door een incassobureau. De HTM praat sinds enkele weken met het openbaar ministerie over de juridische en praktische haalbaarheid, aldus een woordvoerder.

De HTM speelt in op het voornemen van het OM om relatief minder aandacht te geven aan het innen van geldboetes, zoals dat in het vandaag gepresenteerde beleidsplan bekend is gemaakt. Het plan om een incassobureau in te schakelen sluit aan bij de opvatting van het OM dat het kopen van een kaartje gezien moet worden als een civielrechtelijke overeenkomst tussen vervoerder en passagier.

Door overbelasting van het openbaar ministerie was ruim een derde van de in september 1988 in Nederland uitgedeelde geldboetes in maart van dit jaar nog niet geind.

Algemeen directeur J. J. P. Kunst van de Rotterdamse openbaar vervoermaatschappij R. E. T. noemt het voornemen van de het OM om geen prioriteit te geven aan de opsporing van zwartrijders in een eerste reactie 'een onzalige gedachte'.

Waterdichte preventieve controle, zodat er geen zwartrijders meer zijn, is alleen mogelijk als er op elke tram een conducteur meerijdt en dat is vanuit Den Haag altijd als te duur van de hand gewezen, aldus Kunst. Hij vindt het 'heel moeilijk' om zwartrijden te beschouwen als het niet nakomen van een civielrechtelijke overeenkomst tussen passagier en vervoersbedrijf. 'Ik zie ons niet tien deurwaarders de stad in sturen om de schade van niet betaalde strippenkaarten te verhalen.' Volgens de R. E. T.-directeur valt zwartrijden onder de noemer kleine criminaliteit en moet het als zodanig worden aangepakt.

Het gemeentelijk vervoerbedrijf in Amsterdam laat in een eerste reactie weten begrip te hebben voor de problemen bij justitie en werkt aan uitbreiding van de preventie tegen zwartrijden.