'Smartegeld moet beter in EG-landen'

DEN HAAG, 2 okt. De regelingen voor smartegeld voor slachtoffers van verkeersongelukken of gevaarlijke produkten moeten in vrijwel alle landen van de Europese Gemeenschap worden verbeterd. Ook hun familieleden moeten betere rechten krijgen. De Consumentenbond concludeert dit op grond van een inventarisatie, die zij vanochtend heeft gepresenteerd.

In Portugal en Griekenland is de regeling volgens de bond onaanvaardbaar slecht. Voor Nederlanders die in die landen letsel oplopen door andermans schuld, kan dat tot onaangename verrassingen leiden, aldus de bond, omdat bij de afwikkeling veelal plaatselijk recht wordt toegepast. De hoogste bedragen die tot dusver zijn toegekend, lopen uiteen van zevenduizend gulden in Griekenland tot 570.000 in Duitsland. Dat laatste bedrag was inclusief een periodieke uitkering om het verlies aan inkomen te compenseren.

Of het alleen om smartegeld gaat of om een combinatie met een vergoeding voor materiele schade, zoals de kosten van revalidatie en protheses en de derving van inkomsten, is in veel gevallen niet vast te stellen. Rechterlijke uitspraken behelzen vaak een totaalbedrag, zonder nadere specificatie. In Nederland is het hoogst toegekende bedrag 250.000 gulden.

Drie jaar geleden was dat nog 200.000 gulden, zo bleek in 1988 uit het driejaarlijkse overzicht van mr. Th. L. van der Veen. Dat betrof een veertienjarige jongen die na een verkeersongeluk blijvend ernstig lichamelijk en geestelijk letsel opliep. In dit geval werd zeventig procent van dat bedrag ook werkelijk toegewezen. De korting werd toegepast omdat de jongen geen veiligheidsgordel had gedragen.

Aanvaardbare regelingen hebben Belgie, Frankrijk, Ierland en Spanje. In alle overige landen zijn verbeteringen dringend gewenst. Om dat te bereiken is het onderzoeksrapport, dat de Consumentenbond heeft opgesteld in samenwerking met andere Europese consumentenorganisaties, toegestuurd aan de Europese Commissie.

Om verbeteringen in de Nederlandse regeling te bereiken, is het rapport gezonden aan de Vaste Kamercommissie voor justitie en de minister. Een van de manco's in Nederland is volgens de bond het ontbreken van een recht op smartegeld voor nabestaanden van slachtoffers. Smartegeld heeft de functie van genoegdoening en compensatie, aldus de bond. Die aspecten spelen ook een rol als mensen hun partner verliezen en in de meeste EG-landen wordt dat ook erkend. Alleen in Nederland, Duitsland en Denemarken gebeurt dat niet. Als iemand ernstig gewond raakt, hebben in veel landen de naaste familieleden een eigen recht op smartegeld, maar in Nederland ontbreekt dat.

Bij psychisch letsel is in alle EG-landen een financiele vergoeding mogelijk als dat een direct gevolg is van lichamelijk letsel, bijvoorbeeld de geestelijke nood waarin iemand kan geraken bij blijvende invaliditeit. Zijn de psychische problemen het enige gevolg van een ongeluk, dan biedt Nederland in tegenstelling tot de meeste andere EG-landen geen mogelijkheid voor smartegeld.

Aan een goede regeling van smartegeld stelt de Consumentenbond de eis dat behalve het slachtoffer zelf ook zijn directe familieleden of in geval van overlijden de nabestaanden recht hebben op een financiele tegemoetkoming. Wettelijke beperkingen moeten zoveel mogelijk worden vermeden, meent de bond. In Griekenland is het bijvoorbeeld niet voldoende wanneer de tegenpartij schuld heeft; er moet sprake zijn van een onrechtmatige daad. Portugal overweegt pas een vergoeding als het opgelopen letsel blijvend is.

In de verschillende landen mogen de toegekende bedragen niet te ver uiteenlopen. Nu kan voor eenzelfde soort letsel de immateriele vergoeding in het ene land tot zeventig keer zo hoog zijn als in een ander land. De verschillen zijn volgens de bond veel groter dan op grond van het welvaartspeil aanvaardbaar zou zijn.

De bond pleit ook voor het objectiveren van de maatstaven die gelden. Voor het slachtoffer of zijn vertegenwoordigers moet controleerbaar zijn op welke factoren de vergoeding is gebaseerd. In Nederland gaan verzekeraars veelal uit van formules die tot een hogere uitkering leiden al naar de gelang de duur van de medische behandeling, het functieverlies van ledematen en de mate van invaliditeit. Advocaten en de rechterlijke macht kunnen houvast vinden in de uitspraken die mr. Van Veen in de loop van ruim dertig jaar heeft verzameld en gepubliceerd.