Tv-sterren vragen aandacht voor milieu

DEN HAAG, 2 okt. Deze week roepen personen, bekend door televisie, zoals Ria Bremer (AVRO), Leonie Sazias (TROS) en Henk Binnendijk (EO) de bevolking op om meer aandacht aan het milieu te schenken. Op verzoek van de PvdA-minister Alders (milieubeheer) treden zij op in zijn onlangs begonnen 'draaggolfcampagne' die er toe moet leiden dat mensen zich automatisch milieuvriendelijk gedragen.

In deze bij opvoedkundigen niet onomstreden voorlichtingsactie wordt door Alders' ministerie aandacht besteed aan diverse facetten van de milieuproblemen: verdroging, verzuring, klimaatsverandering, afval en de vervuiling door verkeer en vervoer. Volgens de dienst publieksvoorlichting van VROM wordt een 'verinnerlijking' van milieuvriendelijke normen nagestreefd. Alle omroepen werken mee, behalve de VPRO, die er volgens haar tv-directie 'nooit voor is benaderd'.

De andere omroepen laten in eigen zendtijd deze week tot drie maal per avond bekende medewerkers aan het woord om over hun betrokkenheid bij het milieu te vertellen. Later komen andere landgenoten met suggesties over wat men persoonlijk kan doen en vertelt de overheid wat voor maatregelen zij treft. In een later stadium van de campagne, waarvoor tot nu toe vier miljoen is uitgetrokken, wordt geprobeerd zo veel mogelijk Nederlanders te verplichten tot beter milieugedrag door hun handtekening. Het ministerie heeft twee jaar aan de campagne gewerkt.

Dat het milieubeleid ook door communicatie en voorlichting gestimuleerd moet worden is voor directeur F. Hesselink van de Stichting Milieu-educatie vanzelfsprekend. Volgens hem hecht Alders te veel geloof aan het instrument van overheidsvoorlichting, mede omdat het milieu nog maar een oppervlakkig geaccepteerd probleem is. Hesseling vindt dat de nieuwe milieucampagne van Alders slecht aansluit bij al bestaande milieu-initiatieven.

Bij Milieu-educatie heeft men wel sympathie voor Alders' poging om de bevolking onder meer door middel van identificatie met haar televisiebekendheden tot een andere milieuhouding te brengen, 'maar over milieu kun je niet meer in algemene termen praten. Er zou moeten worden geprobeerd om positieve nieuwe sociale normen te scheppen zoals bij de alcoholbestrijding is gedaan. Daar heeft men de slogan Glaasje op, laat je rijden verlaten en vervangen door Alcohol en verkeer: dat kun je niet maken. Daarmee werden bepaalde groepen sterker op hun sociale gedrag aangesproken. Je kunt mensen bijbrengen dat opkomen voor 'duurzaamheid' net zo'n basiswaarde is als vriendschap en liefde. Dat leer je niet van de overheid; daaraan moet onder de bevolking zelf vorm worden gegeven door milieu-opvoeding en onderwijs.'

Om die reden vindt Hesselink het jammer dat de minister nog geen uitvoering heeft gegeven aan de in 1988 aangenomen CDA motie-Feenstra, waarin om een 'raamplan' voor natuur- en milieuonderwijs wordt gevraagd. Het geld dat daarvoor in het oorspronkelijke Nationaal milieubeleidsplan was opgenomen is naderhand verdwenen omdat de vijf betrokken ministeries het er niet eens konden worden. 'Alders is dan wel met een flinke voorlichtingscampagnebegonnen, maar in het buitenland, zowel in Engeland, West-Duitsland als in de Skandinavische landen zou veel meer worden gedaan het milieu-onderwijs, terwijl daarvoor in Nederland nog vrijwel geen geld beschikbaar is.